Einde deal

De muziekindustrie verhardt en ook veelbelovende bands komen tegenwoordig moeilijk aan een contract.

OLaBOLA is de beste band die u misschien nooit zult horen. Dat wil zeggen: thuis op de hifi. Wie morgenavond in Paradiso gaat luisteren, zal wèl kunnen meepraten over de magie van OLaBOLA's improvisaties, de wiegende groove, het warme geluid van de Hammond, en de joyeuze raps en uitroepen van witte neger Ro Krom.

Maar op cd is OLaBOLA niet te krijgen. En zoals de zaken er nu voor staan komt daar voorlopig geen verandering in. Nico Brandsen en Ro Krom, het duo dat de groep runt, dacht een contract te gaan sluiten met EMI. Totdat de platenmaatschappij met een voor Krom en Brandsen onoverkomelijke eis kwam: ze wilde vijftig procent van de publishingrechten. En dat terwijl OLaBOLA een voltooid product kon aanleveren en een eigen muziekuitgeverij runt. Einde deal. De onlangs nog verwachtingsvol op hun flyer aangekondigde release van de eerste single, `Problems', was van de baan.

Toch heeft OLaBOLA een platenmaatschappij meer te bieden dan zomaar een single van een onbekende Nederlandse band. Het liedje `Problems' is al maanden te horen als soundtrack bij een Calvé-reclame die de kijker moet laten weten dat ketchup voortaan in een blauwe fles zit. `I am the u-yeah. Blinka! Blinka! Prroblems', ratelt Ro, bezwerend als een medicijnman.

Het afketsen van de deal van OLaBOLA met EMI is een direct gevolg van de verharding en verschraling van de muziekbusiness, internationaal en in Nederland. De business verhardt doordat er minder cd's verkocht worden. Zo is het begrip `hitsingle' al gedevalueerd: met zo'n drieduizend verkochte singles sta je in Nederland tegenwoordig in de Top-20. Dat verlies aan inkomsten proberen de platenmaatschappijen te compenseren met nieuwe geldbronnen. Bij het sluiten van een platendeal willen sommige maatschappijen tegenwoordig ook een claim leggen op inkomsten uit concerten, en uit de verkoop van merchandise. De handel in T-shirts, mokken en agenda's met bandlogo's is in sommige gevallen lucratiever dan die in cd's. En vooral de `rechten' (auteursrecht, naburig recht) zijn een goudmijn. Wie de rechten van een liedje bezit kan geld verdienen aan covers, airplay en compilatie-cd's.

Paul Zijlstra, zelfstandig A&R-manager bij Universal Records en EMI, zoekt naar lokaal talent en begeleidt artiesten tijdens hun carrière. Hij werkt op het moment onder anderen met De Dijk, Daniel Lohues en Trijntje Oosterhuis. Zijlstra (42) zit achttien jaar in het vak: ,,Vijf jaar terug durfden platenmaatschappijen nog risico's te nemen. Maar twee jaar geleden is het roer omgegaan. De inkomsten liepen razendsnel terug, waardoor het uitbrengen van onbekende Nederlandse groepen nauwelijks meer haalbaar is. Voor Nederlandse artiesten is er een beperkte markt, en alleen al het opnemen van een cd kost minstens 35.000 euro. Een beetje succesvolle Nederlandse alternatieve groep, zoals Caesar of Johan, verkoopt gemiddeld zo'n drie- tot vierduizend cd's. Tien jaar geleden verkocht een vergelijkbare band, zoals Urban Dance Squad, er nog 25.000.''

Platenmaatschappijen vonden dat de verhoudingen zoek raakten, zegt Zijlstra. ,,Managers en artiesten hielden er langzamerhand meer aan over dan de maatschappijen, terwijl die toch alle investeringen hadden gedaan. Daarom zochten ze andere inkomsten, zoals de opbrengsten van concerten en de merchandise. De situatie is voor platenmaatschappijen inmiddels zo heikel dat niemand nog een risico durft te nemen. Je moet er nu van tevoren haast zeker van kunnen zijn dat een act heel erg succesvol zal worden, voordat je gaat investeren. De muziekindustrie wordt op dit moment door angst geregeerd.''

Voor beginnende bands is het nu dus zo goed als onmogelijk om een bevredigende deal te sluiten. En groepen die er een hebben, kunnen zo op straat komen te staan, zoals het afgelopen jaar gebeurde met veelbelovende bands als Racoon (na een goed lopend debuut en een wat minder ontvangen tweede cd gedumpt door Sony), en Coparck. Coparck stond afgelopen november op het punt een tweede cd te gaan opnemen, toen de groep door platenmaatschappij Labels, een speciaal voor `jong' talent opgerichte afdeling van Virgin, werd ontslagen.

OLaBOLA wilde het voorschot van EMI gebruiken voor een videoclip bij `Problems'. Maar die zal er nu dus niet komen. ,,We willen graag een clip maken bij `Problems' '', vertelt Nico Brandsen (42), ,,omdat wij denken dat in het onderbewustzijn van veel Nederlanders dat `Blinka, Blinka. Prroblems' al een tijdje rondzingt. Maar het nummer moet een smoel krijgen. En daar is een clip voor nodig. Zodat iedereen weet dat `Problems' bij OLaBOLA hoort.'' ,,Als we een single uit hebben, kunnen we weer hogere gages vragen bij optredens'', zegt Ro Krom (33). ,,En stel dat we een hit zouden krijgen in heel Europa – wat wel niet zal lukken'', zegt Brandsen, ,,dan verkoop je zo'n 50.000 singles en bouw je op die manier een buffer op. Zo kun je hoger inzetten: grotere optredens, betere apparatuur.''

Kantooruren

Krom en Brandsen kennen de carrièreplanning van een Nederlandse popmuzikant. Want de naam OLaBOLA mag voor de meeste mensen dan onbekend klinken, haar leden hebben al een jarenlange reputatie in de muziekscene. Ro Krom werd bekend als oprichter van de funkgroepen Gotcha! en Ro & Paradise Funk. Nico Brandsen was bandleider van The Feel en van In De Steen en speelde Hammond-orgel in de band van Jan Akkerman, de band van Ilse DeLange en nu parttime in Kane. Beiden schrijven ook liedjes voor anderen, variërend van Daniel Boissevain en Wipneus & Pim tot het verkiezingslied van de Socialistische Partij (`Stem voor, stem SP'). Muziek maken is voor Krom en Brandsen geen hobby. Het is werk.

,,We houden ons tegenwoordig aan kantooruren'', zegt Brandsen. ,,Dat is ook gezonder.'' Krom: ,,Vroeger wilden we op ieder moment de studio in kunnen. Ik weet nog dat we een keer een technicus hadden die zei: `Ik ben er van tien uur 's ochtends tot tien uur 's avonds.' Met zo iemand wilden we toen sowieso niet werken.'' Brandsen: ,,Dat lijkt lang geleden.'' Krom: ,,Het was in de tijd dat we onze boekhouding nog in een vuilniszak hadden zitten.'' Brandsen: ,,Dan ben je jong. Je gaat als de brandweer en je ziet wel waar het schip strandt. En dat strandt dan twee keer vlak voor een hitnotering.''

Krom en Brandsen speelden eind jaren negentig samen in Ro & Paradise Funk. Deze groep viel uit elkaar toen hun platenmaatschappij Polydor werd overgenomen door Universal Music. De minder verkopende groepen werden op straat gezet. Daar hoorde Ro & Paradise Funk ook bij. Ro Krom kon zijn muzikanten weinig bieden, en de een na de ander kreeg werk bij andere Nederlandse acts: Candy Dulfer, Ilse DeLange. Ro zelf werd kok.

,,Totdat ik steeds meer klussen kreeg aangeboden als zanger. Ik begon weer beats te maken, en langzamerhand ontwikkelde ik een idee hoe een nieuwe band er uit zou kunnen zien.'' Brandsen: ,,Ik was toen net ontslagen bij de band van Ilse DeLange. Ik had helemaal geen zin meer in muziek maken. Totdat Ro belde en mij door de telefoon wat beats liet horen. Daar werd ik meteen vrolijk van. Daarmee heeft hij me toen verleid.''

Krom: ,,Het was mijn bedoeling om juist géén songs te gaan schrijven. Als we optreden spreken we van te voren een toonsoort af, en beginnen we gewoon.'' Brandsen: ,,We hebben met OLaBOLA nog nooit een oefenruimte van binnen gezien. Daarom hebben we behalve mijn orgel en de bassist ook geen harmonie-instrumenten. We hebben geen gitarist in de band. Maar wel een drummer, een percussionist.'' Brandsen: ,,En een trombonist, Patrick Votrian. Maar hij is een free-styler.''

Zanger/dj Ro maakt de loops en beats die de basis vormen van de optredens. Loops zijn `lussen' van geluid die eindeloos door gaan, en de beats van Ro zijn tot ritme bewerkte samples. ,,Ik struin rommelmarkten af op zoek naar de goedkoopste grammofoonplaten. Van muziek uit de jaren vijftig, zestig, zeventig; van blues-, jazz-, reggae- of ska-groepen. Daaruit kies ik fragmenten. Ik hoef een plaat maar te bekijken en ik weet al waar ik iets bruikbaars kan vinden. Dat zie je aan de kleur van het zwart: waar het vinyl donkerder is, zit minder muziek. Daar zit een losse stem, of blazers of wat percussie. Die zijn voor mij interessant. Ik maak daar een sample van en haal hem door de computer. Die plakt er een effect op, of zet de sample achterstevoren. Wat ik maar wil. In ieder geval zijn de fragmenten na mijn behandeling ook door hun oorspronkelijke bedenkers niet meer te herkennen.''

De beats van Ro, gecombineerd met de huivering van Brandsens orgel, en de felle drums van Greg Smith leveren samen een groove die je als een tang in de greep neemt. Ro's bezeten raps geven direct commentaar op wat er op dat moment in de muziek gebeurt. Op het podium bij OLaBOLA lijkt alles met elkaar in verband te staan: de een kan alleen maar ronken omdat de ander daar ruimte voor geeft. Het effect is sensationeel en sensueel, als lichamen die precies in elkaars kadans bewegen.

Brandsen: ,,Onze concerten nemen we altijd op. Achteraf beluisteren we wat we gespeeld hadden. We analyseren het, en kijken van welke stukken we een `af' liedje kunnen maken.'' En op dat moment ontstaat de `Paradox van OLaBOLA'. Want een `af' liedje kan op het podium uitsluitend nog in zijn definitieve vorm worden gespeeld. ,,Nummers als `Ready' en ook `Problems' hebben hun vorm gevonden en daar hoort een bepaalde elektronische omlijsting bij'', zegt Krom. ,,We kunnen daar vervolgens live niet meer op improviseren. Dat is te ingewikkeld. Ik heb ook maar twee handen en een mond. Daarom spelen we die als enige op de traditionele, vaststaande manier.''

Bijstand

Op het Noorderslag-festival, afgelopen januari in Groningen, gold OLaBOLA, volgens het publiek en de recensies, als de ontdekking van het festival. Via de website vragen fans steeds naar de release van een cd. Op dit moment moeten Brandsen en Krom zich beraden op de toekomst. Brandsen is gevraagd als vast lid van Kane, Krom als drummer bij een tournee van Junkie XL. Of wordt het toch een keuze voor de eigen band?

,,Ik wil van mijn muziek kunnen leven. Als we nu met OLaBOLA doorgaan, kan dat de bijstand betekenen'', zegt Brandsen. Krom: ,,We hebben nu opties staan voor optredens voor komende zomer. Maar ook dat is verschraald. Vroeger werd je betaald voor optredens. Tegenwoordig moet je op de meeste shows geld toe leggen. De boekers doen het voorkomen alsof jouw optreden vooral zelfpromotie is. Dus draaien wij voor de kosten op. En wij willen werken met de beste geluidstechnici. Die kosten geld. Maar muziek als die van ons, zo op de groove gericht, moet het hebben van een perfect geluid. Anders wordt het niks.''

Brandsen: ,,Gelukkig dat we nog die zak uien hebben gekregen voor dat reclamefilmpje. Hebben we tenminste iets om op terug te vallen. Misschien dat dat ook wel de toekomst wordt voor muzikanten: je muziek verkopen aan bedrijven. Kijk maar hoe Daniel Lohues van Skik nu zijn mini-cd verkoopt: je krijgt er één gratis bij twee beugelflessen Grolsch.'' Krom: ,,Wij maken nu al heel lang dagelijks muziek. Maar zo'n commercial laat wel even de zon in je leven schijnen. Er is weinig leukers dan op de bank zitten, die reclame voorbij zien komen en weten dat je slapend geld verdient. `Katsjang, katsjang' hoor ik de kassa zeggen.''

Behalve OLaBOLA spelen Brandsen en Krom ook samen Hammond-soul in de groep Fishpot. En een paar keer per jaar treden ze op onder de naam De Grote Muf. Met Bob Fosko (vroeger van De Raggende Manne) als zanger verzorgen ze een avond onder de noemer `Een Verfrissende Avondwandeling over het Kerkhof van te vroeg gesneuvelde Nederlandse Wereldbands', met liedjes van onder meer Raggende Manne, Gotcha! en Ro & Paradise Funk.

Als er niet snel iets gebeurt belanden de grooves van OLaBOLA ook nog op dat kerkhof. En dat is iets om per direct van wakker te gaan liggen.

OLaBOLA speelt zaterdag 1 maart in Paradiso, Amsterdam. Aanvang 23.00 uur.