Een obsessie met de ziel van het volk

Onder Peter de Grote raakte de Russische elite in de ban van de westerse cultuur. Maar steeds eiste ook het `andere Rusland' zijn rol op, zo laat de Britse historicus Orlando Figes zien. Het debat tussen westerlingen en slavofielen is nog altijd actueel.

De Britse historicus Orlando Figes opent zijn culturele geschiedenis van Rusland met een passage uit Tolstojs Oorlog en Vrede over de adellijke Natasja Rostova. Zij verliest bij het horen van een boerenmelodie in een eenvoudige datsja haar Europese gecultiveerdheid en raakt dansend in vervoering. Een Russische boerendans, wel te verstaan. Figes gebruikt de passage als beginpunt voor de ontdekking van de boerencultuur die voor de Russische elite als inspiratiebron voor het formuleren van de `Russische ziel' zou gaan dienen. In die formulering strijden werkelijkheid, mystificatie en ideologie met elkaar om voorrang.

Figes, eerder gelauwerd voor zijn A People's Tragedy. The Russian Revolution 1891-1924, beschrijft op prachtige wijze de constructie van de `Russische ziel', een reactie op de traumatiserende invasie van Rusland in 1812 door Napoleon. Vóór 1812 was het culturele paradigma voor de Russische elite in het petrinische Rusland eenduidig. Slaafse navolging van het westen had de hofcultuur in Sint-Petersburg gepromoveerd tot een Europese oase in een als achterlijk beschouwd land. Het mistige en mysterieuze Petersburg werd Ruslands `venster op het westen', zoals Peter de Grote (1682-1725) het graag wilde. In de stad, beschreven door Poesjkin, Dostojevski en Gogol, imiteerde de Russische elite op bijna onderworpen wijze haar achttiende-eeuwse West-Europese evenknieën. Kleding, taal, conventies, muziek, dans, opera en beeldende kunsten uit Italië, Frankrijk en Engeland bepaalden de lifestyle van de Petersburgse elite.

Peter de Grote en zijn navolgsters bereikten veel, maar Rusland werd in geen geval helemaal Europees. Onderhuids en in het achterland bleef er dat `andere' Rusland. Dat trage Rusland had al de fascinatie opgewekt van de zeventiende-eeuwse reiziger Olearius en van Astolphe de Custine, auteur van Brieven uit Rusland (1839). Hun reisverslagen bepaalden lang het westerse beeld van Rusland. Dat `andere' Rusland met zijn woede-explosies onder aanvoering van boerenleiders en pseudo-tsaren boezemde de eigen heersers angst in. Na Napoleons mislukte veldtocht eiste dat aardse Rusland, dat zich zeer patriottisch had getoond, zijn rol op. De gedemobiliseerde Russische officieren zagen hun politieke idealen met het oprollen van de Dekabristenopstand in 1825 nog vervliegen. Daarmee begrensde het tsaristische regime het debat over de eigen identiteit tot het domein van de cultuur, maar onder de volgende generatie ontspon zich een wanhopig, maar vruchtbaar debat over de vraag `wat is Russisch?'.

De Russische kinderjuffrouw, van boerenafkomst, gaf hiertoe de aanstoot, stelt Figes. Een hele generatie na 1812 groeide op met de lubok, traditionele volksprentjes, genoot van de slavische volksverhalen en sluimerde in met Russische slaapliedjes. De volkstaal, het Russisch, plukte er als eerste de vruchten van. Bewoog het Russisch zich tot Poesjkin in de Europese marge, na diens dood bevond het zich in het centrum van de mondiale literatuur. De historicus Karamzin, de politiek filosoof Tsjaadajev, Tolstoj, Moesorgski, Repin, Majakovskij, Eisenstein en al die anderen diepten hun inspiratie op uit dat volkse Rusland. Die obsessie met het volk (narod) bleef ondanks vele teleurstellingen overeind.

Scherpslijperij

Figes claimt terecht dat die volkscultuur zo onbegrensd was als de Russische ruimte, zowel in Europese als Aziatische richting. Moskou, dat door de elite van Sint-Petersburg zo werd verguisd, werd na 1812 weer opgebouwd in een mengsel van de Russische provincie met oriëntaalse kleuren en motieven. De controverse `Moskou of Petersburg' werd mede inzet van de ideologische scherpslijperij tussen slavofielen en westerlingen. Was Rusland nu Europees, Aziatisch of `uniek' en hoe moest de toekomst van het land eruit zien?

Moskou bleef onaantastbaar `Russisch', bourgondisch, en genoot faam om zijn boerse karakter. Heel anders dan het kille en kunstmatige Petersburg. Na de revolutie van 1917 nam Moskou zijn natuurlijke plaats als hoofdstad weer in. Het spirituele Moskou, dat na drie eeuwen Mongoolse overheersing tot aan de stichting van `Piter' de kern van het latere Rusland had gevormd.

Na een korte bloei van de avantgarde – Majakovskij, Malevitsj en anderen – introduceerde het nieuwe sovjetregime weer de traditionele vormen in de kunst, maar nu in gestolde ideologische vorm. Terwijl het platteland verwoest werd, zag men alom vrolijke boeren met een pijprokende Stalin. De intellectueel woonde nu in een flatje en lijkt Figes minder aan te spreken. Met de lotgevallen van Achmatova, Eisenstein en Sjostakovitsj illustreert Figes de persoonlijke verwoesting die Stalin en zijn latere cultuurideoloog Zdanov in het culturele landschap aanrichtten. Achmatova – een boegbeeld van `klassiek' Rusland – maar net zo goed Sjostakovitsj en de emigrantenschrijver Nabokov behoren tot de erflaters van de `Russische identiteit'.

Figes analyseert de `Russische ziel' via persoonlijke geschiedenissen, van Nikolaj Petrovitsj uit de Sheremetev-familie, de rijkste van Rusland, en diens onconventionele liefde voor zijn lijfeigene en operaster Praskovya tot de Dekabrist Sergej Volkonski met zijn echtgenote Maria die hem naar Siberië volgt en waar hun passie voor het `boerenleven' opbloeit. Figes bedrijft onconventionele geschiedschrijving. Zo beschrijft hij de dramatische Russische geschiedenis vanuit de optiek van het Huis met de Fontein in Petersburg, de woning van de Sheremetev-dynastie en later van Anna Achmatova. Hij breekt een lans voor een herwaardering van de erfenis van de Mongoolse overheersing en de Siberische ruimte. In de Russische cultuur is die nalatenschap overal zichtbaar, zo toont hij uitvoerig aan. In het idioom (bijvoorbeeld geld: `dengi'), het optreden van de Heilige Dwaas, zoals in de opera Boris Godoenov en in de dorpsrituelen ten oosten van de Oeral. En natuurlijk – welke buitenlander heeft zich er niet over verbaasd? – in het bijgeloof dat vanaf de perestrojka een lucratieve industrie werd.

Cliché's

Precies honderd jaar na Napoleons invasie voltrok zich de wraak van de Russische kinderjuffrouw op Franse bodem. De Ballets Russes leken een volmaakt eindprodukt van de speurtocht naar de `Russische ziel' en veroverden Parijs. De Russische identiteit met zijn hele volkse erfenis was hier uitgekristalliseerd. De grens tussen werkelijkheid en mystificatie was nauwelijks waarneembaar. Op het portret door Leon Bakst uit 1906 brengt impresario Diaghilev hommage aan zijn opvoedster: zij is op de achtergrond geportretteerd. Enige jaren later gooide de Russische Revolutie echter opnieuw olie op het vuur van de zoektocht naar de Russische identiteit.

Rusland, zo houdt Figes de lezer voor, is veel dynamischer dan we denken. Hij wijst de vele cliché's die wij van het land en zijn bewoners hebben van de hand en beschrijft een Europese cultuur verrijkt met ons onbekende uitingen uit de Byzantijnse erfenis, drie eeuwen tataarse aanwezigheid, de Siberische frontier en de Centraal-Aziatische culturen.

Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie in 1991 en de `invasie' van westerse producten, vrije markt en democratie blijkt de vraag naar de `Russische ziel' niets aan actualiteit te hebben ingeboet. De uitkomst van het debat dat in de media veelvuldig wordt gevoerd, is ongewis. Misschien fluistert ergens in Moskou of Sint-Petersburg een kinderjuffrouw of lerares wel een nieuwe Stravinsky, Repin of Achmatova zachtjes toe hoe intrigrerend en inspirerend die Russische volkscultuur, zoals uit Natasha's Dance overtuigend blijkt, wel niet is.

De waarde van Natasha's Dance ligt niet in de presentatie van nieuwe feiten, maar in de interpretatie van het reeds bekende. Het biedt cultuurminnaars een intrigrerende reis en kan ook dienen als naslagwerk, al lijdt het hier en daar aan selectiviteit. De Britse historica Rachel Polonsky verweet Figes dat hij een pastiche heeft geschreven van wat er eerder over de cultuurgeschiedenis van Rusland is verschenen, en is daarmee een van de weinige specialisten, die het boek ondanks alle tekortkomingen terecht zeer positief ontvangen hebben. Een slordigheid als dat Stravinski zijn `Sacre' in Sint-Petersburg schreef, en niet in een miserabel klein kamertje uitkijkend over het meer van Genève, had niet gemogen. En waarom is de flamboyante bard Vladimir Vysotskij, die als geen ander de stem van het volk vertolkte, afwezig? Het zijn kleine smetten op een ambitieuze, maar geslaagde onderneming.

Orlando Figes: Natasha's Dance. A cultural history of Russia. Penguin, 768 blz. €48,50. De Nederlandse vertaling verschijnt in mei bij Het Spectrum.