Een halve eeuw foeteren op god

De pianola is een intrigerend instrument. Door de spookhandjes die de muziek ten gehore brengen, soms zelfs drie of vijf tegelijk, maar ook doordat de componist geen tussenpersoon meer nodig heeft om zijn werk uit te voeren. Hij kan zelf de muziek in de rollen slaan, zoals de Amerikaan Conlon Nancarrow, die vanaf 1949 tot zijn dood alleen nog maar pianolastukken maakte, zo'n vijftig in totaal.

Voor zijn landgenoot William Gaddis was de pianola het symbool van de mechanisatie van de kunst. De pianola maakte de piano overbodig, de radio op zijn beurt de pianola, de tv weer de radio en uiteindelijk maakt de computer alles overbodig. Ook in technisch opzicht was de pianola met zijn rollen waarin gaten waren gestanst de voorloper van de Hollerith-kaarten en daardoor van de computer. Bovendien is dit hele proces van mechanisering en technologische vernieuwing exemplarisch voor het proces dat de Amerikaanse maatschappij de afgelopen anderhalve eeuw doormaakte. Heel zijn leven is Gaddis door het verschijnsel van de pianola geboeid en heeft hij materiaal verzameld voor een definitieve geschiedenis.

Tussen 1955 en 1994 publiceerde Gaddis vier romans. The Recognitions, een megaroman over vervalsingen in vrijwel elke tak van de cultuur; J R (1975), eveneens een lijvig boek over een elfjarige jongen die vanuit een telefooncel bij zijn school een financieel imperium weet te creëren; Carpenter's Gothic (1985), met 271 pagina's bijna een tussendoortje, waarin een mediaconsulent en een dito radiodominee elkaar proberen te manipuleren, en het wederom omvangrijke A Frolic of His Own, waarin allerlei soorten rechtszaken over en door elkaar heen buitelen.

Gaddis beschrijft in zijn romans telkens een aspect van de desintegratie van de Amerikaanse cultuur en zou hierom de held van de antiglobalisten moeten zijn. Daarvoor is zijn werk echter niet toegankelijk genoeg: weinig plot en structuur, vol flarden van dialogen waarbij soms niet meteen duidelijk is wie van de vele personages het woord heeft.

Agape Agape is een a-typische Gaddis. Het is kort en heeft één spreker/verteller. Aan de andere kant blijkt het de condensatie van het pianolaproject. Gaddis wist het begin van zijn studie in 1951 al in een tijdschrift te plaatsen, maar liet het project liggen voor The Recognitions. Op een van de ruim duizend bladzijden van die roman duikt overigens een uitvreter op die een geschiedenis van de pianola beweert te hebben geschreven. Twee jaar heeft hij er aan gewerkt en hij zal het geheel zelf ooit laten drukken op Japanse uienschilpapier, in perkament, goud op snee.

Toen The Recognitions slecht bleek te lopen, ging Gaddis teksten schrijven voor bedrijven. Wel begon hij aan een nieuwe roman die in de Amerikaanse Burgeroorlog speelt. Hij vond echter geen uitgever en bewerkte de tekst tot een toneelstuk, Once at Antietam. Dat stuk hield hij in zijn bureaulade.

In de jaren zestig heeft Gaddis nog een samenvatting gemaakt van het pianolaproject. Hij vond geen uitgever en die samenvatting heeft hij verwerkt in J R. De jonge hoofdfiguur J.R.Vansant heeft een volwassen vertegenwoordiger nodig en daarvoor kiest hij zijn leraar Jack Gibbs. Een alcoholische intellectueel, die dozen vol heeft met aantekeningen voor een pianolastudie en daaruit uitgebreid voorleest en uitlegt waarom de eerste `agape' uit de titel een liggend streepje op de e moet hebben. Gibbs' vriend Thomas Eigen heeft een roman gepubliceerd die een flop werd en een tweede geschreven, over de Amerikaanse Burgeroorlog die niemand wil uitgeven. Zo'n roman heeft hoofdpersoon Oscar Crease van A Frolic of His Own zelfs bewerkt tot het toneelstuk Once at Antietam. De lezer maakt kennis met een groot deel van dat stuk, want Crease wil aantonen dat zijn stuk is geplunderd voor een Hollywoodfilm.

Zo kon Gaddis zijn laden legen en toen hij zich aan het eind van zijn leven realiseerde dat hem niet genoeg energie restte voor een nieuwe roman, besloot hij van het mislukte pianolaproject een novelle te maken.

Agape Agape is een novelle over een doodzieke man die in bed ligt, onder invloed verkeert van prednison en die probeert zijn financiële nalatenschap te ordenen voor zijn drie dochters. Een koning Lear die kankert over het verval van de cultuur, het afschuwelijke van godsdienst, het reactionaire literaire klimaat in Amerika. Maar die ook vol waardering stilstaat bij het werk van literaire voorgangers als Tolstoj en gefascineerd vertelt over de geschiedenis van de pianola.

De tirades zijn kostelijk geformuleerd en krijgen een tragische lading door het naderende einde van de verteller. Ontroerend is de herhaalde verwijzing naar de dichtregel van Michelangelo over het `zelf' dat wordt afgehouden van de mogelijkheid zich te verbeteren. Door de dood weet de lezer, want het verval van Amerika valt in Agape Agape samen met het stervensproces van de verteller.

Met zijn geschiedenis van de pianola begint Gaddis al vroeg. De eerste vermelding krijgt de Fransman Vaucanson die in de achttiende eeuw een mechanische fluitist en eend maakte. Wie hierover meer wil weten, kan terecht in de bundel The Rush for Second Place die in Amerika ongeveer gelijktijdig verscheen met Agape Agape. Behalve publicaties en lezingen over literatuur en kunst zijn daarin ook Gaddis' oude stukken over de pianola opgenomen. Bezorger Joseph Tabbi heeft uit de dozen aantekeningen een bijlage gecompileerd waarin we al die uitvinders en componisten uit de novelle terugvinden. Uit die bijlage valt op de maken dat het project had moeten uitmonden in een boek dat doet denken aan USA van de modernist John Dos Passos, vol historische gebeurtenissen, personages en nieuwsfeitjes.

Typisch voor Gaddis is de vertelvorm van Agape Agape. De zieke man is een van zijn vele personages die, gebogen over dozen vol met aantekeningen en ander materiaal, daaruit tamelijk lukraak lijken voor te lezen. Die chaos is schijn, want Gaddis doseert zijn betoog zorgvuldig. Zo vertelt de zieke man indirect over zijn toestand via het begin van Thomas Bernhards roman Beton, waarin de verteller eveneens omringd is met dozen materiaal voor een project waaraan hij al decennia werkt en die eveneens prednison slikt. Een citaat uit een andere roman van Bernhard, Der Untergeher, is weer een opmaat naar een betoog over de kortste weg tussen componist en muziek.

Een belangrijke overeenkomst met Bernhard laat tekstbezorger Joseph Tabbi ongenoemd. Ging Bernhard in zijn werk hevig tekeer tegen het Oostenrijkse politieke en culturele establishment, waarin vooral de katholieke kerk het moest ontgelden, Gaddis gaat in zijn werk op on-Amerikaanse manier tekeer tegen religie. De hoofdpersoon van The Recognitions is de zoon van een dominee en het is de lezer al spoedig duidelijk waarom hij niet in de sporen van zijn vader treedt. De auteur zei zelf in 1996 tegen Der Spiegel dat hij zich in Carpenter's Gothic tegen `het vreselijke christelijk rechts' keerde, en in de lezing `Old Foes with New Faces' dat hij 'meer dan vijftig jaar zijn schenen heeft gestoten' tegen godsdienst in het algemeen.

In A Frolic of His Own zorgt de vader van de hoofdpersoon voor een groot schandaal door letterlijk God uit de rechtszaal te verbannen: `He may enjoy as much room in your hearts as you can afford Him, but God has no place in this court of law.' En in Agape Agape zet Gaddis expliciet `O Dio' naast `odium'. God naast afkeer.

William Gaddis: Agape Agape. Viking, 144 blz. €19,80

William Gaddis: The Rush for Second Place. Penguin, 182 blz. €20,45