Digitale Wunderkammers

Op het DEAF-festival in Rotterdam rennen kunstenaars met walkietalkies over de Kop van Zuid en branden `gamers' hun vingers aan de laatste computerspelletjes.

Het Global Positioning System, ofwel GPS, wordt momenteel voornamelijk gebruikt in de scheep- en luchtvaart, en voor transport. Maar het zal niet lang meer duren of de meeste telefoons hebben GPS-ontvangers, net als elke auto. In de Golfoorlog werd een GPS-systeem aan een zender gekoppeld om een verdwenen piloot op te sporen. Tijdens het hackerfestival HAL 2000 op de campus van de TU-Twente, met duizenden bezoekers die internettoegang hadden in hun tenten, fantaseerde een groep techneuten erover om GPS-systemen aan kleine digitale videocamera's te koppelen. Vervolgens zouden tientallen mensen met camera's eropuit gestuurd worden. Op de HAL-website zou je de plek van je tent op een plattegrond kunnen selecteren. Dan kon je zien wanneer een van de videocamera's in de buurt was geweest en wat er zich dan rond je tent had afgespeeld. Bijvoorbeeld: camera 20, 21.15 uur. Tycho kust Babs voor de Linux-tent.

De mogelijkheid van GPS – dat je kunt zien waar je bent of waar een ander is – prikkelt eveneens de fantasie van de Engelse kunstenaarsgroep Blast Theory, een van de deelnemers op

DEAF03, de digitale biënnale die voor de zesde keer plaatsvindt in Rotterdam. DEAF staat voor Dutch Electronic Art Festival. Het zijn de kunstenaars en cyberfreaks die, net als destijds met de webcam, nieuwe technieken onderzoeken en daarbij soms samenwerken met universiteiten. Na het gluren in menig huiskamer, aquarium en kantoor door middel van de webcam, volgde weldra het massale gluren zoals tijdens televisieshows à la Big Brother. Nieuwe technologieën staan nog zo in de kinderschoenen dat de potentie van creatief onderzoek voor het grote publiek volslagen onduidelijk is. Het vereist fantasie en soms voorkennis om te begrijpen dat juist het gefreak met techniek kan leiden tot bredere toepassingen.

Can You See Me Now?, het werk van Blast Theory, speelt zich half binnen/ half buiten af. De acteurs van Blast Theory lopen met een palmcomputer in hun hand en zijn uitgerust met een walkietalkie en een GPS. In hun zwarte uniforms, behangen met apparaten, lijken ze op cyberrechercheurs. Gedurende het festival rennen ze buiten rond op de Kop van Zuid, op jacht naar onzichtbare spelers. Deze spelers bevinden zich binnen, achter een computer in Las Palmas, en kunnen tijdens het spel met elkaar chatten. De computers staan voor een groot raam, met uitzicht op het havengebied. Op hun beeldscherm zien wij een plattegrond van de Kop van Zuid, grafisch weergegeven als een pacman-spelletje. Op de plattegrond zijn de andere aanwezige spelers en de rechercheurs weergegeven als een symbooltje. Door middel van het toetsenbord kun je je symbool over het terrein bewegen. De acteurs die werkelijk over de Kop van Zuid rondhollen, krijgen via hun GPS de posities van hun tegenspelers door. Ze communiceren met elkaar via hun walkietalkie. De cyber-recherche probeert de tegenstander klem te zetten door op dezelfde plek te gaan staan als waar de tegenspeler virtueel – dus op de plattegrond in de computer – op dat moment loopt. Lukt dat, dan is de speler dood. Op straat levert dat een hilarisch beeld op: gewapend met apparatuur rent een vijftal mensen rond langs gebouwen, om hoeken, intussen druk communicerend via hun walkietalkie, op zoek naar? Ja, naar wie eigenlijk. Zodra de rechercheurs een speler hebben uitgeschakeld, maken ze een foto van de plek waar ze hem of haar gepakt hebben. Die foto's kun je online terugzien: stoeptegels, een bosje met wat gras, een hondendrol in de goot. En natuurlijk is er een high-score die aangeeft wie het langst uit de klauwen van de acteurs weet te blijven.

Databank

V2_, het centrum voor kunst- en mediatechnologie in Rotterdam, organiseert al vanaf 1994 de DEAF-festivals, waarbij kunst, technologie en wetenschap samenvallen in internetprojecten, websites, cd-roms, interactieve installaties en discussies. Ter gelegenheid van

DEAF is er een expositie in Las Palmas en vinden er lezingen, concerten en symposia plaats. De bezoeker hoeft niet fysiek aanwezig te zijn, hij kan via de V2_website videostreams bekijken en meechatten.

Dit jaar is er gekozen voor het thema `Data Knitting': het aan elkaar breien van gegevens. Want al lijkt het verzamelen en ordenen van data, op wat voor manier dan ook, objectief – dat is het natuurlijk nooit. V2_directeur Alex Adriaansens verzon een fraaie metafoor: ,,De eerste Wunderkammer was in feite ook een databank. Mensen reisden zonder fotocamera, filmapparaat of bandrecorder naar den Vreemde, maar wilden wel wat meenemen om thuis te laten zien. De verzamelingen die tentoongesteld werden in zogenaamde Wunderkammers bestonden uit tekeningen, voorwerpen, dieren en zelfs inboorlingen. Ook in een hedendaagse database worden gegevens vergaard en geordend. Wie doet dat en met wat voor doel? Motieven om te ordenen kunnen politiek, sociaal of cultureel van aard zijn en dit heeft zijn weerslag op vormgevers. Architecten als Rem Koolhaas en MVRDV zou je grote data-stouwers kunnen noemen. Ze beschikken over een enorme hoeveelheid gegevens die ze omzetten in grootstedelijke projecten. Data-knitting, het verknopen van informatie, raakt ook de maatschappelijke discussie over het koppelen van databanken. Wat gebeurt er met onze persoonlijke gegevens? Het lichaam kun je trouwens ook zien als een databank.''

Adriaansens, gekleed in een zwart pak met roodglinsterende manchetknopen, is verleden week vijftig geworden. Het personeel van V2_ heeft voor zijn verjaardag een wereldbol laten maken, die past in een kunstwerk van Inglo Günther dat te zien is in Las Palmas. Op deze verjaardagsbol zie je per land hoe oud de mensen gemiddeld worden. In Europa is dat 78 jaar, in Midden-Afrika 47. Günther maakt zijn globes al sinds de jaren tachtig. Op de tentoonstelling staan er 25 – aardbollen gemarkeerd met de belangrijkste wereldtalen of routes van olietankers. Ook toont Günther hoe de wereld eruit komt te zien als de zeespiegel stijgt.

Adriaansens wijst naar een prachtige driemaster die voor Las Palmas ligt. Daar logeren de kunstenaars. Op de eerste verdieping wordt gebouwd aan een arena, vormgegeven door Atelier van Lieshout, waar de symposia zullen plaatsvinden. Een vrijwilligster verheugt zich op de avond van de Duitse professor communicatietheorie in Keulen, Siegfried Zielinski. Onder de naam The Three Princes of Serendip ontvangt Zielinski een mediakunstenaar en een musicus om te praten over serendipiteit als denkconcept. Serendipiteit betekent het door toeval en schranderheid ontdekken van dingen waar niet naar gezocht wordt. Zielinski gaat pasta koken voor het publiek.

Dwerghondje

De bezoeker van de tentoonstelling wordt geconfronteerd met het project Pocket full of memories. Er wordt gevraagd iets persoonlijks in te scannen in de `collectieve database' en dit vervolgens te beschrijven. Ik scan mijn linkerhand in en geef het beeld de meta-data mee: menselijk, levend, wit. Het gescande object verschijnt op een scherm in de databank. Nu kan ik mijn eigen databank samenstellen, door te kijken wie er nog meer iets menselijks heeft toegevoegd. Zo wordt inzichtelijk gemaakt wat een databank is en wat meta-data zijn en hoe onderling verbanden kunnen worden gelegd: het zogenaamde klusteren van informatie. Het herinnerde mij aan een expositie in de jaren tachtig waar bezoekers een persoonlijk voorwerp moesten afgeven dat vervolgens tentoon werd gesteld: een hoop rotzooi bij elkaar. Het verschil hier is dat mijn hand een verband kan aangaan met een dwerghondje, maar ook – door het woord wit – met een druppel bloed en een Rotterdamse dakloze.

Het spel PainStation van de twee jonge Duitsers Volker Morawe en Tillman Reiff is gebaseerd op Pong, een van de eerste populaire computerspelletjes waarbij je met behulp van twee balkjes en een blokje virtueel kan ping-pongen. Het is een onschuldig behendigheidsspel: je rijdt er geen mensen of koeien in dood en schiet geen voorbijgangers neer. Pong is voor de gemiddelde gamer een relikwie, het spel `waar het allemaal mee begon', maar nogal braaf. PainStation is niet braaf. Op de speeltafel leg je je linkerhand op een sensor, terwijl je met je rechterhand het spel speelt. Voor elke gemiste bal krijg je een stroomstoot en ondergaat je hand extreme hitte. De speler die als eerste zijn hand wegtrekt heeft verloren. Enige tijd geleden vertoonde een van mijn kunststudenten voor de klas vol trots een video van PainStation: jonge jongens speelden kermend en gillend Pong, om na afloop hun verschroeide handen als een trofee voor de camera te houden. Een studente vroeg zich af of het wel echt was. ,,Jazeker'', antwoordde haar klasgenoot, ,,'t is een van de weinige spelletjes waar je nog echt wat bij voelt.'' Waarop het meisje reageerde: ,,O ja? Cool.''

Een van de meest poëtische kunstwerken is het Global Jungle Project van Yasuhiro Suzuki, in de openbare bibliotheek bij station Blaak. Het bestaat uit een draaiend klimrek in de vorm van een metersgrote bal. De buizen lijken op de meridianen van een wereldbol. Kinderen kunnen hier overdag naar hartelust in spelen, klimmen, zich rond laten draaien. Van dit kinderspel worden video-opnames gemaakt, die 's avonds op de spijlen van de bol worden geprojecteerd. Door de globe een zwieper te geven met je hand, vormen de witte spijlen tezamen een projectie-oppervlak. Zo worden langzaam de videobeelden van het spelende grut zichtbaar. Ze lossen op in het niets zodra de bol vaart heeft geminderd.

Dutch Electronic Art Festival. T/m 9 maart op verschillende locaties in Rotterdam: V2_, Eendrachtsstraat 10; Pakhuis Las Palmas, Wilhelminakade 66-68; Calypso, Mauritsweg 5; Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20; Rotterdamse Schouwnburg, Schouwburgplein; Goethe-Institut, Westersingel 9; MAMA, Witte de Withstraat 31. Inl: 010-7501515 of http://deaf.v2.nl/