De naam van God mag niet ijdel gebruikt worden

Hirsi Ali's openhartige woorden naar aanleiding van de haar voorgelegde Tien Geboden in Trouw van 25 januari, lijken een explosief effect teweeg te brengen. De ene belediging wekt de andere op en zo dreigt een, vooralsnog gelukkig verbale, geweldsspiraal te ontstaan.

Naar nu blijkt heeft de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) VVD-leider Gerrit Zalm per brief opgeroepen maatregelen te treffen tegen zijn fractiegenote Ayaan Hirsi Ali. Tot nu toe heeft Zalm zich afzijdig gehouden onder het motto: de VVD doet niet aan theologie. Herman Philipse keurt deze zwijgzaamheid af en roept Zalm op flink van leer te trekken tegen deze poging tot beknotting van de vrijheid van meningsuiting (NRC Handelsblad, 26 februari). Alle drie de reacties schieten tekort.

Het OIC roept op om respectvol met elkaars overtuigingen om te gaan. Het ware inderdaad wenselijk dat deze norm zowel in een land als Nederland als in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië wordt nageleefd.

De reactie van Zalm wordt gekenmerkt door onverschilligheid: ieder zijn geloof, daar gaan wij in de politiek niet over. Philipse scherpt de tegenstelling tussen wij (de vrije westerse samenleving) en zij (onderdrukkende islamitische landen) aan. Dat staat stoer, maar het bevordert ook het conflict. Bovenal is het eenzijdig om de vrijheid van meningsuiting als het ware heilig te verklaren.

Het is beter te reageren vanuit een waarde die het conflict overstijgt en wel de waarde die tot uitdrukking komt in het gebod dat Hirsi Ali haar prikkelende uitspraken ontlokte: `Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken'. Hierop deed zij de ontboezeming: ,,Ik vind het verschrikkelijk dat ik, levend in een democratisch land, waar het recht op vrije meningsuiting ons grootste goed is, nog altijd te maken heb met de postume chantage van de profeet Mohammed.'' In dit kader maakte zij, bij wijze van voorbeeld, haar `beledigende opmerkingen' over de profeet.

Ze maakt echter een onjuiste inschatting van de democratische hiërarchie van waarden. In een democratisch land is vrijheid van meningsuiting niet het grootste goed. In een democratisch land heerst een dynamisch evenwicht tussen allerlei waarden, zoals er een dynamisch evenwicht heerst tussen de bevolkingsgroepen. Zo mag je in Nederland bijvoorbeeld niet het nationaal-socialisme propageren. Kennelijk geldt de vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Ook godslastering is niet onbegrensd toegestaan, laat staan aanbevelenswaardig. Het heersende verbod op smalende godslastering wordt, sinds de schermutselingen rond de erotisch-mystieke geloofsuitingen van Gerard Reve, opgevat als een oproep om niet nodeloos en opzettelijk elkaar te kwetsen in wat mensen dierbaar is: hun geloof. Hirsi Ali had dus best wat voorzichtiger mogen zijn, zonder zich monddood te hoeven laten maken.

Deze gewenste omgangsvormen vloeien voort uit de waarde die in het derde gebod tot uitdrukking komt. Wat wil dat zeggen: de naam van de Ene, uw God, niet ijdel gebruiken? Een gangbare lezing is deze: wees terughoudend met het verwijzen naar de Allerhoogste, in seculiere taal: naar een absolute waarde. Een belangrijke waarde is terughoudendheid. Een regel die er naar verwijst: `Niet God voor je karretje spannen.' En: `Je hebt de waarheid niet in pacht.' Deze regels horen bij de spelregels voor een goede communicatie. Andere zijn: de gesprekspartner aan het woord laten (dit pleit tegen spreekverboden), luisteren naar wat deze te zeggen heeft (en dit niet gaan `verklaren' uit trauma's of stoornissen) en: zelf bereid zijn getuigenis af te leggen van de overtuiging die in u leeft.

Het navolgende zou de getuigenis van fractieleider Zalm kunnen zijn: ,,We betreuren het dat u zich beledigd voelt door de uitspraken van ons Kamerlid. De vrijheid van meningsuiting biedt in ons land zowel ruimte om de leer van de islam te verkondigen als deze te bestrijden. Deze vrijheid vloeit voort uit de overtuiging dat niemand de beschikking heeft over de perfecte kennis van wat waar is. In de gemeenschappelijke zoektocht naar waarheid is het daarom toegestaan om het eigen en andermans geloof aan kritiek te onderwerpen, zo radicaal als nodig is in het belang van de goede zaak, hier: het geluk van moslimvrouwen. We zijn het met u eens dat wij bij het spreken over wat anderen dierbaar is terughoudendheid moeten betrachten. Net als u zoeken wij tastend maar onverdroten naar waarheid en gerechtigheid.''

Dr. C.N. de Groot is socioloog en theoloog en als universitair docent verbonden aan de theologische faculteit van de Universiteit van Tilburg.