De islam van het heimwee

Pakistan is, zo leren ons de media, het land waar woeste moslimhorden slechts met moeite in bedwang gehouden worden door een kleine kliek van verlichte en moderne legerleiders. Maar Pakistan is ook, zo leert ons de antropoloog Oskar Verkaaik, het land waar de mensen hun geiten een trui of jasje aantrekken wanneer het 's winters te koud wordt. Zijn boek Sayyid Pakistani en de bruiloft van de dood beschrijft een land dat beduidend ingewikkelder en interessanter is dan de clichés doen vermoeden.

Het boek wordt op het omslag aangeprezen als een `reisroman', maar het had ook aangekondigd kunnen zijn als antropologie zonder moeilijke woorden. Het leest in elk geval als een roman en zo leer je ongemerkt een hoop over Pakistan, omdat Verkaaik niet schrijft in abstracte begrippen als religieuze en etnische identiteit, maar over alledaagse ervaringen van individuele mensen. Sommige hoofdstukken vervlechten ingenieus verschillende verhaallijnen, en het Romeo en Julia-achtige verhaal van de vrijgevochten journaliste Fauzia en de vrome dorpsjongen Imdad bouwt mooi op naar zijn climax, een dramatische ontmoeting tussen deze twee extremen van het hedendaagse Pakistan.

De eigenlijke hoofdpersoon van het boek is, haast onvermijdelijk, de islam; merkwaardig genoeg wordt deze in de loop van het boek steeds veelvormiger en ongrijpbaarder, soms tot frustratie van de personages. Verkaaik heeft veel tijd doorgebracht in Pakistaanse achterbuurten, waar jeugdbendes soms nauwelijks te onderscheiden zijn van politieke partijen en religieuze bewegingen. Desondanks richt hij zich weinig op de radicaalste uitingen van het geloof, zoals de gewapende strijd tussen soennitische en sji'itische bendes in de vroege jaren negentig, waarbij soms tientallen doden tegelijk vielen. Veeleer richt hij zijn blik op de relatief apolitieke en hoogst persoonlijke vormen van religie van de overgrote meerderheid van de bevolking. Zo maakt hij duidelijk dat de veelvormige islam van het hedendaagse Pakistan ten dele is geboren uit heimwee: naar het nog ongedeelde India, naar een glorieus verleden toen de Moghuldynastie nog heerste op het continent, of naar een zuiver geloof dat niet door corrupte realpolitik bezoedeld is.

Verkaaiks personages proberen orde en betekenis te geven aan hun bestaan in een wereld waarin traditionelere, vaak sterk mystieke vormen van geloof en bijgeloof niet langer vanzelfspreken. Hun onzekerheid is niet ontstaan door een plotselinge confrontatie met het westen of de moderniteit, maar door het leven in een nieuwe staat, die zichzelf nadrukkelijk als zuiver islamitisch presenteert, maar die in werkelijkheid wordt gedomineerd door de banale politieke alledag van bestuurlijk falen, corruptie en geweld. Maar vooral ook worden ze gedreven door de liefde (zowel de hemelse als de aardse), en natuurlijk door de alomtegenwoordige dood. De passages die deze thema's aansnijden behoren tot de ontroerendste in het boek.

Doorgaans houdt Verkaaik zichzelf zorgvuldig buiten beeld, zodat zijn personages des te sterker met al hun hebbelijkheden op de voorgrond treden. Het is tekenend voor zijn schrijftalent dat ze allemaal wel iets aandoenlijks of zelfs beminnelijks krijgen. Zijn boek laat je als lezer niet alleen achter met een veel beter inzicht in de veranderende rollen van de islam in het hedendaagse Pakistan, maar ook met een sterk verlangen om zelf op pad te gaan en het land en zijn bewoners te verkennen. Een duidelijker teken dat een reisroman geslaagd is, lijkt me moeilijk denkbaar.

Oskar Verkaaik: Sayyid Pakistani en de bruiloft van de dood. Bulaaq, 223 blz. €16,90