De demografische hobbel

DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELING tikt aan. Veranderingen in het aantal mensen op aarde hebben invloed op de meest uiteenlopende elementen van het bestaan. De verhouding tussen jong en oud, het beslag op natuurlijke hulpbronnen, de kloof tussen arm en rijk, de migratiestromen, de economische welvaart, het geopolitieke gewicht van de bevolkingsomvang, de openbare financiën, de vergrijzing, de effecten van epidemieën, de pensioenen, de techniek, de cultuur – er is nauwelijks een terrein denkbaar waarop de demografie niet van betekenis is. Groei, opbouw en spreiding van de wereldbevolking zijn in hoog tempo aan het veranderen. Volgens de jongste prognoses van de Verenigde Naties (www.un.org/esa/population) zal in 2050 de wereldbevolking zijn toegenomen van de huidige 6,3 miljard mensen tot 8,9 miljard. Dat is een stijging van bijna 50 procent, maar de stijging vlakt in hoog tempo af en de prognose voor 2050 is lager dan twee jaar geleden werd verwacht. Het nieuwe inzicht is gebaseerd op twee veronderstellingen: een verdere daling van het geboortecijfer en de verwoestende effecten van sterfte door aids.

Zoveel is zeker, de opbouw en spreiding van de wereldbevolking zullen in de komende vijftig jaar dramatische veranderingen ondergaan. Europa wordt een bejaardenhuis, in meer dan dertig landen zal sprake zijn van een krimpende bevolking (onder meer Italië, Japan, Oost-Europa en Rusland), in steeds meer landen zal de helft of meer van de bevolking ouder dan vijftig jaar zijn. Het aandeel van zestig-plussers zal in welvarende landen toenemen van 19 tot 32 procent. De levensverwachting in 2050 zal zijn toegenomen tot 74 jaar, in welvarende landen tot 82 jaar en in arme landen 73 jaar. Aan de andere kant van het spectrum zien de armste landen hun bevolking nog steeds het hardst groeien en blijft de levensverwachting achter op 67 jaar. Het beeld van 2050: verviervoudiging van de bevolking in de Sahel, het Midden-Oosten en delen van Afrika. India zal met anderhalf miljard mensen het bevolkingsrijkste land ter wereld zijn.

DE GROOTSTE TOENAME van de bevolking zal plaatsvinden in landen waar nu al veel mensen wonen. Ondanks de daling van het geboortecijfer tot onder het vervangingsniveau in sommige van deze landen, zullen India, Pakistan, Nigeria, de Verenigde Staten, China, Bangladesh, Ethiopië en Congo voor de helft van de totale bevolkingsgroei in de wereld tot 2050 verantwoordelijk zijn. De Verenigde Staten? Daar ligt het geboortecijfer boven dat van Europa en bovendien trekt de Amerikaanse magneet immigranten aan. Hierdoor blijft de Amerikaanse bevolking relatief jong en gaat de vergelijking met `oud' Europa in demografische zin op. Aids zal zijn verwoestende sporen in bevolkingsrijke landen (India, China) en vooral in Afrika trekken. In de ernstigst getroffen landen – Botswana, Lesotho, Namibië, Swaziland, Zimbabwe, Zambia en Zuid-Afrika – zal de bevolking in absolute omvang dalen door de aids-epidemie. In sommige Aziatische landen zullen de effecten zichtbaar worden van de sociaal-culturele seksevoorkeur voor jongens als nageslacht. Door prenatale selectie en grootschalige abortus op meisjes zal er een steeds schevere sekseverhouding ontstaan.

Voor een toenemend aantal landen biedt de demografische overgang van hoge naar lage bevolkingsgroei een eenmalige gelegenheid voor extra economische groei. Namelijk in de periode waarin de aanwas van jongeren drastisch terugvalt en het aantal ouderen nog niet groot is. De generatie economisch actieven bevindt zich dan op het optimum zonder de last van verzorging voor inactieven. Grote ontwikkelingslanden in Azië en Latijns Amerika bevinden zich in deze demografische fase en kunnen de komende decennia hun welvaart vergroten.

HET BEELD is dus zeer gemengd. Tegenover de veelbelovende vooruitzichten van een toenemend aantal landen staan de scenario's van door aids getroffen regio's, de onbeheersbare bevolkingsgroei in de armste landen, de ontvolking van Centraal-Europa, de vergrijzing van West-Europa. Dit heeft verregaande implicaties. Er zal sprake zijn van migratiedruk van arme naar rijke landen en de vergrijzende landen zullen steeds grotere behoefte hebben aan de import van arbeid. Naarmate meer Europeanen afscheid nemen van een werkend bestaan zal een groter deel van de productie zich verplaatsen naar bevolkingsrijke lagelonenlanden. China en India zullen de goedkope werkplaatsen van de wereld worden. Door de vergrijzing zal Europa de dynamiek van de relatief jonge Amerikaanse bevolking steeds meer ontberen. Aangezien vrouwen langer leven dan mannen, zal in Europa het relatieve gewicht van oudere vrouwen in de bevolking toenemen, terwijl buiten de grenzen van Europa in landen waar sprake is van achterstelling van meisjes een overaanbod bestaat van jonge mannen die niets liever willen dan de Middellandse Zee oversteken.

Het zal enige generaties vergen voordat de effecten van de bevolkingsexplosie die in de 20ste eeuw is ingezet, zijn verwerkt. Pas in de tweede helft van deze eeuw zal de wereldbevolking in omvang gaan afnemen. Eerst moet het proces van vergrijzing worden doorlopen. Deze demografische hobbel is onontkoombaar en even ingrijpend als de snelle groei uit het verleden. Op de gevolgen ervan kan niet indringend genoeg gewezen worden.