Conventie onder druk door Irak en amendementen

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, zei gisteren dat de komende weken bepalend zullen zijn voor het slagen of mislukken van de Conventie over de toekomst van Europa. Hij maakt zich grote zorgen.

De verdeeldheid binnen de Europese Unie over de Irak-crisis dreigt de conventie te overschaduwen. Conventievoorzitter Valéry Giscard d'Estaing riep echter net als Fischer op om zich niet neer te leggen bij de bestaande meningsverschillen. Ook de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin, zei in de plenaire vergadering van de conventie dat de internationale toestand juist reden is om diep na te denken over het Europese buitenlands beleid. ,,Bepalend is de politieke wil om tot een ambitieus resultaat te komen'', ondersteunde zijn collega Fischer.

De conventie met vertegenwoordigers van regeringen, nationale parlementen en het Europees Parlement, wil een ontwerp voor een constitutioneel verdrag van de EU maken. Na een jaar discussie hield de conventie gisteren het eerste debat over ontwerpen van verdragsartikelen. Voor zestien artikelen waren niet minder dan 1.200 amendementen ingediend. De behandeling van lawines amendementen dreigt de conventie in grote tijdnood te brengen.

De Europese regeringsleiders hebben de conventie tot juni de tijd gegeven om met een ontwerp-verdrag te komen. Ze willen daarna zelf over de definitieve tekst van een constitutioneel verdrag onderhandelen. Sommige conventieleden dringen aan om tot oktober door te werken. Maar voorzitter Giscard zei dat alleen de regeringsleiders daarover kunnen beslissen. Om teveel haastwerk te voorkomen heeft de conventie gisteren op aandrang van onder andere Nederland besloten om meer plenaire zittingen te houden dan was gepland.

Toch raken steeds meer conventieleden ervan overtuigd dat zij geen consensus zullen kunnen vinden over de gevoeligste onderdelen van een nieuw verdrag. Het betreft vooral het buitenlands beleid en de bevoegdheden van de Europese instellingen, waarbij de verdeling van de macht binnen de EU in het geding is.

Frans Timmermans, PvdA-Kamerlid, verwacht dat deze kwesties onbeslist op het bord van de Europese regeringsleiders geschoven zullen worden. Ook Teija Tiilikainen, vertegenwoordigster van de Finse regering, zegt dat de meningsverschillen over de verdeling van bevoegdheden binnen de EU zo groot zijn, dat de conventie veel zaken aan de onderhandelingen tussen de regeringsleiders zal moeten overlaten.

Een moeilijkheid bij de conventie is dat de leden niet over verdragsteksten stemmen. Een tweede moeilijkheid is dat regeringsvertegenwoordigers in de conventie het signaal kunnen geven dat hun landen bij de latere onderhandelingen tussen regeringsleiders iets niet zullen aanvaarden. Bij die onderhandelingen hebben alle landen vetorecht.

Verwarrend is het wanneer een regeringsvertegenwoordiger, zoals de Nederlander Gijs de Vries, een standpunt inneemt dat niet gedeeld wordt door de Nederlandse parlementaire vertegenwoordigers in de conventie. Zo zijn Hanja-Maij Weggen en René van der Linden (beiden CDA) het net als Frans Timmermans (PvdA) en Wim van Eekelen (VVD) het niet eens met amendementen die Gijs de Vries namens Nederland heeft ingediend.

    • Ben van der Velden