Betaal controle bedrijfsleven uit de publieke middelen

Nu Nederland zijn eigen Enron-schandaal heeft in de vorm van de ineenstorting van Ahold, pleit Arjen van Witteloostuijn voor nieuwe spelregels en regelbewakers.

Achter de façade van de betrouwbare kruidenier op de hoek heeft zich bij Ahold een schaduwsysteem van dubieuze financiële praktijken ontwikkeld. Hoewel de boekhoudkundige ins en outs complex zijn, is het resultaat eenvoudig: omzetten en winsten zijn kunstmatig opgeschroefd. Ahold staat niet alleen, maar is een geruchtmakende top van de ijsberg die aandeelhouderskapitalisme heet.

Ahold is lange tijd populair geweest in financiële kringen omdat het deed wat van een trouw aandeelhouderswaardebedrijf werd verwacht. Een agressieve expansiestrategie werd gekoppeld aan ambitieuze doelstellingen met het oogmerk de beurswaarde jaar na jaar op te schroeven. Het klapstuk was de overneming van US Foodservice in het jaar 2000 voor 3,6 miljard dollar. De reeks overnemingen kon op de golf van koersstijgingen eenvoudig worden gefinancierd.

Lange tijd is Ahold in staat geweest aan de hoge verwachtingen te voldoen: expansie werd gecombineerd met winstgroei en koersstijgingen. En elk jaar weer werd waargemaakt wat door de aandeelhouderswereld wordt verwacht van moderne beursfondsen: het rendenment was hoger dan het jaar ervoor. Conform dezelfde filosofie van aandeelhouderswaardemanagement werd de interne aansturing en beloning van het management gemoderniseerd: een manager kon een hogere bonus tegemoet zien naarmate haar of zijn bedrijfsonderdeel een hogere bijdrage leverde aan de creatie van economische aandeelhouderswaarde. Door koersstijging op winsttoeneming te stapelen kon Ahold zich ontpoppen als een aandeelhouderswaardelieveling. Helaas: met de stimulering van deze vicieuze cirkel van telkens meer van het financiële zelfde heeft het bedrijf zijn eigen graf gegraven.

De roep om voortdurende verhogingen van rendementen stuit immers na verloop van tijd op onvermijdelijke grenzen. Natuurlijk: na 10 procent kan 12 procent worden gerapporteerd. En daarna kunnen 14 en 16 procent volgen. Et cetera. Steeds meer wordt echter steeds moeilijker. De interne druk moet daarom permanent worden opgevoerd. De continue noodzaak en wenselijkheid van verdere prestatieverhogingen worden vertaald in steeds ambitieuzere interne streefgetallen, waarvan menige bonus afhankelijk wordt gemaakt.

Helaas: acquisities hebben de hardnekkige neiging om na de beginjaren van euforie vooral teleurstellingen te produceren. Onderzoek na onderzoek heeft aangetoond dat na verloop van tijd ongeveer 70 procent van de acquisities zelfs waarde vernietigt in plaats van creëert. Omdat daarnaast de mogelijkheden tot interne groei beperkt zijn, bereikt de vicieuze cirkel van rendementstijgingen op enig moment een onvermijdelijk omslagpunt. Daarna is Leiden, ook in Zaandam, in last. De aandeelhouderswereld verwacht immers nog altijd voortdurende prestatieverbeteringen, die door het topmanagement in de regel ook braaf worden beloofd.

Deze externe druk in combinatie met het interne beloningssysteem maakt de verleiding om over te gaan op creatief boekhouden buitengewoon groot. Wegens de grote boekhoudkundige vrijheid en de cultuur van financiële hebzucht is de grens met informatiemisleiding en regelrechte fraude vervolgens vaag.

Wat elke manager in Verweggistan doet, is niet makkelijk traceerbaar voor hoofdkantoren. Juist de onderneming die het vlaggenschip van Aholds expansiestrategie vormt, US Foodservice, is op inmiddels opvallende wijze in de voetsporen van die andere voormalige beurslieveling – Enron – getreden. Zelfs in de ogenschijnlijk transparante wereld van de detailhandel kunnen omzetten en winsten kunstmatig worden verhoogd door gederfde inkomsten of werkelijke promotiekosten creatief in de boeken te verwerken ter meerdere eer en glorie van het bewerkstelligen van de verlangde prestatieverbeteringen en dito bonusverhogingen. Daarmee sluit Ahold aan in de groeiende rij van dubieuze praktijken van Enron, Landis, WorldCom, KPNQwest en vele andere oud-boegbeelden van de Nieuwe Economie van de jaren negentig in de vorige eeuw.

De vraag is: wie volgt? De aandeelhouderswaardecultuur uit de jaren negentig van 'nooit genoeg en altijd meer' baart zijn eigen monsters, en daarmee zijn eigen crisis. Het is hoog tijd dat hieruit lering wordt getrokken. Natuurlijk: niet alle bedrijven trappen in dezelfde valkuil. Aanbidding van de moderne mode van een dominante aandeelhouderswaardefilosofie maakt het echter moeilijker om Ahold- en Enron-achtige gedragingen te voorkomen. De voortdurende jacht op hogere rendementen is onhoudbaar, van financiële hebzucht wordt uiteindelijk slechts een enkeling beter, en het toezicht op het bedrijfsleven is te vaak een wassen neus. Hopelijk wordt de manie van aandeelhouderswaarde, inclusief de bijbehorende ontsporingen van de beloningssystemen, opgenomen in het geschiedenisboek van geneeslijke bedrijfsziekten. Het pakket van geneesmiddelen bestaat uit bijvoorbeeld de introductie van verdergaande bevoegdheden voor aandeelhouder- en werknemersgremia, de stimulering van vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen, de herregulering van financiële markten, de inrichting van werkelijk onafhankelijke en kritische Raden van Commissarissen, en de hervorming van het onbetrouwbare systeem van boekhoudkundige controle.

Waar het om gaat, is een verandering van de spelregels en de regelbewakers. Natuurlijk kan een voetbalwedstrijd zonder eenduidige regels en zonder een actieve scheidsrechter bijzonder vreedzaam verlopen. De kans op ontsporingen is echter veel groter. Geldzucht, ijdelheid en slordigheid zijn en blijven immers van alle tijden. Ook vrije marktwerking vraagt daarom om regelgeving met het oogmerk de schaduwzijden daarvan zoveel mogelijk te beperken. Door andere belanghebbenden dan het topmanagement van zinvolle bevoegdheden te voorzien worden de voorwaarden voor een evenwichtige belangenbehartiging geschapen. Aandeelhouders en werknemers kunnen bijvoorbeeld perverse managementbonussystemen corrigeren. In de context van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden financiële belangen afgewogen tegen milieu- en sociale effecten. Een effectieve regulering van de financiële markten kan bescherming bieden tegen malversaties. Aan de ene kant kunnen contraproductieve praktijken in de sfeer van bijvoorbeeld optieregelingen simpelweg worden verboden.

Aan de andere kant kan een krachtige toezichthouder, die de pakkans vergroot en de strafmaat verhoogt, een afschrikwekkende werking hebben. Raden van Commissarissen, in Nederland en daarbuiten, bestaan te vaak uit managementklonen, ten gevolge waarvan creatief en kritisch toezicht wordt belemmerd. Bedrijfsgoden kunnen scherp worden gehouden met behulp van regelmatige confrontaties met advocaten van de duivel. Dat vraagt om een diverse samenstelling van Raden van Commissarissen met onafhankelijke buitenstaanders uit andere werelden dan de kleine kring van ongeveer 200 Nederlandse beroepscommissarissen.

Ten slotte is boerenverstand voldoende om te begrijpen dat de bestaande constructie waarbij de te controleren onderneming de accountant-controleur betaalt, ook voor allerlei andere diensten, een negatieve invloed heeft op de onafhankelijkheid van de accountant. In extremis kan zelfs worden beargumenteerd dat de controle van het bedrijfsleven een publiek goed is, dat daarom uit algemene middelen moet worden betaald. Met deze en andere systeemwijzigingen kunnen uiteraard niet alle Aholden en Enronnen van deze wereld worden tegengehouden, maar het maakt de kans op monstergeboorten in ieder geval veel kleiner.

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar Strategie aan de University of Durham (Groot-Britannië) en hoogleraar Economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.