Ayaan Hirsi Ali 8

Met de gezamenlijke brief van de ambassadeurs van vele islamitische landen zijn wij in Nederland tot geestelijk bezet gebied gemaakt.

De brief is een aanslag op mijn geestelijke vrijheid, waarbij ik me persoonlijk door de brief van de gezamenlijke ambassadeurs bedreigd voel.

De brief klaagt, weliswaar via de VVD, direct de grondwettelijk verankerde vrijheid van meningsuiting in Nederland aan, maar is dus ook tegen mij gericht. De keus om de brief naar de VVD te sturen en niet naar een officier van justitie laat de bedoelde lading ervan zien: geen confrontatie met het Nederlandse gezag, maar infiltratie van de politieke en publieke opinie, die in feite gechanteerd wordt door minderheden-onrust in het geding te gaan brengen. De brief sust die minderheden dus niet en mag daarmee als verkapte waarschuwing en dreigement gelden. Of je hem uiteindelijk zo wilt hanteren is een tweede, maar hij biedt islamitische groeperingen weinig speelruimte.

Verder laat de aan Zalm gestuurde brief, die zeker niet buiten diverse regeringen om zal zijn opgesteld, zien hoe eensgezind de islamitische politieke wereld wil zijn als het om haar eigen rechtvaardiging gaat. Die moet blijkbaar van buiten af aangedragen worden en vindt in zichzelf kennelijk geen (politiek) rustpunt.

Een bonte keur van regimes heeft medeondertekend: van geleide democratieën tot barbaarse sharia-dictaturen. En daartussen dan ook nog gebroederlijk Irak. Met de duidelijke reactie van zoveel islamitische staten op Hirsi Ali Ayaans woorden (de woorden slechts van één mens) laat het de kloof zien tussen een (eruit afgeleide) niet-individu-gerichte religieuze visie van de wereld van de islam en de geseculariseerde, op mensenrechten gebaseerde samenlevingswil van de westerse wereld.

Een voorproefje van stellingnames bij een mogelijk komende oorlog `tegen Irak'? Met vrijheidsbedreiging is geen compromis te sluiten. Wel met een wederzijds respect voor onderlinge fundamentele verschillen. Hoe anders had de brief kunnen zijn, als deze als toonzetting had gehad het aanbod van een liefdevolle wederopneming van Hirsi Ali Ayaan in een vernieuwde islamitische gemeenschap die kon vergeven.