`Als ik een Thai zie, wil ik hem slaan'

,,Alle Thai kijken op ons neer'', zeggen alle Cambodjanen. De aanval vorige maand op de Thaise ambassade in Phnom Penh moest er komen. Dat is nu eenmaal de uitkomst van de geschiedenis.

,,Thailand heeft altijd trucs en listen gebruikt om land van ons af te pakken.'' De 15-jarige Chantha Yuthea heeft net geschiedenisles gehad, dus hij zal het wel weten. Het is half één en in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja, zit de schooldag er dan op. Chantha Yuthea en zijn klasgenoten steken de onverharde straat over, springen over een open riool en koersen aan op het kraampje van de frisdrankenverkoper. Daar proberen ze overeenstemming te bereiken over wat de meest lafhartige Thaise streek is die de geschiedenisleraar ze ooit heeft verteld.

,,Geld in de jungle'', roept de 14-jarige Kuch Chimda. De jongens en meisjes knikken. ,,Thaise soldaten strooiden ooit geld in de jungle'', legt hij uit, ,,en Cambodjanen kapten alle bomen om dat geld te vinden. Toen de jungle weg was, veroverden de Thai het land, maakten er landbouwgrond van en hielden ons als slaven.'' Het komt volgens de kinderen niet meer goed tussen de buurlanden. ,,Als ik een Thai zie, wil ik hem slaan'', zegt de oudste.

Een paar honderd meter van de middelbare school, aan Straat 21, staat het resultaat van die emotie. Het is de Royal Phnom Penh. Het hotel is volledig uitgebrand. Voor de half ingestorte lobby staan geblakerde autowrakken. Het hotel is van een Thaise eigenaar. Tot een maand geleden was dat geen groot probleem. Toen braken plots anti-Thaise rellen uit. Plunderaars overvielen Thaise bedrijven en de Thaise ambassade en stichtten er brand. Thailand was woedend en verbrak onmiddellijk alle betrekkingen met zijn oostelijke buur.

Aanleiding voor de veldslag was een door Cambodjaanse media verspreid, maar volledig uit de lucht gegrepen gerucht. Een populaire Thaise soapactrice zou hebben gezegd dat ze pas optreedt in Cambodja als dat het duizend jaar oude Angkor-tempelcomplex teruggeeft aan Thailand. ,,Dieper kun je ons bijna niet beledigen'', zegt Heng Samnang, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Phnom Penh. ,,Angkor is het enige waar we echt trots op zijn. We ontlenen er onze identiteit aan. Het staat niet voor niets in onze vlag. Dat die actrice zoiets nooit heeft gezegd, dat weet ik, maar doet er niets toe. Thai leren op school al dat Angkor van Thailand is. Schandalig, maar niets nieuws voor oudere Cambodjanen zoals ik. Wel voor die ontvlambare jonge generatie.''

Dat de vonk juist nu oversloeg wijten diplomaten aan de verkiezingen straks in juli. Naar verluidt hebben nationalistische politici de hand gehad in verspreiding van het `Angkor-gerucht' en in de aanval op Thaise doelen. Honderden politiemannen stonden met de armen over elkaar de plunderingen en brandstichtingen gade te slaan.

Professor Samnang twijfelde er nimmer aan dat de vijandige gevoelens ooit tot een uitbarsting zouden komen. ,,Dit stond al heel, heel lang te gebeuren. Wat verwacht u anders als je vanaf de lagere school al gevoed wordt met antipathie jegens Thailand. Ik probeer mijn studenten duidelijk te maken dat ze hun hele leven maar met één oog hebben gekeken. `Geschiedenis heeft altijd twee kanten', zeg ik. `Bent u soms Thai?', vragen ze dan een beetje dreigend.''

,,Kwamen de Thai maar weer terug'', verzucht Sem Ngo. Ze heeft het enige restaurant annex kruidenierswinkeltje dat in de buurt van het nu verlaten, roetzwarte, Thaise ambassadegebouw staat. ,,Toen de rellen uitbraken, zijn we allemaal weggerend. Sindsdien verkoop ik bijna niets meer. En dat komt allemaal door Phkay Pruek.'' Ze is nog altijd kwaad op de Thaise soapactrice. Dat haar `Angkor-belediging' van A tot Z een verzinsel is, weet de winkelier niet. Bijna niemand weet dat in Cambodja, ook niet een maand later. ,,Ik ga mijn winkel verkopen, want ik geloof niet dat dit nog goed komt.''

Zij die over 's lands vrede en verdraagzaamheid moeten waken, vrezen hetzelfde. ,,Alle Thai kijken op ons neer, dat is het probleem'', zegt Cay Sovannara op een felle toon die je niet van een boeddhistische monnik zou verwachten. ,,We horen net dat Cambodjaanse monniken in Thailand nu geen aalmoezen meer krijgen.'' Hij leeft in Wat Ounalom, een van de belangrijkste tempels van Phnom Penh, gebouwd in 1443 om een haar van Boeddha te herbergen. ,,Zijn lessen kunnen we de jonge generatie niet leren'', stelt de monnik mismoedig vast, ,,ze zijn heetgebakerd en luisteren niet naar ons.''

In plaats daarvan stelt die generatie vast dat het rijke Thailand zich aan het straatarme Cambodja opdringt. Thaise bedrijven hebben grote belangen in de agrarische sector, het bank- en verzekeringswezen en telecommunicatie. Thaise export domineert Cambodjaanse winkels, er zijn Thaise tv-zenders en Thaise vliegmaatschappijen leveren de toeristen af in – vooral – Angkor, waardoor veel buitenlanders nog denken dat het wereldwonder in Thailand staat ook.

Daar heeft zelfs de meest bedachtzame professor van het land het moeilijk mee. ,,Thailand is louter geïnteresseerd in economisch gewin'', verklaart professor Samnang. De Thaise regering werkte volgens hem zelfs samen met Pol Pot, de leider van de Rode Khmers die twee miljoen doden op hun geweten hebben. ,,Toen ze niets meer aan Pol Pot hadden, kwam Thailand pas met kritiek op het Rode Khmer-bewind.''

Maar na de rellen heeft Thailand dan toch eindelijk een foutje gemaakt, gniffelt de historicus. ,,Ze gooiden alle grenzen dicht en daardoor konden toeristen niet meer naar Angkor. Maar het enige land dat goed aan die tempels verdient, is Thailand. Angkor is allang van Thailand, economisch gezien. Maar zeg dat niet tegen mijn studenten.''