Zevenmijlsaanpak

HET PROBLEEM van een oorlog tegen Irak is de publieke opinie – met name buiten de Verenigde Staten. Zelfs de loyaalste bondgenoot van Washington, de Britse premier Tony Blair, worstelt ermee. Zijn optreden gisteravond in het Lagerhuis was sterk, en hij kan inmiddels bogen op een meerderheid in het parlement die zijn Irak-beleid steunt, maar de Britse bevolking is allerminst overtuigd. Hetzelfde geldt voor Blairs rebellerende partijgenoten, die de premier gisteren de lastigste uren uit zijn loopbaan bezorgden. Het soort oorlog dat de VS willen voeren – een preventieve, zonder dat sprake is van een duidelijke casus belli – roept wereldwijd alleszins begrijpelijke weerstanden op. Ook in Groot-Brittannië, dat zich nimmer heeft gedrukt om de wapens ter hand te nemen als dat nodig was. Mocht de strijd dadelijk beginnen, dan kan juist het aspect van de afkerigheid van het Britse publiek van deze oorlog een bedreiging voor de motivatie te velde vormen. Het vecht anders als militairen weten voor wie ze vechten, en voor welke zaak en met steun van het thuisfront.

In die zin hebben de belligerenten, als het oorlog wordt, hun zaken slecht voor elkaar. Bush noch Blair is erin geslaagd andere landen massaal over de streep te trekken. De weerstanden tegen een militaire actie zijn enorm. Intussen wordt de afstand tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld, met name Europa, steeds groter. Dat blijkt wel uit toon en inhoud van een toespraak die Bush gisteravond in Washington hield. Amerika's nieuwe veiligheidsdenken stond hierin centraal, alsmede de ontwapening van Irak en de vraag wat er daarna in het land en de regio moet gebeuren. Volgens Bush moeten sinds 11 september 2001 de gevaren van deze tijd ,,actief en met kracht'' worden bestreden, ,,omdat ons land het slagveld is van de eerste oorlog van de 21ste eeuw''. Onverhuld sprak hij over zijn doel: verandering van regime in Bagdad. Een nieuw regime moet dienen als voorbeeld van vrijheid voor andere landen en kan bijdragen aan hervorming en democratie in het Midden-Oosten, meent Bush. Overigens zal Irak, voordat er een nieuw bewind zit, voorlopig onder Amerikaans bestuur worden geplaatst.

HET IS ADEMBENEMEND, de snelheid van denken en de ambities van de Amerikanen. Terwijl in de rest van de wereld nog in de verste verte geen eenheid bestaat over een mogelijke oorlog, terwijl in de VN volop wordt gebakkeleid over een tweede resolutie, terwijl de wapeninspecties nog aan de gang zijn – waaraan Irak overigens maar mondjesmaat meewerkt – terwijl hier en daar nog serieus rekening wordt gehouden met een vreedzame oplossing, heeft Washington het al over de fase na de volgende fase. Regeren is vooruitzien, en het is meegenomen dat nu duidelijkheid bestaat over Bush' intenties, maar zijn zevenmijlsaanpak zal de Amerikaanse zaak bij het Europese publiek geen goed doen. Nog afgezien van lastige vragen over `democratie in het Midden-Oosten'.

Oorlog voeren in deze regio is alleen al om de moeilijk in te schatten risico's ongewenst. Maar niet tot iedere prijs. Oorlog hoeft niet de slechtste oplossing te zijn, zoals de Franse president Jacques Chirac steeds zegt. Ook hij kwam gisteren onder vuur te liggen. Een flink deel van zijn eigen partij in de Assemblée Nationale wil niet dat Frankrijk een veto in de Veiligheidsraad uitspreekt tegen een tweede resolutie die de weg effent voor geweld. Dit lijkt goed nieuws voor Washington, maar daar blijft het bij. Het CBS-interview gisteravond met Saddam Hussein zal door Bush c.s. met gemengde gevoelens zijn bekeken. De dictator kwam eruit als een bedachtzaam man die weet wat hij doet en wil, in de huidige propagandaslag een winstpunt. Dat is het kwalijkste: Saddam als triomfator in een kakofonie van oorlogsretoriek, diplomatiek geruzie, verdeeldheid en burgerweerzin tegen een mondiaal conflict.