Steun informele sector in de Derde Wereld

Ontwikkelingshulp is te veel gericht op officiële kanalen, meent Abdullah Mohamoud.

De armen in het Zuiden zijn niet gebaat bij ontwikkelingshulp. Het merendeel van de armen in de derdewereldlanden heeft wel iets aan de `informele' handel. De ontwikkelingshulp ondersteunt de regeringen en de `formele' economie van tal van derdewereldlanden, die nu een blok aan het been zijn geworden.

Een concrete aanwijzing dat het hulpbeleid niet helpt en soms zelfs averechts werkt, is dat deze formele nationale sectoren (overheid én economie) die het grootste deel van de ontwikkelingshulp hebben ontvangen de afgelopen 25 jaar in de meeste derdewereldlanden minder productief zijn geworden of zijn ingestort. De toestand in veel Afrikaanse staten toont dit aan.

Deze concrete realiteit ondersteunt de stelling die Piet Emmer op 8 februari op de Opiniepagina heeft geponeerd: Geen continent heeft ooit met hulp een ander continent ontwikkeld. Volgens Emmer is het daarom tijd om eens ernstig in te gaan op de logica en de verhouding tussen hulp en ontwikkeling.

Staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Agnes van Ardenne stelde op 18 februari dat wij de armen niet alleen door handel maar zeker ook door hulp kunnen helpen. Volgens haar verkeren de armen in het Zuiden nu niet in de positie om deel te nemen aan een markteconomie wegens het gebrek aan een gezonde binnenlandse infrastructuur in de vorm van goede wegen, havens, spoorwegen enzovoorts. De tweede reden is volgens Van Ardenne dat in veel ontwikkelingslanden politieke instabiliteit, wanorde en oorlog heersen, die onwettige praktijken zoals smokkel, wapenhandel, et cetera toestaan. Beide stellingen zijn empirisch te betwisten.

Ten eerste drijven de armen in het Zuiden al handel onder elkaar en houdt die hen in leven, niet de hulp die naar de corrupte regeringen gaat die niets om hen geven. Deze handel noemen we de informele economie en hij bloeit nu in allerlei landen en streken in de Derde Wereld. Hij is in elk geval in het Afrika, dat ik ken, op dit moment de redding van miljoenen arme en gewone Afrikanen. Deze informele handel is inmiddels de grootste vrije-markteconomie in Afrika, die meer dan 60 procent van de binnenlandse rijkdom voortbrengt. Sinds het einde van de jaren tachtig zijn er bijvoorbeeld interregionale markten opgekomen die verbindingen hebben met Congo, Soedan, Oeganda en nog verder gelegen landen. Deze handel wordt hoofdzakelijk gedreven door kleine handelaren, in het bijzonder vrouwen.

Ten tweede bestaat het merendeel van de goederen in deze informele handel, anders dan Van Ardenne beweert, niet uit drugs en wapens maar uit eerste levensbehoeften. De goederen op deze markten zijn bijvoorbeeld merendeels levensmiddelen, kleding, koffie, goud en benzine. De handel is een rationele economie die berust op relatieve voordelen. Zo voert Congo goud en koffie uit in ruil voor levensmiddelen en benzine uit Oeganda. De informele handel neemt een enorme vlucht en wordt niet alleen over land gedreven maar ook van kust tot kust, waardoor ver van elkaar gelegen landen als Senegal en Guinee-Bissau worden verbonden met Kenya en Somalië. Terwijl tegelijkertijd de formele economie van de meeste landen in Afrika een krimpend proces is, dat elke dag meer mensen de informele economie in drijft. Als gevolg daarvan is de informele handel voor grote delen van de Afrikaanse maatschappij inmiddels de normale manier van het leven geworden, en hét middel van bestaan.

Belangrijker is nog dat de ontwikkeling van deze informele economie in tal van landen en streken onvermijdelijk heeft geleid tot de regionale en lokale opkomst van alternatieve vormen van macht en legitimiteit die de handel regelen. In dit opzicht zijn de nationale regeringen en de formele economische instellingen, die nog altijd het grootste deel van de ontwikkelingshulp ontvangen, niet meer nodig omdat ze ondoelmatig zijn geworden.

Misschien is het wel tijd om het geld van de ontwikkelingshulp deels naar de informele sector van de economie en de bijbehorende regionale en lokale instellingen te sluizen. Het is noodzakelijk om een veiligheidsnet te steunen en doeltreffender de informele handel te reguleren, want op het ogenblik is dat de enige economie die rechtstreeks en op verschillende manieren de armen helpt.

Van Ardenne hoeft niet ongerust te zijn over het gebrek aan infrastructuur. Als de armen in de Derde Wereld voldoende overhouden aan de handel, zullen er ook zonder hulp wegen, spoorwegen en bruggen worden aangelegd.

Dr. Abdullah Mohamoud is Afrika-deskundige.

Dit is het vierde artikel over het nut van ontwikkelingshulp. De eerdere bijdragen verschenen op 8, 18 en 25 februari en zijn na te lezen op www.nrc.nl

WWW.NRC.NL/DISCUSSIE:: Is ontwikkelingshulp nog van deze tijd?