Sharon maakt nieuwe vijanden

De Israëlische premier Sharon presenteert vandaag zijn nieuwe kabinet in het parlement. Netanyahu is geen minister van Buitenlandse Zaken meer.

Premier Ariel Sharon heeft bij de formatie van de meest rechtse regering uit Israëls geschiedenis meer zware politieke vijanden in eigen kring gemaakt dan goed is voor het functioneren van zijn nieuwe ploeg. Alsof er geen Palestijnse kwestie is en de economie niet aan de rand van de afgrond balanceert werd de kabinetsformatie gisteren gedomineerd door het uitvechten van een vete tussen de 75-jarige Sharon en zijn veel jongere rivaal Benjamin Netanyahu. In eerste instantie applaudisseerden de Israëlische media voor de geniale valstrik die Sharon voor Netanyahu leek te hebben uitgezet toen hij hem Financiën aanbood. Netanyahu's wereld stortte ineen toen hij als minister van Buitenlandse Zaken aan de kant werd gezet.

Sharon moet ervan overtuigd zijn geweest dat Netanyahu er niet over zou piekeren wel als minister van Financiën aan te blijven. Veel roem valt daar niet te halen nu de Amerikanen Israël miljarden dollars minder willen schenken dan gevraagd. Met zijn aartsrivaal buitenspel zou Sharons formatiepuzzel mooi in elkaar passen. Silvan Shalom die voor Netanyahu van Sharon ook een schoktherapie kreeg toen hem het ministerie van Financiën werd ontnomen, werd later op de dag met Buitenlandse Zaken tevreden gesteld.

Op dat moment leek het ministerie van Financiën vrij voor Ehud Olmert. Deze doorgewinterde politicus had het burgermeesterschap van Jeruzalem neergelegd om op dit ministerie zijn campagne voor het leiderschap van Likud te bouwen. Absoluut zeker van de belofte van Sharon dat hij de nieuwe minister van Financiën zou worden wandelde Olmert stralend door de wandelgangen van het parlement. Zijn wereld stortte ineen toen Netanyahu na lang beraad tegen Sharons verwachting in Financiën aanvaardde en er nog allerlei voorwaarden bij bedwong zoals het plaatsvervangend premierschap. Olmert die de coalitieonderhandelingen zo briljant had gevoerd, werd door Sharon afgevoerd. Misschien neemt hij alsnog genoegen met een lichte portefeuille. Maar zeker is dat Sharon er politieke vijanden bij heeft.

Sharon, die op het slagveld voor hetere vuren heeft gestaan, heeft daar geen moeite mee. Het is ook voor Sharon duidelijk dat verlichting van Israëls economische en sociale misère afhangt van beëindiging van de Israëlisch-Palestijnse oorlog. Tussen de nationalistische anti-Palestijnse signatuur van zijn regering en het regeringsprogramma heerst topspanning. Daar staat zwart op wit in dat Israël via tussenoplossingen de stichting van een Palestijnse staat aanvaardt. Wat doen dan de extremistische Nationaal Religieuze Partij en Nationale Unie in de regering? Beide partijen zijn om ideologische redenen vierkant tegen de stichting van een Palestijnse staat op historische joodse grond.

Maar ook voor deze contradictie is een oplossing gevonden. Als het ooit zover komt, zal Sharon de stichting van een Palestijnse staat in stemming brengen in de regering. Als deze nationalistische partijen uittreden zou de Arbeidspartij kunnen inspringen om Sharon en Israël te redden.

Ondertussen is het ministerie van Bouwnijverheid in handen van de NRP. Niemand hoeft er dus aan te twijfelen dat er flink in de nederzettingen zal worden gebouwd. Nieuwe nederzettingen worden in het regeringsprogramma uitgesloten. Maar expansie van bestaande niet. Overigens moet het ontslag van Netanyahu op Buitenlandse Zaken niet worden uitgelegd als het begin van een soepelere Palestijnse politiek. Het is pure wraak. Sharon is niet vergeten dat premier Netanyahu hem tijdens de kabinetsformatie in 1996 als laatste bij zich liet komen.