Scepsis groeit in Slovenië

De crisis rond Irak en het beleid van Washington ondergraaft in Slovenië de animo voor het NAVO-lidmaatschap – ook al tekende Slovenië onlangs de pro-Amerikaanse verklaring van Vilnius.

Het aantal Slovenen dat voor toetreding van hun land tot de NAVO is, daalt snel: in december was nog vijftig procent van de Slovenen voor het NAVO-lidmaatschap. Een maand later was dat percentage gedaald tot 44 en nu is nog maar 37 procent voor de toetreding. Het gaat er dus om spannen als de Slovenen zich op 23 maart in een (overigens niet-bindend) referendum over het lidmaatschap van de NAVO èn de Europese Unie gaan uitspreken.

Nu was de NAVO in het kleine Slovenië met zijn weinig martiale tradities nooit bijzonder populair – veel minder populair dan de EU in elk geval (waar 62 procent van de Slovenen bij wil horen). Maar de Irak-crisis, het Amerikaanse optreden in die crisis en de vrees in een gewapend conflict meegesleept te worden hebben de belangstelling voor de NAVO verder uitgehold – en dat terwijl het lidmaatschap van EU en NAVO wel de eerste prioriteit van de regering is. Die regering zelf verliest inmiddels óók snel terrein: had in december nog 63 procent van de Slovenen vertrouwen in de regering, nu geldt dat nog maar voor 47 procent.

De Sloveense handtekening onder de verklaring van Vilnius van 5 februari heeft tot heftige binnenlandse discussies geleid. In die verklaring plaatsten tien Oost-Europese landen zich vierkant achter het Amerikaanse Irak-beleid. Het kwam de tien op een kwade uitval van de Franse president Chirac te staan. Hij hield de Oost-Europeanen voor dat ze beter hun mond hadden kunnen houden en dat ze hun kansen op toetreding tot de EU schaadden. In minder dreigende termen uitte Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, soortgelijke kritiek.

Dat de Sloveense minister van Buitenlandse Zaken Dimitrij Rupel de verklaring had ondertekend viel bij velen slecht, want, zo redeneerden ze, Chirac was wel te ver gegaan (,,Frankrijk is simpelweg niet geloofwaardig omdat het altijd alleen op zijn eigen belangen let'', zo oordeelde maandag het blad Delo), maar het past anderzijds Slovenië niet om dociel en kritiekloos aan de leiband van Washington te lopen. In sommige media vroeg men zich af of de verklaring van Vilnius niet het resultaat was van Amerikaanse chantage.

Na `Vilnius' is de kritiek op minister Rupel niet mals geweest. Hij gaf op één dag drie onderling nogal uiteenlopende verklaringen over de Irak-crisis af, hetgeen een Sloveense diplomaat deed verzuchten dat zijn ministerie de weg geheel kwijt was. ,,We bewijzen totaal onrijp te zijn.'' Rupel zou verder hebben nagelaten vóór ondertekening van de verklaring van Vilnius premier Anton Rop en president Janez Drnovšek te consulteren – hetgeen hij kwaad tegensprak. Premier Rop nam vervolgens ondubbelzinnig afstand van zowel de verklaring van Vilnius als zijn minister. Slovenië, zei hij, heeft de publicatie van de verklaring flink vertraagd en was sowieso het laatste van de tien landen dat tekende. Sommige passages in de verklaring waren ,,behoorlijk grof''. ,,Eerlijk gezegd was Slovenië niet bijzonder blij'' met delen van de tekst, aldus Rop. Hij wentelde moeiteloos de schuld af op Rupel: ,,De minister vond dat we ons [bij de verklaring] moesten aansluiten. Ik geloof dat hij geen grote fout heeft gemaakt.''

De parlementscommissie van Buitenlandse Zaken – ook al gepasseerd door Rupel – wijdde een spoeddebat aan de verklaring van Vilnius. Daar kwam de minister zo zwaar onder vuur te liggen dat hij uitriep: ,,Als u probeert mij of de regering te onthoofden over de verklaring van Vilnius, moet u wel weten dat u ook de Europese Unie onthoofdt.''

Voor het blad Delo mag ,,het ongeleide projectiel'' Rupel per direct opstappen. ,,De minister personifieert de grootste trauma's van het Sloveense buitenlandse beleid: grenzeloze loyaliteit aan Amerika, gebrek aan solidariteit met Europa, een wegzinken in de grijsheid van Oost-Europa en van landen zonder mening en zonder geloofwaardigheid.'' Zijn vertrek zou ,,een opluchting zijn voor het publiek en voor de politici''.

Maar Rupel vervangen vlak ná de verklaring van Vilnius en vlak vóór het referendum van 23 maart is onmogelijk, zo weet ook Delo. ,,Hij lijkt wel minister voor het leven.'' En dus blijven de problemen: dat van Rupel, dat van de boosheid van leiders als Chirac, en dat van de dalende belangstelling voor de NAVO. Maandag hield premier Rop zijn landgenoten nog eens voor dat een `nee' tegen de NAVO leidt tot een ,,lager niveau van nationale veiligheid'', een stijging van de defensie-uitgaven en problemen bij het leger. Maar of de Slovenen naar Rop luisteren, is de vraag: hij wordt overstemd door lawaai uit Washington, New York en Brussel.