Preiloos Papendorp

De volkstuinders van Hoge Weide in Utrecht moeten verkassen naar Papendorp. Maar het Gemeenteplan voor een nieuw, modern complex met standaardhuisjes `onder architectuur' slaat niet aan.

Hapje voor hapje knabbelen gele shovels aan volkstuinencomplex Hoge Weide. Tenminste, zo subtiel oogt het voor de ruim honderdduizend automobilisten die hier dagelijks passeren en die de afgelopen weken het zuidelijk deel van het complex zagen verdwijnen om plaats te maken voor de verbreding van de A2. Maar als je de snelweg bij de schoorstenen van de Utrechtse elektriciteitscentrale verlaat en de smalle parallelweg neemt, het verbogen hek doorgaat waarin de letters van de naam van het complex zijn verwerkt, dan lijkt het eerder of een wrekende god heeft huisgehouden. Op de omgewoelde vlakte staat eenzaam een grote kantine, binnen brandt een haardvuur.

Achter het raam hangt een briefje: ,,In verband met bezettingsproblemen en functionele eisen die aan een beheerder en medewerk(st)ers gesteld worden zijn wij vandaag helaas gesloten. Dit zal dit jaar nog meerdere malen voorkomen.'' Dat schreef de secretaris in maart 2000. Op een tweede briefje, gedateerd juli 2001, staat dat de poort gesloten is ,,van globaal zonsondergang tot zonsopkomst o.a. door de vele diefstallen en vernielingen die op en aan de verschillende eigendommen worden aangebracht''. Samen illustreren de brieven van het bestuur de langzame teloorgang van Hoge Weide.

Al in 1972 verschenen de eerste krantenberichten over de verbreding van de A2, maar pas in de jaren negentig werd het ernst. Van oudsher schuiven volkstuinders een stukje verder als de stad oprukt, maar ook in de periferie zijn de benodigde hectares tegenwoordig steeds moeilijker te vinden. Bovendien moeten volkstuinen aan steeds meer wettelijke eisen voldoen: waterschappen accepteren geen lozing op sloten meer, de brandweer vindt gevelkachels op butagas te gevaarlijk en zelfs welstandscommissies proberen grip te krijgen op de rommelige terreinen.

Het AVVN, het Algemene Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland, realiseerde zich halverwege de jaren negentig dat de positie van zijn 25.000 leden op termijn onhoudbaar is en kwam op het idee om volkstuinen te combineren met andere functies. In de bundel Samen leven, samen beleven noemt het AVVN voorbeelden als stadscampings, blindenroutes, speeltuinen, trimparcoursen en beeldentuinen. De gemeente Utrecht ging nog een stap verder en koos, de ideeën van meervoudig ruimtegebruik indachtig, voor een combinatie van volkstuinen en kantoren. Dit volkstuinencomplex-nieuwe-stijl moest aan de overzijde van de A2 komen, op het punt waar net de nieuwe brug over het Amsterdam-Rijnkanaal is opgeleverd.

Het ontwerp voor Papendorp is afkomstig van West 8, 's lands meest vooraanstaande bureau voor landschapsarchitectuur. Advocaten en notarissen komen er te werken tussen groene tuinen, waar ook ,,de oude man met een tas prei op de brommer'' komt. ,,De gemeente krijgt er een groenlocatie bij die niet hoeft te worden onderhouden'', zei Theo Reesink van West 8 bij de presentatie. Het moest allemaal pico bello worden: geen Gamma-huisjes maar een standaardhuisje `onder architectuur'.

Helaas bleek het modelhuisje tweemaal zo duur te zijn als een prefab-bouwsel en dat konden de oude tuinders zelfs met subsidie niet betalen. De aansluiting op riolering en elektriciteitsnet betekende weliswaar een stap voorwaarts, maar maakte verhuizing nog duurder. Het gebakkelei over de vergoeding voor de oude huisjes kostte veel tijd en langzaam haakte de ene na de andere tuinder af. Sommigen stopten helemaal, anderen namen elders een tuin of verkasten naar een camping. Langzaam verloederde Hoge Weide: huisjes werden onderverhuurd aan illegalen, 's nachts sliepen er zwervers en steeds vaker werd er ingebroken. Na moeizame onderhandelingen wist het bestuur de verplichte dure huisjes te schrappen, maar de leegloop was niet te stuiten.

,,Het heeft allemaal te lang geduurd'', zegt Cor in de kantine, ,,van de tweehonderd tuinders gaan er uiteindelijk maar een stuk of vijftien, twintig mee naar de overkant.'' Vanmorgen heeft ze koffie gezet voor de handvol vrijwilligers die bezig is met de ontmanteling van de laatste 72 huisjes, nu stapelt ze de stoelen weer op. Zelf gaat ze ook mee naar Papendorp: ,,Ik kon wel naar tuinencomplex Ons Genot, maar dat gaat ook een keer voor de bijl. En ik moet een tuin, met postzegels verzamelen zit je ook maar steeds op een stoel.''

De hoop voor het nieuwe complex is gevestigd op de 25 verse leden, meer dan de helft heeft zijn lidmaatschap als secundaire arbeidsvoorwaarde gekregen van de advocatenkantoren die daar inmiddels zijn verrezen. En ,,de oude man met een tas prei op de brommer''? Die figureert alleen op de promotiefolders voor Papendorp.