Politiek: geen actie na brief van OIC

De politieke partijen in Den Haag hebben vooralsnog terughoudend gereageerd op een brief van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) aan VVD-leider Zalm over uitspraken van het Kamerlid Hirsi Ali. Weliswaar omschrijven ze de gisteren uitgelekte brief als `gênant', maar ze zien geen aanleiding om de regering tot stappen te bewegen. Nederlandse moslimorganisaties daarentegen toonden begrip voor de stap van de OIC-staten.

De 56 landen tellende OIC stelde in de vorige week verzonden brief aan VVD-leider Zalm dat het Kamerlid Hirsi Ali haar ,,grove'' opmerkingen in een recent interview over de profeet Mohammed terug moet nemen en daarvoor excuses moet aanbieden. Ook waarschuwden ze dat zulke uitlatingen tot onrust tussen moslims en de rest van de Nederlandse samenleving zouden kunnen leiden.

Het VVD-Kamerlid Wilders, dat zich bezighoudt met moslim-extremisme, was minder terughoudend dan zijn partijleider Zalm gisteren, die had gezegd geen dreigement te hebben bespeurd in de brief. Wilders noemt de actie van de ambassadeurs ,,een gotspe''. ,,Dit kan niet: landen die zelf niet alleen niet democratisch zijn, maar ook nog in sommige gevallen intolerantie en extremisme exporteren, komen ons, de VVD, een beetje de les lezen over wat wel en niet mag in het kader van de vrijheid van meningsuiting!'', aldus Wilders.

,,Als ik Zalm was, zou ik dit niet terzijde schuiven als een privé-kwestie van Hirsi Ali'', zei GroenLinks-leider Halsema. Zij had de gewraakte uitspraken van Hirsi Ali over de profeet naar eigen zeggen ,,smakeloos'' gevonden, maar noemt de brief een ,,grove inbreuk op de individuele vrijheden van een Kamerlid'' en vindt dat dit een actiever verdediging van de VVD-leider vergt. Volgens D66-woordvoerder buitenland De Graaf ,,neigt'' de brief van de ambassadeurs naar ,,inmenging in binnenlandse aangelegenheden'', maar is er nog geen noodzaak voor de minister van Buitenlandse Zaken om in te grijpen. ,,Maar dit moet niet te vaak zó gebeuren'', aldus De Graaf. Overigens heeft de D66-fractie de kopie van de brief nooit ontvangen.

Haci Karacaer van de Turkse moslimorganistie Milli Görus heeft begrip voor de brief. ,,Het is logisch dat vanuit het Oosten het Westen nu eens aanmanend wordt toegesproken. Dat gebeurt ook voortdurend andersom.'' Karacer meent dat het ,,uitspreken van hun zorg per brief een middel is dat past in deze moderne tijd''. Gelukkig heeft men, volgens hem, zijn toevlucht niet gezocht tot een fatwa (banvloek), die eerder over de schrijver Salman Rushdie werd uitgesproken.

A. Tonca van de Turkse Islamitische Culturele Federatie zegt niet verbaasd te zijn dat de uitspraken van het VVD-Kamerlid tot ,,internationale reacties'' hebben geleid. ,,Haar uitlatingen zijn voor moslimlanden niet acceptabel'' Tonca signaleert, net als de OIC, dat in Nederland onder het mom van vrijheid van meningsuiting moslims geschoffeerd mogen worden.