Omzien in wrok

Ogenschijnlijk zit er nog weinig schot in de formatie. De onderhandelaars van CDA en PvdA tasten af wat hun politieke groeperingen inhoudelijk bindt. Dat is een taai proces, want beide partijen moeten eerst in het reine zien te komen met onvoldoende verwerkte emoties. De felle verwijten uit de vorige verkiezingscampagne echoën nog na. Een jaar geleden, in de aanloop naar de verkiezingen voor gemeenteraad en Tweede Kamer, voerden de lijsttrekkers Balkenende en Fortuyn felle oppositie tegen de `puinhopen van paars'. Het onderwijs zou zijn verwaarloosd, wachtlijsten in de zorg werden door hen aan de kaak gesteld. De onveiligheid op straat stond symbool voor de beweerde mislukking van het sinds 1994 gevoerde beleid. Beschikbare cijfers illustreren dat oud-premier Kok en zijn collega's reden hebben zich miskend te voelen.

Als maatstaf voor de inspanningen van de overheid worden de collectieve uitgaven vaak uitgedrukt als aandeel van het bruto binnenlands product (bbp). Onder het paarse bewind is deze `uitgavenquote' flink gedaald, van 0,56 tot 0,48. Op het eerste gezicht duidt de val van de uitgavenquote inderdaad op verwaarlozing van het publieke domein. Na acht jaar paars bewind legden de collectieve uitgaven immers beslag op een aanzienlijk kleiner deel van de waarde van de binnenlandse productie. De eerste verrassing is dat de daling van de uitgavenquote plaatshad vóór 1999. Onder het tweede kabinet-Kok bleef het niveau van de collectieve uitgaven schommelen rondom de 48 procent van het bbp.

Ook het eerste paarse kabinet heeft geen slachting aangericht onder de collectief gefinancierde voorzieningen. De loonsom van het overheidspersoneel slokte in 2002 een groter deel van het bbp op dan in 1994 en 1998. Het aantal agenten, leerkrachten, verpleegkundigen en zo meer moet dus flink zijn toegenomen. Zo niet, dan betekent de hogere loonsom dat ambtenaren in vergelijking met werknemers in de marktsector meer zijn gaan verdienen. Beide verklaringen duiden niet op verwaarlozing van het publieke domein. Dit blijkt ook uit de begrotingscijfers. De onderwijsuitgaven, uitgedrukt als aandeel van het bbp, lagen in 2002 hoger dan in 1994, de collectief gefinancierde zorguitgaven waren zelfs fors hoger. Verder voerde het tweede kabinet-Kok de investeringen in de infrastructuur op. Het gaat vooral om nieuwe spoorverbindingen, met name de Betuwelijn en de hogesnelheidslijn. Dit zijn allebei onrendabele projecten, maar dat is het punt niet. Het enige product waarvoor de uitgaven zijn gedaald is de landsverdediging. Paars heeft gretig vredesdividenden geïncasseerd, die nog hoger hadden kunnen zijn wanneer politici en de top van de krijgsmacht hun vredestichtende ambities hadden getemperd.

De krimp van de collectieve sector valt te rijmen met grotere financiële inspanningen voor zorg, politie, onderwijs en infrastructuur, doordat de overheid ongehoord veel heeft bezuinigd op drie andere posten. Allereerst was veel minder geld nodig voor de sociale uitkeringen, vooral door de sterk verbeterde toestand van de economie. Sinds het midden van de jaren negentig kwamen er 1,1 miljoen banen van ten minste twaalf uur per week bij en is het aantal uitkeringsontvangers drastisch verminderd. Verder is de aanspraak op nabestaandenpensioen versoberd toen de vroegere AWW werd vervangen door de Algemene Nabestaandenwet. Ten slotte heeft de privatisering van de Ziektewet (ZW) de uitgavenquote met ongeveer twee punten gedrukt. Voordien betaalden werkgevers ZW-premie aan sociale fondsen waarop zij het aan verzuimende werknemers uitgekeerde ziekengeld konden verhalen. Sinds 1996 zijn werkgevers verplicht het loon van hun zieke werknemers gedurende ten hoogste een jaar uit eigen kas door te betalen, een risico waartegen zij zich desgewenst in de markt kunnen verzekeren. Collectieve uitgaven en collectieve lasten zijn door deze maatregel gedaald, de ziektekosten van bedrijven niet of veel minder.

De tweede post die veel minder geld vergt is de rente die de overheid op staatsleningen moet vergoeden. De begrotingstekorten liepen in de jaren negentig terug, dus hoefde minder te worden geleend. Daarnaast is hoogrentende schuld vervroegd afgelost en kon de staat bij de plaatsing van nieuwe schuld profiteren van de gedaalde rentestand. Bij de derde post gaat het om leningen aan bedrijven en instellingen, en bepaalde subsidies. Die zijn in omvang verminderd, vooral doordat jaarlijkse subsidies voor sociale woningbouw in 1995 in één keer zijn afgekocht.

Kortom, de krimp van de overheid ging de afgelopen acht à negen jaar niet ten koste van de financiële middelen voor door burgers gekoesterde voorzieningen, zoals zorg, onderwijs en politie. Aan verwijten over paarse puinhopen zullen de inmiddels afgezwaaide paarse oudgedienden nog steeds met een mengeling van verwondering en bitterheid terugdenken. Door overheidsproducenten geleverde diensten laten soms veel te wensen over, maar dat komt niet in de eerste plaats door geldgebrek en paarse bezuinigingswoede. Verbetering van de doelmatigheid en de kwaliteit van collectief gefinancierde diensten wordt daarmee de grootste uitdaging voor het nieuwe kabinet, bovenal nu in de aankomende magere jaren wél op aanzienlijk minder geld voor overheidsvoorzieningen moet worden gerekend.

    • Flip de Kam