Fiat is er nog lang niet

Paolo Fresco's vertrek als topman van Fiat vervult in ieder geval één van de voorwaarden die nodig zijn voor een bliksemsnelle ommekeer bij het Italiaanse industrieconcern. Maar zijn ontslag en de benoeming van Umberto Agnelli als zijn opvolger zullen niet genoeg zijn om Fiat er weer bovenop te helpen. Om beleggers ervan te overtuigen dat Fiat zijn problemen serieus neemt, is ook een blauwdruk voor de integratie van Fiat Auto bij General Motors nodig, evenals de verkoop van Toro en FiatAvio voor een goede prijs. Gezien Fiats terughoudendheid om een competitieve veiling van Toro te organiseren en een claimemissie te lanceren, is het nog maar de vraag of het bedrijf de volledige reikwijdte van de problemen onder ogen ziet.

Niettemin betekent de terugkeer van Agnelli, na twintig jaar in de coulissen te hebben vertoefd, dat Fiats controlerende aandeelhouder zich opnieuw op het familiebedrijf heeft geconcentreerd. Jarenlang hebben de Agnelli's toegestaan dat buitenstaanders de boel in het honderd lieten lopen bij het bedrijf dat een eeuw geleden in een Turijnse garage werd opgericht door Umberto's grootvader.

Onder Fresco en voormalig uitvoerend directeur Paolo Cantarella is Fiat de weg ingeslagen van een rampzalige diversificatie, door posities op te bouwen in de sectoren dienstverlening, energie, financiën, zware apparatuur en robotica. Maar in plaats van een Italiaanse variant van General Electrics is Fiat vandaag de dag een amateuristisch conglomeraat, dat in geen van de sectoren waarin het actief is heerst. De koopzucht ging ten koste van de autodivisie.

Toch zou het oneerlijk zijn om degenen die zijn vertrokken alle schuld in de schoenen te schuiven. In sommige opzichten deed Fresco werkelijk zijn best om Fiat de moderne tijd in te sturen, ondanks de beperkingen die het familie-eigendom hem oplegde. Toen DaimlerChrysler drie jaar geleden 12 miljard dollar voor Fiat Auto bood, kon Fresco dat bod niet aanvaarden, ook al wist hij zeker dat hij dat eigenlijk wel had moeten doen. Om de gevoeligheden bij de familie Agnelli te sussen regelde hij het recht om de autodivisie vanaf volgend jaar aan General Motors te verkopen. Deze overeenkomst lijkt op dit moment, tegen de achtergrond van de problemen bij Fiat en de achteruitgang van de Europese automarkt, niet bepaald waardevol. Maar zonder die overeenkomst had Fiat al lang geleden de steun van zijn banken verloren.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld