De OIC heeft geen enkele macht

De acties van de Organisatie van de Islamitische Conferentie leiden zelden tot een concreet gevolg. De club is te verdeeld.

Net als de Organisatie van niet-gebonden landen en andere massagroeperingen is de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) een machteloze praatclub. De massa op zichzelf garandeert dat daadkracht ontbreekt.

De 56 leden, landen met een islamitische meerderheid, hebben tegengestelde belangen – neem Irak en Koeweit. Besluiten over zaken die ook maar enigszins gevoelig liggen kunnen daardoor niet worden genomen of zelfs serieus besproken, afgezien van de gebruikelijke retoriek. En alles wat met de islam te maken heeft ligt gevoelig.

Gisteren bleek dat de Organisatie van de Islamitische Conferentie een brief heeft gestuurd aan VVD-leider Zalm, waarin zij eist dat VVD-kamerlid Hirsi Ali haar opmerkingen over de profeet Mohammed, recentelijk in Trouw, terugneemt. De brief ging naar alle fracties in de Tweede Kamer, de Nederlandse regering en Kamervoorzitter Weisglas.

De Organisatie van niet-gebonden landen, opgezet als tegenwicht tegen de rivaliserende blokken rond de Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie, heeft ooit nog van zich doen spreken. Dat was toen in de Derde wereld krachtige leiders functioneerden als de Indonesische president Soekarno en de Egyptische president Nasser. De Islamitische Conferentie Organisatie heeft het nooit zover gebracht.

De OIC werd in 1969 opgericht. Een korte studie van de resoluties die ministers- en topconferenties in de loop der jaren hebben aangenomen geeft aan dat dezelfde onderwerpen steeds terugkeren zonder dat er een concreet vervolg aan wordt gegeven. Het is immers voor de leden geen enkel probleem om zich verbaal zorgen te maken over de kwestie-Jeruzalem. Hoe verder, dat is de vraag. En die wordt door de organisatie nooit beantwoord.

In de marge van de niet-gebonden top in Maleisië hebben de 48 aanwezige OIC-leden zich de afgelopen dagen zorgen gemaakt over de kwestie-Irak en zelfs, volgens de Maleisische premier Mahathir Mohamad, gebruik van olie als drukmiddel overwogen om een aanval op Irak af te wenden. Het staat echter nu al vast dat tijdens de komende spoedtop in Qatar op 5 maart (als die doorgaat) daartoe niet zal worden besloten.