Cultuurnota moet minder vol

Demissionair staatssecretaris C. van Leeuwen (Cultuur) heeft gisteren in een brief aan de Raad voor Cultuur advies gevraagd over zijn plan om een aantal kunstinstanties niet meer via de Cultuurnota, maar via de twee cultuurfondsen van het rijk te subsidiëren. Het plan is bedoeld om de werkdruk op de Raad voor Cultuur – die over de Cultuurnota adviseert – te verkleinen.

Bij de presentatie van de cultuurbegroting vorig jaar september kondigde Van Leeuwen reeds zijn plan aan om muziekensembles, productiehuizen en werkplaatsen in de sector theater, muziek en dans te laten subsidiëren via het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten (FAKP). Festivals en podia uit die sector zouden hun aanvraag aan het Fonds Podiumprogrammering en Marketing (FPPM) moeten richten. Het gaat om ongeveer 80 instellingen, 22 procent van de instellingen die in de Cultuurnota zijn opgenomen. De Federatie van Kunstenaarsverenigingen (FVKV) en belangenvereniging Het Vierde Kwartaal, waarin de zomerfestivals zijn verenigd, zijn tegen het plan. Zij zien de overheveling als degradatie, en vrezen dat de zekerheid van vierjaarlijkse subsidie, in de Cultuurnota, wordt vervangen door de onzekerheid van éénjarige – en projectsubsidies. De Raad voor Cultuur verwacht eind maart het advies klaar te hebben.