Blair ontketent met Irak-politiek revolte

De Britse premier Tony Blair heeft gisteravond de grootste opstand in honderd jaar Britse politieke geschiedenis ontketend, toen 121 van zijn eigen Labour-parlementariërs – bijna eenderde van de fractie – een motie steunden die zegt dat er nog geen dwingende argumenten zijn voor een oorlog in Irak.

De motie haalde het niet, maar kreeg steun van in totaal 199 parlementariërs, een derde van het Lagerhuis, onder wie 13 Conservatieven en 52 Liberal Democrats. Het huis nam met 434 tegen 124 stemmen wel een regeringsmotie aan waarin staat dat Irak een laatste kans heeft gekregen om vreedzaam te ontwapenen. Daarmee heeft Blair formeel groen licht gekregen voor zijn huidige standpunt. Maar de omvang van de revolte onderstreept hoe verdeeld zijn partij en de rest van het parlement zijn over actie met VN-steun.

,,Wij moeten hier, vandaag, in deze Kamer zeggen dat dit het moment niet is, dat de bewijsvoering niet rond is en dat oorlog met alle gevolgen daarvan nu het antwoord niet kan zijn'', zei Chris Smith, een gematigde Labour-parlementariër en ex-minister tijdens een verhit debat van zes uur. ,,Dit is een klemmend pleidooi van het parlement om van de roltrap te stappen die naar oorlog leidt'', zei Graham Allen, een andere Labour-backbencher.

De premier probeerde voor de stemming het tij te keren door te herhalen dat een tweede VN-resolutie, waarover in New York wordt onderhandeld, voor hem van het hoogste belang is én kans heeft van slagen. Ook zei hij dat het besluit tot oorlog nog niet is genomen. Maar zijn standpunt dat hij ook bij een ,,onredelijk veto'' in de V-raad 40.000 Britse troepen in actie kan laten komen, lijkt door de stemming volkomen ondermijnd. Dat kan zijn politieke overleven bedreigen, zeker wanneer de korte, relatief bloedeloze campagne waarop hij en president Bush hopen, verkeerd gaat. Een groot aantal partijgenoten dat gisteren zijn motie wel steunde maakte al duidelijk die steun in te zullen trekken als Londen en Washington buiten de VN om optreden in Irak.

Het Lagerhuis herhaalde gisteren wat een miljoen demonstrerende Britse burgers twee weken geleden al zeiden: dat Blair het land de facto heeft uitgeleverd aan een escalerende Amerikaanse `oorlogsagenda' voor Irak. Die mening heeft ook buiten de Labourfractie postgevat. ,,Ik ontkom niet aan de verdenking dat de koers naar oorlog die we nu zijn ingeslagen vele maanden geleden is uitgezet, hoofdzakelijk in Washington'', zei Kenneth Clarke, een prominent lid van de Conservatieve Partij en oud-minister van Financiën. Er is ,,nog steeds tijd voor vreedzamer alternatieven'', aldus Clarke. Charles Kennedy, chef van de Liberal Democrats, die ook voor de `nog niet'-motie stemde, zei dat Londen en Washington bij afwezigheid van een definitief oordeel door de VN-inspecteurs ,,kortsluiting'' veroorzaken in de besluitvorming.

Nog niet eerder zou een Brits premier het land dan in een oorlog hebben gestort die op zo weinig steun kan rekenen. De één-op-twee verhouding in het Lagerhuis die vindt dat de diplomatieke mogelijkheden nog niet zijn uitgeput, weerspiegelt de peilingen. Daar staat tegenover dat veel twijfelaars wel bereid zijn een oorlog te steunen, als aan alle voorwaarden is voldaan. Dat maakt een tweede VN-resolutie voor Blair zo cruciaal.

Irak lijkt, althans voor het moment, in de Labourpartij net zo'n splijtzwam te zijn als `Europa' voor de Tories. Maar degenen die al jaren klagen dat de volksvertegenwoordiging door de centralistische regering wordt gemarginaliseerd, juichten gisteren. Zij konden zeggen dat hun stem is gehoord en dat het parlement zichzelf met een serieus, bij vlagen indrukwekkend debat een dienst had bewezen.