Zinloze hittegolf

Augustus in Israël is verzengend heet. ,,De maand heeft geen nut en leidt nergens toe'', zegt regisseur Avi Mograbi, terwijl hij recht in zijn eigen camera kijkt. Mograbi's film August documenteert de ergernis, het ongeduld, de steeds op het punt van exploderen verkerende gemoedstoestand van een heel volk in wachtkamers, op straat en in het verkeer, vooral wanneer er een camera in zicht is. ,,Voor wie filmt u?'', is de vraag die de regisseur steeds opnieuw moet beantwoorden.

Uiteraard is niet alleen het weer de oorzaak van de diepe malaise. De politieke metafoor van de kleine ergernissen is minstens zo evident als in de Palestijnse tegenhanger van August, Elia Suleimans Divine Intervention. Had Mograbi zich beperkt tot deze momentopname van de psychologische staat van beleg in Tel Aviv, dan was het een boeiende, bescheiden tegenhanger geweest van Suleimans film.

Mograbi geeft net als Nanni Moretti, die in Aprile zijn woede over de verkiezingsoverwinning van Berlusconi kwijt wilde, zichzelf een hoofdrol. De monologen van de filmmaker zijn tot daar aan toe, maar het gezeur van zijn vrouw (Mograbi met een handdoek op zijn hoofd geknoopt) en producent (Mograbi met een omgedraaide baseballpet) voegt weinig toe, evenmin als de casting van verschillende actrices voor de rol van de weduwe van een moordlustige joodse kolonist. Dan wordt het narcisme van Avi Mograbi onverdraaglijk, in plaats van een welkome afwisseling en een instrument van dramatische vervreemding.

August. Regie: Avi Mograbi. Met: Avi Mograbi. In 10 theaters (Docuzone).