Zalm moet ambassadeurs grondig de les lezen

De VVD moet zich wel degelijk mengen in debatten over de islam wanneer die door mensen als Ayaan Hirsi Ali worden aangezwengeld. Door afzijdig te blijven handelt de VVD naïef, laf en onverantwoordelijk, meent Herman Philipse.

Er zijn momenten waarop van een politiek leider staatsmanschap wordt verwacht in plaats van politieke slimmigheidjes. Zo'n ogenblik kwam voor VVD-fractieleider Gerrit Zalm op donderdag 20 februari, toen de ambassadeurs van Maleisië, Soedan, Saoedi-Arabië en Pakistan hem verrasten met een onderhoud over de uitspraken die VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali had gedaan in Trouw van 25 januari over de profeet Mohammed en de islam. Zalm reageerde handig maar faalde jammerlijk als staatsman.

De ambassadeurs traden op namens de Organisation of the Islamic Conference, waarvan 21 landen in Nederland zijn vertegenwoordigd, waaronder Soedan, Iran, en Irak. De ambassadeurs zeiden zich zorgen te maken over de negatieve stereotypen van de islam die na 11 september 2001 in het westen zijn ontstaan en verzochten Zalm twee dingen: de VVD moest zich officiëel distantiëren van de visie van Hirsi Ali en haar ertoe brengen publiekelijk spijt te betuigen en haar mening in te trekken.

Zalm weigerde dit terecht. Maar zijn argumentatie heeft mij verwonderd.

Volgens Zalm betroffen de uitlatingen van Hirsi Ali over de islam slechts ,,haar eigen zielenroerselen'', terwijl ,,De VVD vindt dat geloof (en ongeloof) een persoonlijke zaak is en als partij nooit standpunten zal innemen met betrekking tot religieuze kwesties.'' Op zijn website schrijft Zalm verder: ,,Als een VVD-lid iets te berde brengt op het gebied van godsdienst kan dat vanuit de partij dus nooit worden gesteund of afgekeurd.'' Kortom, Zalm en de VVD hebben met debatten over de islam niets te maken en zullen er zich niet in mengen. Mijns inziens is dit standpunt naïef, laf, en onverantwoordelijk.

Het is naïef omdat verscheidene aspecten van de feitelijk bestaande islam op gespannen voet staan met de grondbeginselen van de Nederlandse rechtsstaat. Ik noem slechts de ondergeschikte positie van de vrouw, het gebrek aan scheiding tussen kerk en staat, de houding tegenover homoseksuelen, en intolerantie tegenover andersdenkenden. Geen enkele partij die de rechten van de mens en de Nederlandse rechtsstaat onderschrijft, zal zich dus aan een discussie over de islam kunnen onttrekken.

Zalms standpunt is voorts laf om twee redenen. Ten eerste was mevrouw Hirsi Ali de VVD binnengehaald om integratie en emancipatie van allochtone vrouwen op de kaart te zetten. Dit kan niet zonder een kritische discussie over de islam, in de eerste plaats met en onder de Nederlandse islamieten.

Zij zullen hun godsdienst drastisch moeten moderniseren om mee te kunnen komen in een westerse samenleving. Zalms uitlatingen zijn dus een directe desavouering van een eigen fractiegenoot. Ten tweede was het, als ik me goed herinner, een belangrijk doel van het huidige kabinet een discussie over waarden en normen op gang te brengen. Immigranten moesten integreren in de Nederlandse cultuur. Dit vereist dat ze diep respect krijgen voor de fundamentele waarden van die cultuur, wat niet zal gebeuren als belangrijke cultuurdragers en politici die waarden niet zelf hartstochtelijk verdedigen.

Het gaat dan om waarden zoals de vrijheid van meningsuiting, óók waar het ongezouten kritiek op godsdiensten betreft. Zonder kritiek op het dogmatische christendom waren de vrije westerse samenleving en de op wetenschap gebaseerde welvaart alhier immers nooit ontstaan.

Ten slotte is Zalms standpunt onverantwoordelijk omdat we in ons land een snel groeiende islamitische bevolking hebben. Het heeft de grootst mogelijke politieke prioriteit deze bevolkingsgroep economisch en cultureel te emanciperen. Daartoe moeten islamieten als individu op hun verantwoordelijkheden worden aangesproken. Ik zou willen voorstellen dat Zalm in deze het goede voorbeeld geeft door de vier ambassadeurs uit te nodigen voor een gesprek. Het onderwerp zou moeten zijn in hoeverre islamitische landen zelf verantwoordelijk zijn voor het slechte imago van de islam. Kwamen de daders van 11 september niet in meerderheid uit Saoedie-Arabië? Is de revolutie in Iran niet uitgelopen op een monstrueuze islamitische dictatuur? Was het islamitische regime in Afganistan geen regelrechte ramp voor de bevolking? Zolang Zalm de ambassadeurs niet grondig de les gelezen heeft blijft hij, evenals collega Balkenende, een weinig geloofwaardig boegbeeld van het schip van de Nederlandse staat.

Prof.dr. H. Philipse is hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden.