VS ronselen met knoet en chequeboek

De VS gebruiken maximale druk om de zwevende leden van de Veiligheidsraad achter zich te krijgen. Niet-Amerikaanse diplomaten spreken van `chantage'.

Ze komen niet alleen met argumenten. Wat koop je voor argumenten? Argumenten doen geen pijn. Ze vertrouwen liever op de knoet en chequeboek. Daar gaat de meeste overtuigingskracht van uit.

Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers en diplomaten maken dezer dagen overuren om steun te werven voor de nieuwe VN-resolutie over Irak die de weg moet banen voor een oorlog. Daarbij gebruiken ze alle mogelijke drukmiddelen. Volgens westerse diplomaten in de Afrikaanse hoofdsteden Conakry en Luanda kunnen de methoden het best als ,,omkoping'' en ,,chantage'' worden gekarakteriseerd.

De Amerikaanse bekeringscampagne richt zich op de middle six, `de middelste zes', zoals de doellanden in Washington liefkozend worden genoemd. Dat zijn de zes niet-permanente leden van de Veiligheidsraad die nog geen standpunt hebben ingenomen over de tweede resolutie: Angola, Guinee, Kameroen, Chili, Mexico en Pakistan.

Daarbij gaan de VS ervan uit dat de resolutie de steun krijgt van mede-indieners Groot-Brittannië en Spanje en daarnaast van Bulgarije. Duitsland en Syrië zullen naar verwachting tegen stemmen. De strategie van de VS is nu om eerst vijf van de zes weifelaars aan hun kant te krijgen, zeggen hooggeplaatste ambtenaren in The New York Times. Alleen zo komen ze aan de vereiste meerderheid van negen stemmen in de vijftien leden tellende Veiligheidsraad. Vervolgens mikken de VS erop dat geen van drie tegenstribbelende permanente leden – Frankrijk, Rusland, China – dat meerderheidsstandpunt met een veto zal durven torpederen. Ze hoeven zich alleen maar te onthouden van stemming en de Amerikanen hebben de zo fel begeerde rugdekking van de VN voor hun strijd in Irak.

Het Witte Huis heeft opdracht gegeven ,,alle nodige diplomatieke middelen'' te gebruiken om de `middelste zes' over te halen, zei een Amerikaanse diplomaat tegen het persbureau AP. Volgens een Mexicaanse diplomaat hebben de Amerikanen alle betrokken landen te verstaan gegeven dat ze ,,een hoge prijs zullen betalen'' als ze de VS in de kou laten staan.

President George Bush, vice-president Dick Cheney en minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell hebben de Amerikaanse zaak de afgelopen anderhalve week telefonisch bepleit bij hun collega's in de zes landen die nu opeens een sleutelrol vervullen, terwijl hun mening over de wereld meestal niet wordt gehoord. De eerste keer dat Bush belde naar de Angolese president Jose Eduardo Dos Santos, haalde dat de voorpagina van de staatskrant Jornal de Angola. Maar de Amerikaanse president hangt nu zo vaak aan de lijn dat zelfs de regeringsspreekbuis dat niet meer vermeldenswaardig acht.

Bij hun gelobby kregen ze hulp van de Britse premier Tony Blair en de Spaanse premier José María Aznar. Die steun pakte niet in alle gevallen even gunstig uit. Daags voordat Aznar afgelopen weekend op Bush' ranch werd ontvangen, maakte hij een tussenstop in Mexico-Stad om president Vicente Fox voor het Amerikaanse standpunt te winnen. Fox weigerde met Aznar op een persconferentie te verschijnen. `Mislukking van Aznar, Mexico voor de vrede', luidde de kop in de Mexicaanse krant El Universal.

De Amerikaanse regering heeft de afgelopen weken eerst onderminister Marc Grossman en daarna staatssecretaris Kim Holmes naar Mexico gestuurd, zeggen Mexicaanse diplomaten. Zij klagen over de vijandige toon van die bezoeken. Ze spreken over dreigementen die nauwelijks meer waren verhuld.

De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, verantwoordelijk voor Afrikaanse aangelegenheden, Walter Kainsteiner, moest eind vorige week een missie in Zuid-Afrika onderbreken voor een ronseltournee langs Angola, Kameroen en Guinee. Na een onderhoud met de Angolese president Dos Santos verklaarde de Angolese ambassadeur bij de Verenigde Naties, Ismael Gaspar Martins: ,,Al een hele tijd vragen we om hulp bij de wederopbouw van ons land na jaren van oorlog. Niemand koppelt dat verzoek aan steun voor een Irakbeleid maar het speelt allemaal wel tegelijkertijd.''

Een buitenlandse diplomaat in de Angolese hoofdstad Luanda zegt dat de Amerikanen wel degelijk een verband leggen tussen hun aandeel in de wederopbouw en de Angolese opstelling in de Veiligheidsraad. De Angolezen kregen te horen dat de VS bereid zijn om diep in de buidel te tasten op een donorconferentie voor Angola die dit voorjaar in Brussel is voorzien. Maar dan moeten ze wel achter het Amerikaanse Irakbeleid gaan staan.

Angola wekte eerder de indruk dat het was toegetreden tot het Amerikaanse kamp, maar onderschreef eind vorige week tijdens de Frans-Afrikaanse top de Franse Irak-politiek, net zoals Guinee en Kameroen. In een verklaring betuigden ze hun steun voor voortzetting van de wapeninspecties. Dat zegt niks over hoe ze in de Veiligheidsraad zullen stemmen. Volgens de Angolese VN-ambassadeur Gaspar Martins maakt het allemaal deel uit van het spel van internationale diplomatie. Hij zegt dat hetzelfde geldt voor de VS als voor Frankrijk. ,,Als je wat wilt bereiken, moet je heel veel communicatie aanbieden, heel veel dialoog en heel veel aandacht.''

Angola buit zijn gelegenheidspositie schaamteloos uit, terwijl andere landen er vreselijk mee in hun maag zitten. De voormalige Franse kolonie Kameroen voelt zich klem gezet tussen de twee grootste buitenlandse investeerders: Frankrijk en de Verenigde Staten. Guinee is lid van de Islamitische Conferentie Organisatie (ICO) en behoort tot de niet-gebonden landen die huiverig staan tegenover een oorlog. Maar Guinee ontvangt van de VS wel jaarlijks voor 50 miljoen dollar aan hulp, plus wapens en militaire training. Een Amerikaanse ambtenaar bestreed in de Britse krant The Guardian dat de VS landen als Guinee hebben gedreigd met economische sancties. ,,Dat wil niet zeggen dat deze landen zich er niet van bewust zijn dat wij hen van hulp voorzien.''

,,Wij laten ons niet gebruiken of afkopen door wie dan ook'', verklaarde een Chileense diplomaat overmoedig. Intussen maakten sommige van zijn collega's zich wel degelijk zenuwachtig over de gevolgen voor het vrijhandelsverdrag met de VS als Chili de Amerikanen niet zou steunen. Die voor Chili hoogst belangrijke overeenkomst moet nog door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging worden geratificeerd.

De `middelste zes' staan onder geweldige Amerikaanse druk. Maar nog altijd staat niet vast dat vijf van hen zullen bezwijken. Welke muis wil er niet één keer in zijn leven brullen. Ook kleinere landen hebben een eigen mening, en wat nog belangrijker is, hun trots.

    • Dick Wittenberg