Spanje telt eindelijk weer mee in de wereldpolitiek

Wat bezielt de Spaanse premier Aznar om zich in de kwestie-Irak vierkant achter de VS te scharen? In zijn land overheersen de woede en schaamte.

Spanje spreekt weer een woordje mee in de wereldpolitiek. Ondertekenaars van het nieuwe resolutievoorstel in de Veiligheidsraad, initiatiefnemer van een Europese solidariteitsbrief voor de Verenigde Staten en thans intensieve lobbydiplomaat voor de Amerikaanse president: de Spaanse premier José María Aznar speelt een meer dan actieve rol in de Irak-crisis.

Vooral uiterst conservatief Spanje is daar zeer mee in zijn nopjes. `Aznar sluit een pact met Bush voor een oplossing van het Palestijnse probleem', kopte eerder deze week een rechts dagblad uit deze sector, naar aanleiding van het bliksembezoek dat de Spaanse premier afgelopen weekeinde bracht aan de president van de Verenigde Staten op diens ranch in Texas. Maar de rest van Spanje beziet de activiteiten van hun premier met een mengsel van woede, plaatsvervangende schaamte en diep wantrouwen. Protestdemonstraties tegen een gewapend ingrijpen in Irak brachten in Spanje vorig weekeinde zeker drie miljoen mensen op de been.

Vorige week was er nog sprake van enige verdeeldheid, maar minister van Buitenlandse Zaken Ana Palacio, die het Irak-beleid gisteren uit mocht leggen aan de vaste kamercommissie, vond de complete oppositie verenigd tegenover zich. Het nieuwe resolutievoorstel is een regelrechte oorlogsverklaring die Spanje dreigt mee te slepen in een conflict waar een overgrote meerderheid van de bevolking mordicus tegen is.

Binnen Aznars eigen partij voelt men inmiddels nattigheid. Voor het eerst sinds zeven jaar staat de regeringspartij op verlies ten opzichte van de socialistische oppositie. Vlak voor de grote demonstraties liet de Partido Popular een foldertje in alle kranten insluiten waarin het Irak-standpunt van de regering nog eens uit de doeken werd gedaan. Maar op straat heerste vooral onbegrip. Wat bezielt de premier in hemelsnaam om zo expliciet de zijde van de Amerikanen te kiezen?

Eén beeld verklaart meer dan duizend woorden. Na afloop van een van de internationale topbijeenkomsten vorig jaar werd een lachende José María gefotografeerd terwijl hij onderuit gezakt met zijn benen op tafel een sigaar zat te roken. Naast hem zat George Bush, ook onderuit gezakt met zijn benen op tafel. Beide heren maakten stoere grapjes over hun sportprestaties, zo meldde het onderschrift. De Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Schröder zaten ernaast en zwegen, de benen bijna preuts over elkaar geslagen.

Het klikte meteen toen Bush twee jaar geleden Spanje als eerste Europees land uitkoos voor een staatsbezoek. Aznar moet iets hebben herkend in de rechtlijnige opvattingen van de president. Het drama van de elfde september versterkte de band: zelf was Aznar immers het slachtoffer van een bomaanslag van de ETA geweest, terreurbestrijding staat hoog op zijn politieke agenda. Het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie bracht de premier andermaal in nauw contact met Bush. En uitgerekend nu wil het toeval dat het Spanjes toerbeurt is om in de Veiligheidsraad te zitten.

Na twee kamerdebatten gelooft de gemiddelde Spanjaard niets van het verhaal dat Saddam Hussein plotseling beschouwd dient te worden als volksvijand nummer één. En nog minder van het idee dat José María Aznar is uitgegroeid tot een staatsman van wereldformaat. Want met zijn opstelling breekt Aznar radicaal met de gevestigde buitenlandpolitiek waarin de Europese banden een centrale rol speelden. Waar zijn voorganger Felipe González vooral aansluiting zocht bij Frankrijk en Duitsland, koos Aznar voor een aanvaringskoers. Samen met het eurosceptische Groot-Brittannië. En met Italië.

Het vermoeden bestaat dat Aznar hoopt zijn internationale rol als staatshoofd definitief te vestigen. Maar terwijl binnen Europa de spanningen oplopen, wordt de traditionele brugfunctie met Latijns-Amerika door de nieuwe politiek op het spel gezet. De koele ontvangst van Aznar vorige week door de Mexicaanse president Fox spreekt boekdelen.

Afgezien van de koers die Aznar vaart is het ook de autoritaire manier van regeren die Spanje begint te ergeren. Kritiek van de oppositie wordt bijna afgedaan als een vorm van landverraad in plaats van een normale zaak in een democratie. Steeds sterker wordt de roep om de onvoorwaardelijke steun aan een gewapend ingrijpen ter stemming voor te leggen aan het parlement, een zaak die in regeringskringen niet wordt overwogen. Op dit moment, zo verklaarde Aznar gisteren, is Spanje nog bij geen enkele militaire actie betrokken.