Magritte als poster-leverancier

Robert Rauschenberg heeft er één, Jasper Johns ook. Een Magritte. Nou en?

Volgens Daniel Abadie, directeur van Galerie Nationale du Jeu de Paume in Parijs en samensteller van een groot Magritte-retrospectief, zegt dat alles. Veel meer dan een surrealist zij het een a-typische wegens zijn academische stijl is Magritte volgens Abadie dé voorloper van de pop-art. In de gouache La Fissure (1949) zijn dollarbiljetten op een tafel voor een open raam het belangrijkste `thema': net een Warhol. Het reusachtige wijnglas op het schilderij La Corde Sensible (1960), de kamervullende roos of appel op andere doeken uit dezelfde periode: net een Claes Oldenburg.

Het is bijna een open deur, zo waar als het is, wat Abadie zegt. Bij zijn inleiding in de catalogus drukt hij een doek af van Jasper Johns, False Start, uit 1959. Het is een abstracte compositie van rode, blauwe, oranje, gele en witte vlekken, waarop blokletters in een andere kleur aangeven om welke kleur het gaat. Johns visualiseert hiermee de willekeur en de beperkingen van zowel de verbale als de picturale taal en expressie. Precies wat Magritte deed in onder meer twee doeken die allebei La Clef des Songes heten, uit 1927 en 1935. Onder het geschilderde plaatje van een aktentas staat het Franse woord voor `de hemel', onder een paardenkop het Engelse woord voor `de deur', enz. Ter verhoging van de verwarring en het besef van willekeur staat onder de afbeelding van een koffer inderdaad `de koffer', onder die van een spons inderdaad `de spons'.

Natuurlijk was zeker de jonge Magritte (1898-1967) een conceptueel kunstenaar, en loopt er van hem een lijn naar de Amerikaanse pop-art van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Net zoals er raakvlakken zijn met de belangrijkste stroming van zijn `eigen' tijd, het surrealisme. Het is onzin om dat te ontkennen, zoals Abadie van de weeromstuit bijna doet, louter omdat die vaststelling een cliché zou zijn.

Op de momenten na waarop André Breton, de tyrannieke godfather van de surrealisten, Magritte in de ban deed omdat deze een manifest publiceerde dat van te veel levenslust blijk gaf nota bene vlak na de Tweede Wereldoorlog of omdat Magrittes vrouw Georgette een al te katholiek kruisje droeg, beschouwde hij de Belgische eenling zonder problemen als lid van de club. Al leidde hij een nog zo gruwelijk, burgerlijk bestaan.

Magritte was ook een surrealist. Misschien zelfs wel de meest toegankelijke, die met zijn schoolplaten-beelden in academische, magisch-realistische stijl een grote invloed heeft gehad op de commerciële reclame.

In een reclame die de Franse posterijen op dit moment in de bioscopen toont, zoomt de camera van bovenaf in op een maagdelijk wit koffiekopje, waarin de uitgeschonken koffie niet het geringste spoor achterlaat. Ook zien we in forse bergschoenen gestoken onderbenen over het strand lopen en in het zand voetafdrukken met scherp afgetekende tenen achterlaten. Niemand kijkt ervan op: het is een `Magritte', wiens beelden, zoals in een interview met Abadie wordt opgemerkt, zo gepopulariseerd zijn dat ze ,,in de vorm van posters tienerkamers opfleuren''. Abadie noemt deze gewenning aan het ongewone beeld ,,een kunsthistorisch probleem, dat de kracht van een kunstwerk teniet doet ten gunste van het cliché''.

Je zou zeggen dat een overzichtstentoonstelling een samensteller die zich bewust is van dit `probleem' bij uitstek de gelegenheid biedt om er korte metten mee te maken. Om Magrittes invloed te tonen, zijn voorloperschap tot uitdrukking te laten komen. Om context te verschaffen, dwarsverbanden te leggen, de Warhols en Jasper Johns ernaast te hangen, samen met werk van de ook al beïnvloede Bustamente. En tevens Magrittes eigen inspiratiebronnen te tonen, zoals Giorgio De Chirico's Le Chant d'Amour (1914), de eenzame romantiek van Caspar David Friedrich of het satirische werk van de symbolist Félicien Rops.

Ook had hij - door er bijvoorbeeld de woedende brief van Breton naast te hangen - werk kunnen maken van die merkwaardige, zogeheten `période vache', eind jaren veertig, als Magritte ineens en kortstondig im- en expressionistisch gaat schilderen. Hij had het verschil met Dalì kunnen belichten, niet te vergeten.

Als Abadie de ge- en verwende blik had willen ontgoochelen, verrassen en opnieuw laten kijken, dan is zijn tentoonstelling een gemiste kans. Hij hangt keurig en nijver meer dan honderd doeken in het toch al vrij kleine Jeu de Paume, aangevuld met gouaches, foto's en beelden. Juist werk uit de beginperiode altijd veelzeggend ontbreekt: de hier getoonde Magritte is direct al (dat wil zeggen vanaf midden jaren twintig) surrealist.

Abadie bevestigt het cliché `Magritte' in plaats van het te ontkrachten. Aan het eind van de tentoonstelling hangt braaf het latere werk, van een dan succesvolle kunstenaar die inmiddels `surrealisme' en picturale rebussen op bestelling lijkt te leveren.

Maar door de hoeveelheid en de doublures is de doorbraakkunstenaar en de wegbereider Magritte al ver vóór dat moment verpletterd onder de beetje bizarre, beetje door Freud beïnvloede, beetje gemakzuchtige en beetje al te bekende illustrator. Dat lot heeft de baanbrekende Magritte niet verdiend.

Magritte. Le maître du mystère. Retrospectief, t/m 9-7 in: Galérie Nationale du Jeu de Paume, 1, Place de la Concorde, Parijs. Open di-zo 12-19u. Inl. (0044)1-47031252 of www.jeudepaume.org. Catalogus 300 p. €35,-