`Je moet elke zucht van de pers kunnen horen'

Pieken en dalen in de hoeveelheid opdrachten, onregelmatig werken en af en toe op cursus om met de modernste machines te kunnen werken: zo ziet het leven van een drukker er ongeveer uit. Een kijkje achter de schermen bij drukkerij Opmeer in Den Haag.

Stropdassen en lang haar zijn verboden in de drukkerij. De persen grijpen naar alles wat wappert. ,,Walkmans mogen ook niet'', zegt drukker Coen Nolet (32). Een drukker moet elke zucht van zijn machine kunnen horen, het repareren van schade kost meteen duizenden euro's. Met een druk op de knop zet Nolet de pers aan. Een harde toeter waarschuwt collega's dat er weer gedraaid gaat worden. De pers trekt op als een locomotief en spuugt al snel grote vellen papier.

Nolet werkt nu drie jaar bij Opmeer Drukkerij in Den Haag. Soms is het net alsof hij nog op school zit, op de grafische LTS. Want was tien jaar geleden het drukken nog hoofdzakelijk handwerk, inmiddels hangt er aan elke pers een computer. Voor de bediening daarvan moeten Nolet en zijn collega's af en toe op cursus. ,,Vanavond bijvoorbeeld.'' In de drukkerij staan vier persen. Vroeger moest elke machine met twee man worden bediend, nu volstaat één drukker per pers. De drukkers van Opmeer zijn allemaal redelijk jong. Veel ouderen hebben de moderniseringsgolf niet overleefd. Zij hebben het vak vaarwel gezegd of doen ander werk in de drukkerij.

Nolet bedient vandaag de allernieuwste machine, een Speedmaster van het Duitse bedrijf Heidelberg, 's werelds grootste drukpersenbouwer. De bijna tien meter lange machine, die vier kleuren tegelijk aankan, staat hier sinds november. Dat is ruim een jaar eerder dan gepland; de vorige pers knapte onverwachts uit elkaar omdat er een doek in vast was geraakt. De fonkelnieuwe Speedmaster, waarvan er in Nederland maar zeven staan, heeft meer dan 1 miljoen euro gekost, een bedrag dat na acht jaar dienst moet zijn terugverdiend.

Er komt een collega binnen – met een wapperende stropdas – die op het kantoorgedeelte van de drukkerij werkt, waar aangeleverd materiaal wordt bewerkt, geredigeerd en persklaar wordt gemaakt. Schuin boven de drukkerij zit de order- en verkoopafdeling. In totaal werken er zo'n vijftig mensen bij Opmeer. De man overlegt met Nolet en verdwijnt weer naar de bovenwereld.

De Speedmaster is een mooie machine, zegt Nolet. De inkt wordt door het apparaat zelf gelijkmatig verdeeld over de inktbak die boven de rollen hangt. Met de computer kan Nolet de inktstroom stimuleren of afzwakken. Na afloop van het drukproces worden de verschillende delen van het apparaat volautomatisch gewassen. Even verderop – bij een oudere machine – schept een collega met een plamuurmesje de inkt van de machine af. Ook het wassen gebeurt bij die machine nog met de hand.

Dat Opmeer zo'n investering aandurft, is opmerkelijk. Want zo goed gaat het niet met de grafische sector. Eind jaren negentig beleefde de drukkersbranche gouden tijden: de opdrachten stroomden binnen, iedereen wilde grotere machines. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een enorme overcapaciteit en momenteel is de sector als gevolg van de wereldwijde economische groeivertraging in een zware prijzenslag verwikkeld. ,,Het is buiten oorlog'', zegt Boy Opmeer, de eigenaar van de drukkerij.

Anderhalf jaar geleden telde de grafische sector nog 50.000 werknemers. Dat zijn er nu nog 40.000. Branche-organisatie KVGO zit midden in een financiële crisis, omdat de stroom aan contributiegeld is opgedroogd.

Drukker Nolet ziet de economische crisis onmiddellijk terug in zijn machines. Opmeer drukt veel jaarverslagen voor bedrijven. Twee jaar geleden oogden die verslagen duur en glimmend, maar tegenwoordig kiezen klanten voor goedkoper papier. Bedrijven bezuinigen als eerste op hun drukwerk.

Het gevolg van de snelle pieken en dalen is dat drukkers heel onregelmatig werken. Het `flexwerken' is onderdeel van de grafische CAO. Nolet werkt vier dagen per week, negen uur per dag, van kwart voor acht 's ochtends tot kwart over vijf 's middags, en heeft daarnaast extra vrije dagen om overuren te kunnen maken. Soms moet er ook in het weekend worden gewerkt of zelfs 's nachts. Valt het aantal opdrachten tegen, dan gaat hij aan de slag met het onderhoud van de drukpersen.

Nolet, die zojuist het papier aan de voorkant van de pers heeft bijgevuld voor een nieuwe ronde, springt zwierig op een paletwagen en stept naar het andere einde. Hij gaat eerst even een proefrondje draaien. De hoorn klinkt.

Dat Opmeer de dip redelijk goed doorstaat, is onder meer te danken aan de trouw van belangrijke klanten, zoals verschillende ministeries. Ook drukt Opmeer bijzondere producten, zoals checklijsten voor vliegtuigen. Deze water- en vuilafstotende lijsten worden onder meer gebruikt door piloten van F-16's. Ook heeft Opmeer, in samenwerking met twee andere drukkerijen, onlangs nog materiaal voor stembureaus gedrukt, zoals registratielijsten.

Nolet leest bijna nooit wat hij drukt. Een enkel boekje vindt hij wel lezenswaardig, maar wat er vandaag op de pers ligt – het krantje van de Thuiszorg – boeit hem niet. Hij controleert of de vier kleurlagen tot op de millimeter precies op elkaar liggen. Met behulp van een recent aangeschafte scanner kijkt hij of de inktlagen dik genoeg op het papier liggen. Of juist te dun. Dan drukt hij op de knop en draait hij zijn oplage. En een sjekkie.

Dit is deel 13 in een serie over een dag uit het leven van een werknemer.