Hirsi Ali zou uitlatingen moeten herroepen

Hieronder volgen de belangrijkste passages uit de brief van 21 leden van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC) aan VVD-leider Gerrit Zalm over uitlatingen van het liberale Kamerlid Ayaan Hirsi Ali. Deze 21 lidstaten van de OIC zijn diplomatiek vertegenwoordigd in Nederland. De brief is ook aan alle andere partijen in de Tweede Kamer en aan de Nederlandse regering toegezonden.

`Wij willen onze zorgen met u delen over de beledigende opmerkingen die het nieuw-verkozen Kamerlid mevrouw Ayaan Hirsi Ali in het dagblad Trouw heeft gemaakt over de profeet Mohammed (vrede zij met hem). [...] Deze commentaren zijn duidelijk gebaseerd op een verwrongen visie op de geschiedenis van de islam, en van de islam zelf, en zijn volledig onaanvaardbaar. Of ze dat nu bedoeld heeft of niet – mevrouw Hirsi Ali's grove opmerkingen hebben de religieuze gevoeligheden van 1,5 miljard moslims over de hele wereld beledigd, onder wie ook Nederlandse en Europese moslims.

Zoals u zich bewust bent zijn – na de vreselijke gebeurtenissen van 11 september in de Verenigde Staten – islam en moslims het slachtoffer geworden van verkeerde concepties en negatieve stereotypering in westerse landen. De wereld ziet zich geplaatst voor het gevaar van een ernstige confrontatie tussen het westen en moslims. U zult toegeven dat er een urgente noodzaak bestaat om grotere tolerantie en begrip tussen het Westen en moslims tot stand te brengen. Opmerkingen als die van mevrouw Hirsi Ali als lid van het Nederlandse parlement dragen niet bij tot de bevordering van het begrip tussen onze twee beschavingen.

[Hierna citeert de brief passages uit het VVD-verkiezingsprogramma 2002 over de relatie tussen vrijheid en verantwoordelijkheid].

Mevrouw Hirsi Ali's optreden is in directe tegenspraak met de bovengenoemde principes. U zult het zeker met ons eens zijn dat vrijheid – in dit geval de vrijheid van meningsuiting – op een verantwoordelijke wijze moet worden gehanteerd. Rekening houdend met de democratische waarden die dit land koestert, waaronder het grondrecht op vrijheid van meningsuiting, menen we niettemin dat dit recht niet moet worden gebruikt als een excuus voor het denigreren en kleineren van de religieuze overtuiging van anderen. Van overheidsvertegenwoordigers met name kan omzichtigheid bij de uitoefening van dit recht worden gevergd.

Wij zijn diep bezorgd over deze storende trend naar veroordeling en belastering van de de islam en moslims, die in toenemende mate duidelijk wordt in dit land. Als wordt toegestaan dat dit zo doorgaat, bestaat er een ernstig gevaar – menen wij – dat het imago van Nederland als een land dat gelijkheid, liberalisme en tolerantie bevordert, wordt bezoedeld.

Wij hopen van harte dat zulk gedrag van een publieke persoonlijkheid niet leiden zal tot verdeeldheid, polarisatie en fricties tussen verschillende gemeenschappen binnen de Nederlandse samenleving. Wij sluiten ons aan bij stemmen vanuit verschillende kringen in dit land, die de gerespecteerde VVD-partij oproepen om de verzekering te geven, dat de VVD de visie van mevrouw Hirsi Ali op de islam en de profeet Mohammed (vrede zij met hem) niet ondersteunt, en mevrouw Hirsi Ali brengen tot het uitgeven van een openbare verontschuldiging en herroeping van de verklaring in kwestie.

De brief is ondertekend door de ambassadeur van Soedan, A. Halim. B. Fatih, mede namens de volgende 20 andere lidstaten van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), die diplomatiek vertegenwoordigd zijn In Nederland: Algerije, Bangladesh, Egypte, Eritrea, Indonesië, Irak, Iran, Jemen, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Maleisië, Marokko, Oman, Palestina, Saoedi-Arabië, Tunesië, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. Soedan is op dit moment voorzitter van de OIC. De volledige engelstalige tekst van de brief staat op www.nrc.nl/doc