Hindoes roepen om `dood aan de seculieren'

Waar kun je vandaag de dag nog demonstreren in New Delhi? Hindoenationalisten verkenden deze week de grenzen van de seculiere democratie.

Als het niet zo dreigend was zou je het ook dolkomisch kunnen vinden, het protest van hindoe-heiligen eergisteren in het centrum van Delhi. Alsof de spelers van een toneelstuk voor het verkeerde decor stonden te acteren; een gigantisch anachronisme van drieduizend man uit het stenen tijdperk, beschilderd met as en henna, sommigen naakt, de meesten gekleed in oranje en vooral woest kijkend met de futuristisch hoogbouw achter hen, en in kogelvrije vesten gehulde, minstens zo woest uitziende anti-terreurbrigades vóór hen.

Het ging om een demonstratie van de Vishwa Hindu Parishad, de VHP, een extremistische tak van de hindoebeweging waartoe ook de partij van premier Atal Bihari Vajpayee, de BJP, behoort. Al meer dan een decennium eist de VHP hetzelfde: de bouw van een hindoetempel in Ayodhia, waar in 1992 de Babri moskee werd verwoest. Tijdens rellen die hierna volgden vielen duizenden doden.

Het hooggerechtshof verbood het gebruik van dat gebied voor religieuze doeleinden, maar de VHP had gehoopt dat de regering van Vajpayee daar verandering in zou brengen. Maar zelfs de regering kan een besluit van het hooggerechtshof niet lukraak terugdraaien, India is nog wel een rechtsstaat.

Maar de heilige mannen hebben meer kennis van de Mahabharata dan van de constitutie en ze eisen dat `hun' hindoeregering nú de hindoestaat proclameert en onmiddellijk helpt met de bouw van de hindoetempel op de omstreden plek. Sommige van de demonstranten riepen dan ook dat Vajpayee de steun van hindoes schandelijk heeft misbruikt om aan de macht te komen, en daarna te doen wat seculiere partijen als het Congres (de partij van de Gandhi's) en de communisten ook deden. De slogan `dood aan de seculieren' was vaker te horen dan het gebruikelijke `dood aan de moslims' en volgens de sprekers moest India nu kiezen: een hindoestaat, of zoiets raars als een democratische rechtsstaat.

De media weten de protesten van de VHP altijd doeltreffend te ridiculiseren, door bijvoorbeeld de leider Ramchandra Paramhans Das op zijn energiekst in beeld te brengen. Hij beweert namelijk 93 jaar oud te zijn, terwijl iedereen kan zien dat dat schier onmogelijk is, tenzij hij een ayurvedisch wondermiddel voor het eeuwige leven heeft gevonden. Maar bij deze demonstratie kreeg de VHP bijval uit totaal onverwachte hoek: de linkse, progressieve vakbeweging.

De gezamenlijke klacht is dat er in Delhi geen plek meer bestaat om te demonstreren. In een democratie moet kunnen worden geprotesteerd, vindt de vakbeweging, mensen moeten hun ongenoegens kunnen uiten tegenover de politiek. Waar kan dat het best? Voor de deur van het parlement. Maar probeer dat parlement eens te bereiken! Zodra een demonstratie wordt aangekondigd wordt de omgeving van het parlement en een groot deel van de binnenstad hermetisch afgezet, door anti-terreurbrigades in gevechtstenue, scherpschutters op de daken van gebouwen en tanks op de hoeken van de straten: wegens het gevaar voor aanslagen, zegt de regering.

Het is een aanslag op de democratie, roepen linkse demonstranten en nu dus ook de extreem rechtsen – die de democratie niet nodig zeggen te hebben. Inderdaad is er geen veldje meer in Delhi waar mensen een beetje kunnen roepen wat ze willen.

Vroeger kon men zich verzamelen achter het Rode Fort, waar er zelfs plaats was om tenten op te zetten voor wie van verre kwam. India is immers een waar subcontinent en sommigen hebben dagen gereisd om de plek van de demonstratie te bereiken. Dat mag niet meer, sinds kort. Die plek achter het Rode Fort is nu een `wandelpark', met veel gras en bloemen. Tenten opzetten is uit den boze en het betreden van het kostbare gras al helemaal.

Ook het lopen naar het parlement over de brede, koloniale wegen is verboden, omdat dit het verkeer zo ophoudt. Wie wil protesteren gaat maar ergens buiten Delhi, in de omringende woestijn: daar is plek genoeg, zegt de politie. Dat is ongeveer zo bevredigend als het protesteren tegen het regime van Ecuador in Amsterdam.

Voor deze laatste keer hebben de leden van de VHP de aanwijzingen van de politie geaccepteerd. Maar genoeg is genoeg: de volgende keer zullen ze echt het parlement bestormen, zoals ze dit keer al hadden beloofd; geen woord, geen traan, geen leger zal ze tegenhouden om te bereiken dat India een echte hindoestaat wordt, wat dat dan ook inhoudt. Of zoals de 93-jarige leider uitriep: ,,Driehonderdduizend jongemannen zijn al bereid hun leven te geven voor een hindoetempel in Ayodhia, hoeveel van hen kunnen ze neerschieten?'' Zelfs als hij dit aantal overdrijft, zoals hij doet met zijn leeftijd, blijft het angstwekkend.