Het economische front

TE MIDDEN VAN het geopolitieke tumult in de wereld is een broeiende ruzie tussen de Verenigde Staten en Europa over de hoofdlijnen van het economisch beleid enigszins in de schaduw gebleven. Afgelopen zondag kwamen de ministers van Financiën en de centrale bankiers van de zeven belangrijkste industrielanden, de G7, in Parijs bij elkaar. De verwijten vlogen over en weer. De Europeanen verwijten hun Amerikaanse collega's roekeloze bestedingen, de Amerikanen roepen terug dat rigide regels in Europa het economische herstel smoren.

Het meningsverschil draait in hoofdzaak om de `dubbele tekorten' van de Verenigde Staten: de snel oplopende tekorten op de begroting (bijna 3 procent) en op de handelsbalans (5 procent). Die tekorten deden zich ook voor in de jaren tachtig onder president Reagan en ze gaven ook toen aanleiding tot heftige Amerikaans-Europese ruzies, uitmondend in de val van de dollar en de instorting van Wall Street in 1987.

De Amerikanen zijn van mening dat ze de economie stimuleren met uitgaven en belastingverlagingen. Amerika groeit harder dan Japan of Europa, daarom nemen de Amerikaanse importen sneller toe dan de exporten. Op deze manier verleent Amerika een infuus aan de economie van de rest van de wereld. Zolang de wereld bereid is dollars te aanvaarden en die dollars massaal terugstromen naar de VS, kan Amerika zich deze overbesteding veroorloven. Iedere dag stroomt er 1,5 miljard dollar netto naar de Verenigde Staten en voor dat bedrag kunnen de Amerikanen dagelijks buitenlandse goederen kopen zonder in financiële problemen te raken.

WAS HET MAAR ZO mooi. Tegenover de Amerikaanse bestedingen staan namelijk schulden en ook al luiden die schulden in dollars, de eigen Amerikaanse munt, vroeg of laat is zo'n schuldenlast onhoudbaar. Dan knakt het vertrouwen, droogt de geldstroom op en zakt de dollarkoers in elkaar. De Europese landen hebben geen sterke uitgangspositie voor hun kritiek op Washington. Ze kunnen de voorgestelde belastingverlagingen van Bush veroordelen omdat daardoor het Amerikaanse begrotingstekort verder oploopt, maar sommige eurolanden zijn zelf geen toonbeeld van begrotingsdiscipline. Frankrijk en Duitsland verbreken de grens van een begrotingstekort van 3 procent. De Fransen en Duitsers zouden niets liever willen dan verlost te worden van de dwangbuis van het Stabiliteitspact. Bovendien blijven de grote Europese economieën ondanks de oplopende tekorten een chronische staat van bloedarmoede vertonen.

Het tweede meningsverschil gaat over het rentebeleid. De Federal Reserve Board heeft in Amerika de rente agressief verlaagd, de Europese Centrale Bank blijft aarzelen. ECB-president Duisenberg heeft eindelijk een hint gegeven dat de rente omlaag kan, maar dat is rijkelijk laat. Zo zit het `oude' Europa gevangen in een dubbele klem: een zeer behoedzaam monetair beleid en beperkte ruimte voor een expansief begrotingsbeleid. Daar stellen de Amerikanen oplopende tekorten tegenover. Het is een recept voor verdere botsingen.