Geen standbeeld op Deltawerken voor miskend genie

Lang voor de watersnoodramp in 1953 lagen er plannen om de kust tegen stormvloeden te beschermen. Ze waren gemaakt door een ingenieur naar wie maar half werd geluisterd, Johan van Veen.

Staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) kwam gisteren niet naar Dordrecht om aan te kondigen dat op een van de Deltawerken een standbeeld zal komen voor Johan van Veen, de ingenieur die vele jaren voorafgaand aan de watersnoodramp in 1953 al voor overstromingen had gewaarschuwd, maar naar wie de meeste ingenieurs en politici maar half luisterden. Zo'n monument komt er niet. Wel sprak de staatssecretaris tijdens de presentatie van de biografie van de enigszins miskende ingenieur (Meester van de zee) over ,,een van de grote watermannen die het verdient om voor een breed publiek aan de vergetelheid ontrukt te worden''.

De gangbare populaire opvatting wil dat de watersnoodramp op 1 februari 1953, waarbij 1.835 slachtoffers vielen in Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, heeft kunnen gebeuren doordat de dijken jarenlang waren verwaarloosd, dat er geen geld was om ze te repareren, dat er geen aandacht voor was omdat iedereen druk doende was met de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Maar dat is maar het halve verhaal, zo blijkt uit de door sociaal-geograaf en historicus Willem van der Ham geschreven biografie van Johan van Veen.

Al in de jaren dertig maakte deze ingenieur bij Rijkswaterstaat plannen om de kustlijn te verkorten, rivieren af te dammen en zeearmen af te sluiten, aanvankelijk als remedie tegen verzilting van landbouwgrond, later tegen overstromingen en als middel voor landaanwinning, aanleg van infrastructurele verbindingen en recreatie. Daarbij werd hij bewonderd om zijn scherpe inzichten, maar niet altijd serieus genomen. Hij stond bekend als dr. Cassandra, naar de vrouw die de ondergang van Troje voorzag en niet werd geloofd. Kenmerkend was dat het blad Elsevier in 1952 een interview met hem niet durfde af te drukken, omdat hij met zijn waarschuwingen tegen een stormvloed onnodig paniek zou zaaien. Toen Van Veens inzichten over vooral de dreiging van de zee voor Centraal-Holland wel serieus werden genomen, was het in sommige opzichten te laat. Op nota bene 29 januari 1953, twee dagen voor de watersnoodramp, tekende Van Veen een door de minister van Verkeer en Waterstaat gevraagd plan voor de afsluiting van de tussenwateren.

Toen de ramp kwam, kreeg Van Veen op tragische wijze gelijk. De dijken waren te zwak geweest, het was verkeerd geweest om het waterbeheer in alle opzichten over te laten aan de duizenden waterschappen uitgaande van het volgens Van Veen barbaarse principe dat die het water deert, zich tegen het water weert. Het rijk was niet actief genoeg geweest. Maar waar Van Veen een ramp had verwacht in Centraal-Holland, achter de Hollandsche IJssel waar drie miljoen mensen woonden, daar werden vooral de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden getroffen. In brieven schreef Van Veen: ,,Wij specialisten zijn meer dan verbaasd dat Amsterdam, Rotterdam, en een deel van Den Haag, en verder Delft, Gouda, enzovoort niet totaal zijn verdronken. (-) Als er rechtvaardigheid in deze wereld zou zijn, dan hadden we moeten verdrinken, dat wil zeggen 3.000.000 mensen (-).'' En: ,,Maar toch, ik weet hoe dicht heel Nederland bij zijn totale ondergang was. Niet een kameel, maar een hele kudde olifanten ging door het oog van de naald. Het is werkelijk ongelooflijk dat centraal Holland nog steeds bestaat.''

Na de watersnoodramp konden de plannen voor de Deltawerken relatief snel worden gemaakt, voortgaand op de lijnen die Van Veen had uitgezet. De dijken werden niet overal verhoogd, maar de kust werd zoveel mogelijk gesloten. In 1958 werd de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel in gebruik gesteld. Een jaar later overleed Van Veen, in de trein van Voorburg naar Den Haag, op weg naar minister-president De Quay om zijn plannen voor een Eemshaven toe te lichten. Eerder had hij plannen voor een Maasvlakte gemaakt. Sommige plannen gingen zeer ver. Zo wilde hij zelfs delen van de Waddenzee droogleggen en laag Nederland permanent opspuiten.

Er is wel een borstbeeld van Van Veen. Het staat in het Groningse Uithuizermeeden, zijn geboorteplaats, tegenover de supermarkt.