Bontje

Mijn vriend is een nicht als een kathedraal. Zo'n nicht met een jaren-vijftigintonatie die je tegenwoordig nog maar zelden hoort, en met een gebarentaal die zeldzaam is geworden. Nog niet zo lang geleden waren er nog brood- en gebakwinkels, zoals Hus in Den Haag. Op zaterdagochtend was het er altijd druk. Ook wij vervoegden ons op een zaterdagochtend in de overvolle zaak om een `melkwit' te kopen. Een mevrouw met een zwaar Haags kakaccent drong voor.

,,Ik ben vóór u mevrouw'', riep mijn vriend.

,,Neen, ik ben voor u.''

,,Ik geloof het niet mevrouw. Ik zag u nog binnenkomen en dacht toen: `Wat heeft die mevrouw een goedkoop bontje aan.'''

Hij zei het luid en duidelijk, maar vooral nichterig in de overvolle winkel, en werd meteen geholpen.

Bijdragen van lezers zijn welkom via een formulier op www.nrc.nl/ik.