Armen in India en rijkdom

De Indiase economie stelt zich steeds meer open voor de buitenwereld en groeit al ruim een decennium met 5 procent per jaar of meer. Valt er op het platteland, waar nog altijd ruim de helft van de bevolking leeft, ook iets van te bespeuren? Ja zeker, stelden deskundigen gisteren op een seminar in Amsterdam ter gelegenheid van 400 jaar betrekkingen Nederland-India.

In een dorp in de deelstaat Uttar Pradesh zijn de reële lonen verdubbeld, meldde onderzoeker Peter Lanjouw van de Wereldbank. Er komen snel meer consumptiegoederen. Wel is de rente van lokale geldschieters, de voornaamste bron van krediet voor de armen, onlangs fors gestegen. Een aanwijzing dat de situatie minder rooskleurig is dan het lijkt.

Ook publicist Prem Shankar Jha, zelf afkomstig uit de straatarme deelstaat Bihar, bespeurt in zijn geboortedorp verbeteringen. ,,De meeste huizen zijn er nu van baksteen'', aldus Jha, die dat vooral toeschrijft aan de inkomsten van de ongeschoolde arbeiders, die zich over heel India verhuren. Hij raamde het totale aantal van zulke rondtrekkende arbeiders op 70 tot 100 miljoen.

De officiële cijfers van de Indiase regering suggereren dat het aantal armen op het platteland van ruim 37 procent van de bevolking in 1994 is geslonken tot 27 procent in 2000, in absolute cijfers nog altijd 280 miljoen mensen.

Socioloog Jan Breman toonde zich echter sceptisch over de voordelen van de globalisering voor de armen. In de relatief welvarende deelstaat Gujarat ligt het loon van ongeschoolde arbeiders nog altijd op 35 tot 40 rupees per dag, minder dan één dollar. Hij wees op de ondergang van de textiel-industrie, waardoor zo'n 150.000 arbeiders hun werk verloren. Breman hekelde ook de houding van de Indiase elite, die weinig doet om de groeiende ongelijkheid tussen rijk en arm op te heffen. Geen van de Indiase aanwezigen, allen behorend tot de elite, voelde zich aangesproken.