Ahold-commissarissen lijken wel oesters

Voor beleggers zijn de commissarissen de eerste verdedigingslinie tegen overmoedige of ondermaatse managers. Dat schept verplichtingen. Zij moeten openheid van zaken geven, vindt Menno Tamminga.

Vijftien maanden na het bankroet door boekhoudfraude van de Amerikaanse energiehandelaar Enron heeft Ahold onregelmatigheden ontdekt in zijn eigen winstbecijfering. Voorlopige schatting: meer dan 500 miljoen euro te veel winst geboekt in de Amerikaanse cateringdochter, die in 2001 werd gekocht. De ervaring met Enron en andere boekhoudmissers leert dat zulke schadebedragen eerder hoger dan lager uitvallen.

De ontdekking is rijkelijk laat. Waren de heren C. van der Hoeven en M. Meurs bestuursvoorzitter respectievelijk financieel directeur bij een Amerikaanse beursgenoteerde onderneming geweest, dan had hun vertrek nog dramatischer kunnen zijn. In handboeien afgevoerd naar het lokale politiebureau.

In de Verenigde Staten hadden zij vorig jaar al persoonlijk moeten tekenen voor de waarheidsgetrouwheid van de winst en de bedrijfsbalans van hun werkgever. Buitenlandse ondernemingen met een Amerikaanse beursnotering zoals Ahold zijn nog vrijgesteld van de handtekeningplicht, die is ingevoerd met lik-op-stuk-wetgeving om boekhoudkundige malversaties uit te roeien.

Eerder deze maand werd deze wetgeving op de jaarlijkse jamboree van topmanagers in Davos door ondernemend `oud Europa' laatdunkend bejegend. Maar afschrikking werkt wel. Bij Saddam Hussein èn bij calculerende managers.

Extra onrustbarend in de wanorde bij Ahold is de plotselinge uitbraak van meerdere onregelmatigheden en een zwart gat waar informatie hoort te zijn. Drie broeiende affaires zijn opeens een uitslaande brand geworden en de spuitgasten lijken wel aan de grond genageld en vragen elkaar: wie weet wat?

De Amerikaanse onregelmatigheden zijn maar één deel van de crisis. Ahold onderzoekt nog twee andere twijfelachtige zaken. Het gaat om de juiste verwerking van cijfers van diverse buitenlandse dochterbedrijven in de Ahold-winst. In één geval heeft Ahold zijn controlerende accountants over de status van deze bedrijven onvolledig geïnformeerd. Verder onderzoeken accountants de rechtsgeldigheid van acties van managers van één of meer Zuid-Amerikaanse dochterfirma's.

De witteboordencriminaliteit die hier wordt vermoed is als fenomeen niet van vandaag of gisteren, maar van altijd en overal. Kenmerkend voorbeeld is uitgever Reed Elsevier die in september 1997 een jarenlange oplagefraude bij dochterbedrijf Reed Travel ontdekte. De kosten (schadeclaims, afboekingen) liepen op tot zo'n 700 miljoen euro.

Reed Elsevier en Ahold zijn totaal verschillend, maar ook vergelijkbaar. Zij waren bij de uitbraak van de fraude multinationals met een reputatie van betrouwbare groeiers, die jarenlang beleggers tevreden stelden met bovenmatige winstgroei, twee geoefende overnamemachines die financieel-administratief strak geleid werden. Meten was weten.

Achteraf blijkt meestal dat het kinderlijk eenvoudig was om de zaak te flessen. En dat meerdere personeelsleden deelnamen aan het bedrog. En dat nog meer functionarissen op de hoogte hadden moeten zijn. Bij de cateringdochter van Ahold zijn diverse managers geschorst.

In het ontremde kapitalisme van de jaren negentig, waarin verrijking (sport-, tv-, kunst- en zakensterren) gemeengoed was, zijn ook stouteriken professioneler geworden. De schaalvergroting in het bedrijfsleven en gebrekkige controle door accountants bieden de gelegenheid. De fraaie potentiële buit is het motief. Als de opbrengsten stijgen, denken meer mensen: dat kan ik ook. Hebzucht krijgt zijn eigen versnelling, de morele rem hapert. Scepsis en controles zijn het eerste slachtoffer van ongekend hoge beurskoersen. In de jaren twintig. In de jaren zestig. In de jaren negentig.

Strenge Amerikaanse boekhoudregels konden dat niet voorkomen. Een liberaal regime, zoals in Nederland, dat bedrijven alle ruimte geeft voor fantasievol boekhouden met weinig blauw in de directiekamers, ontbeert effectieve sancties. Topmanagers verkiezen het tweede, beleggers het eerste.

Moeten commissarissen beter toezicht houden? Graag. Maar in de realiteit blijken zij geen deus ex machina, zoals topmanagers geen Superman zijn. Voor beleggers zijn de commissarissen wel de eerste en meestal de laatste verdedigingslinie tegen overmoedige of juist ondermaatse managers. Dat schept verplichtingen. Het optreden van de Ahold-commissarissen volgt de vertrouwde oestercultuur die Nederland maar beter kan vergeten.

Wie het vertrouwen wil herstellen moet de buitenwereld tegemoet durven treden, of dat nu honderdduizenden particuliere beleggers of miljoenen winkelende klanten zijn. De commissarissen reppen met geen woord over openbaarmaking van de uitkomsten van hun onderzoeken of van een apart, onafhankelijk onderzoek naar hun eigen rol en functioneren. Zij hebben toch niets te verbergen?

Menno Tamminga is redacteur van NRC Handelsblad.