Voor de rechter

DE TOPDIPLOMAAT van de Verenigde Staten voor oorlogsmisdaden, Pierre-Richard Prosper, heeft in januari Servië zonder omwegen een deal voorgesteld. Als Belgrado de drie belangrijkste voortvluchtigen, onder wie generaal Mladic, overlevert aan het VN-tribiunaal in Den Haag, dan zullen de VS niet op méér blijven aandringen. In totaal worden op de Balkan nog 23 aangeklaagden gezocht. Nog belangrijker is dat de VS volgens Prosper financiële hulp verder niet meer afhankelijk zullen stellen van een jaarlijks rapport over de medewerking van Belgrado aan het dossier van de oorlogsmidaden.

De Servische ultranationalist Vojislav Šešelj heeft niet op de afloop van dit voorstel gewacht en zichzelf gemeld in Den Haag. Het lijkt in zijn geval eerder een kwestie van grootheidswaan dan van (financiële) berekening. Hij stelt zijn gang naar Den Haag voor als een verdediging van Mladic. Bovendien heeft hij zich voorgenomen persoonlijk het Joegoslavië-tribunaal, dat in zijn ogen het werktuig is van een internationale samenzwering tegen zijn land, ,,op te blazen''. Deze boodschap is al eerder vernomen van de Joegoslavische oud-leider Miloševic. Hij heeft zijn verdediging zelf ter hand genomen, zonder overigens het tribunaal te erkennen, en volgens waarnemers de nodige politieke punten gescoord. Maar dat zegt niet alles over de juridische voortgang van de zaak tegen het voormalige staatshoofd. Een compromitterende video-opname die onlangs in de rechtszaal werd vertoond, herinnerde eraan dat de aanklager niet met lege handen staat. Interessant zal vooral zijn om te zien of het proces-Šešelj nog iets zal bijdragen aan de grote zaak tegen Miloševic. De relatie tussen hen lijkt niet altijd even eenvoudig te zijn geweest.

ALLE TIRADES nemen niet weg dat het tribunaal gestaag voortgang boekt. De jongste stand is dat achttien Serviërs, negen Kroaten en twee Bosnische moslims zijn veroordeeld, terwijl vijf vrijspraken zijn gevallen – deze uitslag is ook een vorm van recht doen. Op dit moment zijn acht processen aan de gang. De werkvoorraad bedraagt tegen de dertig zaken. En dan zijn er die drieëntwintig voortvluchtigen. De ruil die Prosper heeft voorgesteld, hoeft niet te betekenen dat de overblijvende twintig geheel de dans ontspringen. Berechting in eigen land is altijd een optie. Maar erg overtuigend is een dergelijke overdracht niet. Wellicht zit achter het voorstel van Prosper zijn uitgesproken wens het tribunaal over vijf jaar te sluiten, maar dat lijkt toch een overschatting van het tempo op de Balkan, en van het recht.

Šešelj heeft met zijn tirade in zoverre gelijk dat deze er nog eens aan herinnert dat het een schandaal is dat generaal Mladic, en zijn politieke voorman Karadzic, nog steeds niet aan het tribunaal zijn uitgeleverd. De risico's verbonden aan hun arrestatie zijn duidelijk. Maar de nog weer in januari gehoorde stelling dat de autoriteiten in Belgrado werkelijk niet weten waar het tweetal uithangt, is ongeloofwaardig.