Voltaire is ook een hotel in Frankrijk

Stel, je wilt even helemaal weg uit de aanstormende razernij van de oorlog tegen Irak. Want, ook al was het zwaard waarmee een opgewonden imam laatst zwaaide vanaf zijn kansel in Bagdad als massavernietigingswapen een beetje een tegenvaller, het blijft natuurlijk een zenuwslopende toestand. Wat doe je dan? Tip: neem het vliegtuig naar Genève, rij een kilometer of vier over de A1, en strijk dan neer in de landelijke rust van een Frans stadje, Ferney-Voltaire. Even helemaal eruit, en je ook nog eens kunnen laven aan de bron van het Franse Verlichtingsdenken.

Wie weet heeft ook prins Willem-Alexander van Oranje daar ooit gelogeerd, in het oude landgoed van Voltaire dat geheel is gerenoveerd. En misschien dacht hij wel aan een bezinningsweekeinde voor toekomstige Europese leiders dat hij mogelijk ooit in het stadje heeft bijgewoond, toen hij nicht Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn bezwoer dat Voltaire de naam was van een plaatsje in Frankrijk. Het is een van de opzienbarende anekdotes die het uitgekotste echtpaar aanhaalt in hun ontboezemingen in HP/De Tijd, dat de eer toekomt een verhaal bij de kop te hebben dat nu eens niet past in de koninklijke pr-machine: achterklap, intriges en, wie weet, strafbare feiten.

De journalistieke reacties zijn achterdochtig en lauw. Had HP/De Tijd niet meer moeten checken alvorens de persen te laten rollen? Tja, ,,sommige dingen laten zich niet checken'', schreef Elsbeth Etty geamuseerd over de aantijging dat prins Willem-Alexander de domkop! – zou hebben volgehouden, dat Voltaire een dorp is in Frankrijk: se non è vero, è ben trovato, aldus Etty.

Maar het is dus vero, of de kroonprins nu dit dorp bedoelde of niet. Nou ja, dorp: in Ferney-Voltaire wonen toch nog altijd 7.083 mensen (Michelin Guide Vert 2002 – deel Jura, blz. 174-175). Het is een aardig plaatsje volgens Kees Fens, die het een paar jaar geleden bezocht voor een portret van Voltaire in de Volkskrant. ,,Een schrijversnaam toegevoegd aan een plaatsnaam – dat moet uniek zijn'', noteerde Fens (misschien wel, maar denk ook aan het dorp Illiers, onder Chartres, dat model stond voor het Combray van Marcel Proust en zichzelf tegenwoordig siert met de dubbelnaam `Illiers-Combray', om meer madeleine kauwende bezoekers te trekken). Het omdopen van Ferney is niet van gisteren, het moet al dateren van vóór 1952, want het stadje staat zo ook al vermeld in de Winkler Prins van dat jaar.

Middenin het stadje zag Fens een standbeeld van de grote denker, die er naar verluidt vooral woonde omdat hij dan in geval van nood snel de grens met Zwitserland kon oversteken. Daarop de tekst: ,,Voltaire liet [in Ferney] meer dan honderd huizen bouwen, een kerk, een school, een hospitaal, het waterbekken, de fontein. Hij leende aan omliggende gemeenten geld zonder rente te vragen. Hij liet de moerassen droogleggen. Hij stichtte jaarmarkten en markten. Hij gaf de inwoners te eten tijdens de hongersnood van 1771.'' Het klinkt bijna als een ode aan een verlichte vorst die we ook nu nog juichend in ons land zouden binnenhalen om de zaken te regelen – afgezien van dat uitlenen van geld zonder rente te vragen, een misselijk islamitisch trekje, en wie weet een onheilspellend teken dat zelfs toen het hart van de Europese Verlichting al was aangetast door een achterlijke cultuur.

Overigens, Voltaire is ook de naam van een hotel in het gelijknamige stadje: het `Best Western Hotel Voltaire Palace' (116 kamers, drie sterren, ook voor seminars en conferenties). Misschien kunnen Margarita en Edwin er een keer, met een juridisch dream team, vergaderen over hoe het nu verder moet. Wordt hun klokkenluidersspel een nieuw koningsdrama? Het lijkt er nog niet erg op, zeker niet zolang de pers vooral genoegen neemt met een toeschouwersrol vanaf de zijlijn. Hoe zit het met die aantijgingen over afluisteren en lichten van dossiers bij de sociale dienst, wat zijn de feiten? De Volkskrant maakt vandaag een begin met een bericht over het omstreden uitkeringsdossier van De Roy van Zuydewijn. Juist om te bepalen of we te maken hebben met het gedrein van gekrenkte zielen of met een affaire die consequenties zal krijgen (of met beide), moeten we toch eerst weten wat er is gebeurd.

Nog een andere opmerking over onze preutse omgang met celebrities, van koninklijken of anderen bloede. Toen Herman Brood zich in 2001 te pletter wierp vanaf het Hilton Hotel in Amsterdam, tekende redacteur Hubert Smeets de volgende dag in deze krant voor een achtergrondstuk over de rockster waarin diens betekenis werd afgezet tegen de culturele verschuivingen die zich in Nederland hadden voorgedaan. De populariteit van Brood wees volgens hem op ,,een geslaagde democratisering van cultuurgoederen''. Smeets: ,,Naarmate de jaren negentig vorderden werd Brood een spiegel van dit nieuwe Nederland: een samenleving die in groeiende voorspoed doormoddert, met achteloze ergernis over de daklozen heenstapt en daarbij als morele aflaat een overzichtelijke hoeveelheid bohème nodig heeft''.

De krant was nog niet gezakt of Smeets werd het mikpunt van spot uit het kamp van dertigers en veertigers die liever nog even dweepten met Brood. Joost Zwagerman noemde het stuk van Smeets ,,de merkwaardigste en verwardste necrologie die ik ooit onder ogen heb gekregen', een `vivisectie op een volksheld terwijl het lijk nog warm was''. Hij vond het vooral opmerkelijk dat Smeets alles uit de kast haalde ,,om het maar vooral niet over popmuziek te hebben''. Dit was kennelijk sociologie van de allerkoudste grond.

Maar wat lezen we nu in de inleiding van Zwagermans jongste bundel Het wilde westen? ,,Van deviante persoonlijkheden waren Brood en Fortuyn getransformeerd tot publiekslievelingen, niet omdat zijzelf nu zo veranderd waren, maar omdat de perceptie van het publiek ingrijpend was gewijzigd: de junkie en de charismatische relnicht hoorden als gedomesticeerde buitenbeentjes inmiddels ten volle bij de Grote Famile van Nederland [..] Een oer-Hollands staaltje van volksemancipatie''. Ze waren ,,sleutelfiguren in het op drift geraakte Nederland'', want: ,,Het verzuilde domineesland was in de jaren negentig weggeconcurreerd door partycentrum Nederland''.

Je zou zeggen dat de methode-Smeets heeft schoolgemaakt bij Zwagerman. Maar ja, nu kan het. Vivisectie op een volksheld mag, begrijpen we. Als het lijk maar dood genoeg is.