Van zinderende abstracten tot brave fresco's

Otto van Rees (1884-1957) is een vreemd geval in de Nederlandse schilderkunst van de vorige eeuw. De dichter Adriaan Roland Holst typeerde hem eind jaren vijftig als ,,een Fra Angelico in een tweedjasje''. Hij refereerde aan de religieuze fresco's die Otto van Rees, geïnspireerd door de Italiaanse renaissancekunst, tegen het eind van zijn leven schilderde. Het is moeilijk te begrijpen dat deze anachronistische, wat zoetsappige schilderingen door dezelfde man gemaakt zijn als het vroege werk van Van Rees, dat juist blijk geeft van een ongebreidelde experimenteerlust.

In zijn jonge jaren maakte Otto van Rees een stormachtige ontwikkeling door. Hij was twintig toen hij in 1904 in de leer ging bij Jan Toorop, die hem inwijdde in de kunst van het pointilleren. In hetzelfde jaar vertrok hij naar Parijs en huurde hij in Montmartre een ruimte in het ateliergebouw Bateaux Lavoir, waar hij Braque en Picasso leerde kennen. De volgende zomer bracht hij met Kees Van Dongen door in het dorpje Fleury-en-Bière vlakbij Parijs. Allebei schilderden ze daar, in grove pointille's, een reeks zinderende landschappen. Volgens de kunsthistoricus Herbert Henkels, die in 1975 een monografie over Otto van Rees publiceerde, wedijverden Van Rees en Van Dongen in het weergeven van de intensiteit van het zonlicht. Zoals nu in het Singer Museum te zien is, hoort dit werk tot het meest vitale wat Van Rees heeft gemaakt. Het schilderij Vier boeren op het veld (1905) is een mozaïek-achtige, bijna abstracte uitspatting van kleur. In de daarop volgende jaren maakte zijn dynamische schildertrant plaats voor een beheerster, meer lineaire stijl.

Omstreeks 1910 is er weer een omslag in zijn werk: de gestaltes op zijn schilderijen worden steeds verder gestileerd, hij ontleedt ze in segmenten en ontwikkelt zo een eigen versie van het kubisme waarin de vormen aanvankelijk niet hoekig en haaks op elkaar staan, maar in zachte rondingen.

Sommige van zijn kubistische schilderijen en ook de geabstraheerde composities uit 1912 doen denken aan collages. Doordat hij de kleurvlakken niet op elkaar liet aansluiten, lijken ze op het doek geplakt, zoals te zien is aan het schilderij Bordurende vrouw (1912). Misschien dat dit hem op het idee bracht om de collage-techniek ook daadwerkelijk te gaan toepassen. Van Rees was een van de eerste kunstenaars – zo niet de allereerste – die van papiertjes, lege sigarettenpakjes en stukjes krant speelse composities in elkaar flanste. Op de expositie zijn daar een paar mooie voorbeelden van te zien. Ook hangt er het affiche dat hij ontwierp voor de eerste dada-tentoonstelling, in 1915 in Zürich: een uitdagende collage van abstract-geometrische vormen.

Zoals veel kunstenaars keerde ook Otto van Rees in de jaren twintig terug naar de figuratieve voorstelling. Hij schilderde stillevens van allerhande huiselijke voorwerpen, dromerige portretten – die eigenaardig sculpturaal aandoen – en landschappen, meestal in vale, bleke tinten. Het is ernstig, ingetogen werk, waar vaak iets sacraals van uit gaat. Maar op de tentoonstelling maakt het ook een wat uitgebluste indruk. Het is alsof Van Rees na 1920, toen hij ernstig gewond raakte bij een treinongeluk, zijn draai niet meer kon vinden. Begin jaren dertig is er nog even een opflakkering. Hij schildert dan abstracte composities van losse kleurvlakken, maar vergeleken bij zijn vroege werk doen ze toch dof en mat aan. Hij lijkt in die jaren niet echt meer te geloven in het experiment.

Eind jaren dertig raakte Van Rees verzeild in reactionair-katholieke kringen en verloor hij het contact met de artistieke vernieuwingen van zijn tijd. In de chronologisch ingerichte expositie in het Singer Museum is de ontwikkeling van Van Rees goed te volgen, vanaf zijn flitsende start aan het begin van de eeuw tot het weifelende en ingehouden latere werk. Het oeuvre van Van Rees is sinds zijn dood zelden geëxposeerd en behalve de allang niet meer verkrijgbare monografie uit 1975 is er ook weinig over geschreven. Het is dan ook doodzonde dat de publicatie die bij deze tentoonstelling zou verschijnen pas over enkele maanden uitkomt.

Otto van Rees. T/m 27/4 in: Singer Museum, Oude Drift 1, Laren. Open di-zo 11-17 u. Inl. 035-5393939 of www.singerlaren.nl.