Twee plannen

IN DE VEILIGHEIDSRAAD van de Verenigde Naties circuleren sinds gisteren twee voorstellen voor de ontwapening van Irak. Het ene is een ontwerpresolutie van Amerika, Engeland en Spanje, die constateert dat Irak zijn laatste kans, geboden door resolutie 1441, voorbij heeft laten gaan en dat het de ernstige gevolgen daarvan onder ogen moet zien. De tekst maakt de weg vrij voor een militaire actie tegen Bagdad. Het andere voorstel is een `memorandum' van Frankrijk, Duitsland en Rusland, waarin deze landen pleiten voor meer tijd voor wapeninspecties. Geweld is volgens dit document nog niet aan de orde. Er zijn geen bewijzen dat Irak over massavernietigingswapens beschikt. De Veiligheidsraad moet dan ook alles op alles zetten om de crisis vreedzaam op te lossen. Twee plannen – en ze convergeren niet. Het wachten is op de stemming. De verdeeldheid is echter niet meer te verdoezelen; daarvoor zijn de verschillen van inzicht te groot.

Negen stemmen vóór en geen veto zijn nodig om een resolutie van de VN-Veiligheidsraad goedgekeurd te krijgen. Vijftien leden telt de raad, waarvan vijf permanente met vetorecht. De stand van zaken op dit moment is aldus: de Verenigde Staten, Groot-Brittanië, Spanje en Bulgarije zijn voor een militaire ingreep en zullen voor de tweede resolutie stemmen. Tegen zijn de permanente leden Frankrijk, Rusland en China, alsmede Duitsland en Syrië. Twijfelaars zijn Angola, Chili, Guinee, Kameroen, Mexico en Pakistan. Het ligt niet in de verwachting dat een van beide kampen veel water in de wijn zal doen. De Veiligheidsraad mag het dilemma de komende dagen proberen op te lossen, een loodzware opdracht omdat het gezag van de Verenigde Naties op het spel staat. Een verdeelde VN, gevolgd door een Amerikaanse solo, is het scenario van een nachtmerrie. Maar misschien lukt het Washington om met druk, invloed en geld bij de `kleinen' aan de vereiste negen stemmen te komen. Frankrijk (en/of Rusland en/of China) moet dan wel zijn veto voor zich houden.

DE SPLIJTZWAM in de VN had zich eerder al genesteld tussen Amerika en Europa en tussen de Europese landen onderling. In het Berlijnse restaurant `Zur letzten Instanz' – nomen est omen – kwamen gisteravond bondskanselier Schröder en president Chirac bijeen. Ze doen denken aan Don Quichot en Sancho Panza, de romanhelden van Miguel de Cervantes. Ze bedoelen ogenschijnlijk het beste, en het is niet moeilijk om sympathie op te brengen voor hun standpunten, maar werkelijke oplossingen hebben ze niet. En hun hartekreten leiden ook niet tot eenheid in de Europese Unie, hoe fraai de compromistekst van de EU over Irak vorige week ook oogde. Europa is en blijft in deze zaak een uitdragerij van goede voornemens en gemiste kansen. Hadden Schröder en Chirac maar het niveau om geloofwaardig tegenwicht aan Washington te bieden. Hadden ze maar een plan dat inhoudelijk perspectief bood; een plan dat het waard is, ook voor aarzelende EU-landen, om te steunen; een eigen Europese aanpak die de Amerikanen serieus zouden moeten nemen. Nu wekken beide leiders vooral de indruk tegen windmolens te vechten. De `as' Parijs-Berlijn draait wel, maar drijft geen goedlopend raderwerk aan. De machine is loos.

Het oude Europa weet te goed wat oorlog is om ten strijde te trekken, zei Schröder gisteren. Mooie woorden, waarachter een wereld van machteloosheid schuilt. Niemand wil een oorlog – waarvan de verschrikkingen overigens net zo goed bij de Amerikanen bekend zijn – maar het aantal geloofwaardige alternatieven neemt zienderogen af. Schröder en Chirac weten dat ook, maar ze handelen er niet naar. Nog niet.