`Modeleconomie' in problemen

Marokko rekent voor zijn economische groei in de komende jaren vooral op het toerisme. Maar de ontwikkelingen rond Irak en de groeiende invloed van moslim-fundamentalisten maken zo'n toekomst minder waarschijnlijk.

Het Hilton-hotel in Rabat staat al drie jaar te koop. Wie rond de 37 miljoen dollar (34,3 miljoen euro) wil neertellen kan zich zo eigenaar noemen van een 269 kamers tellende hotelflat, gunstig gelegen in het groen langs de uitvalswegen, compleet met riante tuin, buitenzwembad, oefengolfbaan, fitnessruimtes, twee restaurants en diverse winkels. Aangenaam klimaat wordt gratis bijgeleverd. Inlichtingen bij de Koreaanse eigenaar Daewoo.

Daewoo kocht het Hilton in 1995 voor 29 miljoen dollar en verspijkerde er nog eens voor tien miljoen dollar aan. Maar het rendement bleek niet voldoende, de Koreanen willen van het hotel af. Tot nu toe heeft zich geen serieuze koper gemeld.

Het Hilton is symbolisch voor Marokko, een land dat zich ten doel heeft gesteld om zijn toekomst te funderen op het toerisme. De afgelopen jaren steeg het aantal toeristen dat naar Marokko kwam, tot twee miljoen in 2002. Koning Mohammed VI dacht dat zijn land in 2010 wel tien miljoen toeristen kon trekken. Maar door de elfde september 2001 stagneerde de stroom, terwijl de nakende oorlog in Irak verder onheil voor het toerisme kan betekenen. Hoewel van vijandigheid jegens hen geen sprake is, blijven de bezoekers uit de Verenigde Staten nu massaal weg. Ook de Nederlandse ambassade heeft een waarschuwing voor toeristen afgegeven.

`Marokko, een modeleconomie in Afrika', kopte onlangs de roze bijlage van het dagblad Le Matin, de officiële spreekbuis van de regering. Die conclusie werd getrokken op basis van het feit dat Marokko het afgelopen jaar de vijfde economie in grootte van Afrika was, na Zuid-Afrika, Egypte, Algerije en Nigeria.

De Marokkaan op straat weet wel beter. Wie kan, neemt de benen naar Europa. Weg uit de `modeleconomie', waar werkloosheid, corruptie en stagnatie de boventoon voeren. Het laatste Europese rapport over de economische situatie bij de Mediterrane partnerlanden schetste een somber beeld. Marokko is ondanks de dertig miljoen inwoners een ,,een kleine economie'', dat met een gemiddeld jaarinkomen van 3.400 euro tot de armste landen in de regio behoort. De helft van de beroepsbevolking werkt in de agrarische sector, die niettemin maar 14 procent van het bruto binnenlands product genereert. De agrarische sector is versnipperd, met veel kleine boeren en verouderde productietechnieken. Gedurende de droge jaren negentig viel de groei terug tot gemiddeld iets meer dan 2 procent. Nauwelijks genoeg om de bevolkingsgroei bij te benen. Lang niet genoeg om de kwart miljoen jongeren een baan te geven die er jaarlijks op de arbeidsmarkt bijkomen. Het gevolg: 20 procent van de stedelijke bevolking zit zonder werk, in de groep mensen tot 34 jaar heeft zelfs de helft geen werk.

Er is één lichtpuntje: in 2002 was de inflatie slechts 2,5 procent. Het betreft hier echter een bitter genoegen: de lage inflatiecijfers worden vooral veroorzaakt door de geringe groei van de consumptie. Omdat oververhitting van de vraag vooralsnog uitgesloten is, kan verwacht worden dat de inflatie binnen de perken blijft, concludeert het Europese rapport. Agrarisch van aard als zij is, blijft de Marokkaanse economie een speelbal van het weer. In de afgelopen twee jaar, met zijn overvloedige regenval, was de groei respectievelijk ruim 6 procent en 4,5 procent. Dit jaar belooft eveneens een rijk oogstjaar te worden. Er is een recordoppervlakte ingezaaid en het graan heeft nog maar een paar dagen regen nodig om een grote opbrengst op te leveren. De stuwmeren zitten bovendien goed vol. Maar het is slechts een kwestie van tijd of de droogte slaat weer toe.

Vrijhandelsakkoorden bieden in deze maar beperkte soelaas. Met de Europese Unie blijft vooral de export van tomaten een aanhoudend twistpunt, vooral omdat buurland Spanje zijn eigen tuinbouwsector bedreigd ziet. Met de Verenigde Staten is eveneens een vrijhandelsakkoord in de maak, dat echter door sceptici vooral wordt gezien als een politieke geste. ,,Het gevaar is dat Marokko wordt platgewalst door de grote multinationale exportindustrie uit het westen'', meent voormalig ABN Amro-directeur in Rabat, Wouter Hazelhoff. ,,Maar dat het anderzijds de grootste moeite kost om een tomaatje over de grens te krijgen.''

Grote belofte was de afgelopen jaren de olie. Bijna drie jaar terug dook het verhaal op dat binnen korte tijd olie geëxploiteerd kon worden. Dat bleek een misverstand: langs de grens met Algerije en voor de Marokkaanse kust worden proefboringen verricht. Koninklijke Olie, dat de mogelijkheden van exploitatie off shore onderzoekt, bevestigt dat de speurtocht nog in volle gang is, maar dat nog allerminst duidelijk is of het ooit tot een rendabele winning zal komen.

Toerisme blijft daarom de grootse inkomstenbron. Voor de eerste grootschalige hotelprojecten in Agadir, met Marrakech Marokko's grootste trekpleister, zijn inmiddels Saoedische investeerders gevonden.

Marokko`s zakelijke elite heeft er echter nog een zorg bij die voor structurele overlast kan zorgen. De islamitische Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PJD), behaalde bij de algemene verkiezingen van vorig jaar een monsterzege. De economische problemen worden handig benut door de PJD om zijn aanhang te vergroten. Voorlieden van deze partij waren de afgelopen weken in de weer met donderpreken tegen het toerisme, dat verantwoordelijk wordt gesteld voor drankzucht, seksuele uitspanningen en andere westerse losbandigheden.