LTO wil schade dioxine verhalen op leveranciers

Boerenorganisatie LTO wil de schade die boeren leden door met dioxine vervuild veevoer verhalen op de handelaren. Bovendien moet de tussenhandel weg.

,,Ze gaan nu op de pijnbank. Hier komen ze niet zomaar mee weg.'' Voorzitter Chris van Gisbergen van LTO Varkenshouderij is de voedselschandalen meer dan zat. Hij wil de schade die varkenshouders hebben geleden als gevolg van met dioxine besmet diervoer verhalen op de voerleveranciers. En die schade loopt volgens LTO al gauw in de tienduizenden euro's per boerenbedrijf. Een bedrijf dat `op slot' zit, mag immers niets uitvoeren, terwijl de onkosten gewoon doorlopen.

Op het hoogtepunt van de huidige dioxine-affaire waren er 242 veebedrijven door het ministerie van Landbouw gesloten, voornamelijk in het oosten van het land. Bij de meeste bedrijven bleek de dioxinevergiftiging mee te vallen, omdat het verontreinigde broodmeel, de kern van de besmetting, zeer verdund in het veevoer terecht was gekomen.

Hierdoor zijn 92 bedrijven weer opengesteld, maar 150 bedrijven zitten nog op slot. Daaronder bevinden zich vooral varkenshouderijen. Zij hadden de hoogste concentraties broodmeel in het voer en worden financieel het zwaarst getroffen.

Waarom zou een veehouder voor die schade moeten opdraaien als hij in goed vertrouwen voer koopt bij een bedrijf dat het niet zo nauw neemt met voedselveiligheid, vraagt Van Gisbergen zich af. ,,Blijkbaar hebben die bedrijven niets geleerd van de MPA-affaire (toen varkensvoer was vervuild met een anticonceptiehormoon, red.) van afgelopen zomer. Het gros werkt volgens de regels, maar een paar cowboys verpesten het.'' Daarom wil LTO dat leveranciers in het vervolg een garantiecertificaat kunnen tonen waarin staat dat alle grondstoffen van het voer zijn gecontroleerd en dat ze aansprakelijk zijn voor schade door besmet voer. Van Gisbergen denkt dat van dreigende schadeclaims een sterk disciplinerende werking zal uitgaan. Maar volgens de brancheorganisatie van veevoerbedijven Nevedi werkt het huidige GMP-certificeringssysteem (Good Manufacturing Practices) naar behoren. Lijdt een veehouder schade, dan staat een gang naar de rechter altijd open, aldus secretaris W. van de Fliert van Nevedi. Bij onverantwoord gedrag, zoals bij de importeur van het verontreinigde broodmeel, raakt de leverancier zijn GMP-vergunning kwijt, waardoor het bedrijf niet meer kan leveren. Van Gisbergen blijft erbij dat een leverancier die zich `spijkerhard' garant verklaart voor de kwaliteit van veevoer ,,zich wel twee keer zal bedenken voordat hij met de kwaliteit sjoemelt''.

LTO pleit daarnaast voor een vereenvoudiging van de voederdistributie. In het huidige systeem zitten volgens LTO te veel tussenhandelaren, wat verontreinigd voer moeilijk te traceren maakt. Van Gisbergen roept alle mengvoederbedrijven op hun ingrediënten direct bij de fabrikant te betrekken, zodat de keten beperkt blijft tot slechts drie schakels: grondstoffenleverancier, mengvoederbedrijf en veehouder.