Kenia onderzoekt corruptierel

De Keniaanse regering van president Mwai Kibaki heeft gisteren een speciale commissie ingesteld die onderzoek moet doen naar het grootste corruptieschandaal uit de nationale geschiedenis. Bij dit zogeheten Goldenbergschandaal `verdween' ruim 400 miljoen dollar. Kibaki, die eind vorig jaar door een grote verkiezingsoverwinning aan de macht kwam, had vorige week al de omstreden opperrechter Bernard Chunga op non-actief gesteld.

De bezem die Kibaki door de regeringsstallen haalt, bereikt steeds gevoeliger plaatsen. Het Goldenbergschandaal wordt als het dieptepunt gezien van het wanbeleid tijdens het 24 jaar durende bewind van president Daniel arap Moi. Het schandaal werd een symbool: alleen wanneer Moi de schuldigen van Goldenberg zou aanklagen, kon zijn belofte om corruptie te bestrijden serieus worden genomen. De inspanningen van zijn regering bleken halfslachtig: de rechtszaken sleepten zich voort zonder dat er veroordelingen vielen. Met de instelling van de commissie laat Kibaki zien dat hij het schandaal wel tot de bodem wil hebben uitgezocht.

De zwendel rond Goldenberg was simpel en effectief. Het bedrijf Goldenberg exporteerde goud en ontving daarvoor van de overheid een aanmoedigingspremie van 35 procent. Op deze wijze inde Goldenberg een geschatte vier- tot zeshonderd miljoen dollar. In werkelijkheid exporteerde Goldenberg alleen op papier, Kenia heeft namelijk helemaal geen goud. De miljoenen werden vermoedelijk door de regeringspartij Kanu aangewend voor haar verkiezingscampagne. Begin jaren negentig had Moi onder grote druk het méérpartijensysteem ingevoerd waardoor zijn regeringspartij Kanu voor het eerst dreigde verkiezingen te verliezen.

Talrijke namen van hoge politici zijn genoemd in verband met Goldenberg. Als onderdeel van de zwendel werden enkele banken opgericht, waarin de familie van Moi aandelen had. Met Goldenberg verbonden zakenlui en politici raakten betrokken bij andere fraude, zoals de verkoop van flatgebouwen en hotels in Nairobi.

Vorige week besloot de regering al om een onderzoek in de stellen naar opperrechter Bernard Chunga. Chunga staat bij ex-politieke gevangenen symbool voor de onderdrukking en martelingen eind jaren tachtig. Hij was toen openbare aanklager en leidde de heksenjacht tegen de illegale oppositie. Gevangenen werden gemarteld en tijdens geheime rechtszaken veroordeeld.