`Jongens hebben baat bij man voor de klas'

Een meester voor de klas kan jongens stimuleren tot jongensgedrag. Nu is meisjegedrag te veel de norm. En dat is slecht voor jongens, zegt hoogleraar Louis Tavecchio.

Louis Tavecchio, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam, zegt niet dat er te veel vrouwen voor de klas staan. Tavecchio zegt alleen dat er te weinig mannen voor de klas staan. En dat is niet alleen het geval in Nederland, zo zegt hij, maar wereldwijd zijn er nauwelijks meer schoolmeesters op de basisscholen. Mannelijke crècheleiders zijn helemaal een uitzondering.

En hij brengt dat gegeven, heel voorzichtig, in verband met een andere opvallende ontwikkeling, die ook in veel westerse landen is te zien: meisjes gaan het steeds beter doen op school, terwijl jongens een vrije val naar beneden lijken te maken. Ze blijven vaker zitten, halen minder goede cijfers en verlaten vaker voortijdig de school.

Zijn jongens ineens dommer geworden? Nee, dat zeker niet, zegt Tavecchio. Hij is, net als Engelse, Australische en Amerikaanse onderzoekers, eens gaan kijken naar hoe de onderwijsomgeving er voor de meeste jongens uitziet. Dan valt op dat jongetjes al van jongs af aan les krijgen van vrouwen. Niet dat de didactiek van vrouwen slechter zou zijn, maar ze is wel ánders dan die van mannen. Een man voor de klas geeft jongens een `rolmodel', iemand aan wie ze zich kunnen spiegelen. Zeker voor jongens zonder vader of een vader die, zoals nog steeds in de meeste gezinnen, vaak weg is, zou het heel gezond kunnen zijn als de man weer terugkeerde in het onderwijs.

Een meester die eens een keer afwijkt van de regels, die zijn leerlingen in de maling neemt, ze zelf dingen laat uitzoeken. Iemand die juist die dingen met ze doet die jongetjes leuk vinden, en die dát gedrag stimuleert dat vrouwen, en dus ook juffrouwen, lastig en vervelend vinden. Want het lijkt er wel eens op, zegt Tavecchio, dat meisjesgedrag de norm is geworden voor `ideaal kindergedrag'. Meisjes zijn gezeglijker, meegaander, rustiger en dat gedrag wordt ook te veel van jongens verwacht. En als jongens daaraan niet voldoen, omdat ze nou eenmaal anders in elkaar zitten, worden ze al snel lastig gevonden, te druk, onhandelbaar. Terwijl het gewoon jongensgedrag is, zegt Tavecchio. En daar hoort nou eenmaal ook bij dat ze zich af en toe afzetten tegen vrouwen. ,,Jarenlang hebben we meisjes de jongensnorm opgelegd. Laten we nou niet dezelfde fout andersom maken. Er zijn al jaren programma's om het wiskunde- en rekenonderwijs voor meisjes toegankelijker te maken. Jongens zijn al jaren slechter in taal dan meisjes, maar niemand heeft ooit nog een speciaal taalprogramma voor ze bedacht.''

Tavecchio moet het allemaal nog heel voorzichtig zeggen, zegt hij. Maar in de Verenigde Staten verschijnen al jaren onderzoeksrapporten en dikke boeken met titels als The war against boys, Boyhood in crisis en The betrayal of the American man, waarin hetzelfde wordt beweerd. Die boeken verschenen nadat de twee jongens in het rond hadden geschoten op Columbine High School in Colorado. Er werd verband gelegd tussen gewelddadige programma's op televisie en hun gedrag, maar ook met het ontbreken van normale, mannelijke rolmodellen in hun omgeving. Bijvoorbeeld op school.

Tavecchio wil eigenlijk maar één ding zeggen: ,,Laten we ons weer eens om de jongens bekommeren.''