Hobbyisten tegen profs

Meer en meer vindt bij bedrijven zowel als overheden het gratis besturingssysteem Linux ingang als alternatief voor Windows. Softwaregigant Microsoft is `not amused'. ,,Wij nemen dit heel erg serieus.''

Hoe een project van idealisten een volwassen, succesvolle industrie kan worden die reuzen als Microsoft het leven lastig maken, bewijst Linux. Het pc-besturingssysteem Linux, een gratis alternatief voor het bekende Microsoft-product Windows, begon zijn leven als studieproject op een Finse universiteit. Tegenwoordig is Linux in gebruik bij bedrijven als Unilever, Shell, IKEA, De Telegraaf, Philips en publieke omroepen als de VPRO, maar ook bij de Duitse en Chinese overheid. Microsoft, het grootste softwarebedrijf ter wereld, is niet blij. ,,Wij zien dat Linux een flink pr-momentum heeft en nemen het dus heel erg serieus. Ook al is het marktaandeel op dit moment nog klein'', zegt Erwin Visser, marketing director van Microsoft Nederland.

Linux is gratis sinds het prille begin, in 1991. In dat jaar begon de Fin Linus Torvalds, student informatica aan de Universiteit van Helsinki, aan een project dat tot het huidige Linux (afgeleid van Torvalds' voornaam Linus) zou uitgroeien. Hij liet zich inspireren door het besturingssysteem Minix van de in Nederland wonende Amerikaanse hoogleraar informatica Andrew S. Tanenbaum, die aan de Vrije Universiteit doceert. Toen Torvalds andere enthousiastelingen vroeg mee te werken aan de bouw van het Linux-besturingssysteem, waren de vrijwilligers snel gevonden. Op de voedingsbodem van jong idealisme kwam de Linux-beweging tot bloei. Nog steeds zorgen vrijwilligers voor de eindredactie van de nieuwe Linux-versies en mag Linux gratis worden gekopieerd.

Op basis van de gratis-filosofie – een opmerkelijk huwelijk tussen idealisme en zakelijk inzicht – begint een succesvolle industrie te groeien, die geld verdient met het leveren van ondersteunende diensten en technische adviezen aan bedrijven die Linux willen gebruiken. Want Linux mag dan gratis zijn, de automatisering van een heel bedrijf laten overschakelen op Linux vergt veel kennis van dit technisch gecompliceerde besturingssysteem. Volgens het Amerikaanse bureau IDC, een van de grootste ICT-marktanalisten ter wereld, had Linux in 2000 een marktaandeel van 27 procent op de markt voor servers, computers voor zware zakelijke toepassingen, een percentage dat nog altijd stijgt en volgens IDC ook in 2003 zal toenemen. Microsoft is dan ook – met reden – bezorgd. ,,Wij zien Linux als concurrent op zowel de server als de desktop'', zegt Visser.

Het idealistische verleden van Linux is niet altijd gunstig geweest voor de zakelijke acceptatie. Een aantal voor dit artikel benaderde bedrijven wil dan ook niet genoemd worden als gebruiker van Linux. ,,Misschien dat ze niet geassocieerd willen worden met een besturingssysteem dat, overigens onjuist, wordt geassocieerd met amateurisme'', zegt Jeroen Baten, auteur van het boek `Linux in het bedrijf' en eigenaar van I2RS, een Nederlandse onderneming die advies en technische ondersteuning geeft aan bedrijven die Linux gebruiken of dat willen gaan doen. Valentijn Sessink van het Amsterdamse bedrijf Open Office, dat kleinere bedrijven helpt met de overschakeling naar Linux, noemt een tweede reden: ,,Overschakelen naar Linux en dat toegeven, betekent ook dat je toegeeft dat je een fout hebt gemaakt met de aanschaf van Windows. Dat ligt gevoelig''.

Hét verschil tussen Linux en Windows berust op het intellectuele eigendomsrecht. Linux behoort tot de categorie software die open source wordt genoemd. Dat betekent dat de broncode, zeg maar de `blauwdruk' van het systeem, openbaar is. Iedereen mag veranderingen voorstellen, die – als ze goed zijn – door de wereldwijde gemeenschap van Linux-vrijwilligers in de nieuwe versies worden overgenomen. Een klein clubje doorgewinterde programmeurs houdt toezicht op dit proces. Dit is aantrekkelijk voor softwareontwikkelaars en -gebruikers, omdat bijvoorbeeld fouten (`bugs') zo sneller zijn op te sporen en te verbeteren. Ook kunnen bedrijven aanpassingen maken voor eigen gebruik.

Microsoft werkt anders. Lange tijd was de broncode van Windows geheim. Sinds mei 2001 kiest Microsoft onder druk van de aandacht voor open source voor een iets opener aanpak. ,,Wij hebben het shared source-programma'', zegt Erwin Visser van Microsoft. ,,Universiteiten en grote klanten kunnen met ons een gratis contract afsluiten waarbij ze toegang krijgen tot bijna alles van de Windowscode. Een heel klein deel is niet openbaar.'' Toch zijn de verschillen met open source groot. Want in het contract zijn voor de Microsoft-klanten allerlei restricties opgenomen, zoals het verbod om de kennis te delen die ze met anderen dan Microsoft opdoen. Dat is bij Linux niet nodig.

Niet alleen het bedrijfsleven heeft interesse voor Linux. Wegens de voordelen van open source riep het Tweede-Kamerlid Vendriks (GroenLinks) in november vorig jaar het kabinet op toch vooral eens goed te kijken naar de mogelijkheid ook bij het rijk open source-software te gebruiken. Daarmee was hij niet de eerste. Huub Schuurmans, tot 2001 technisch-wetenschappelijk attaché van het ministerie van Economische Zaken, schreef al in 1998 in het ministerietijdschrift TechNieuws een lovend artikel over de mogelijkheden van open source. Vendrik lanceerde samen met Rens van Tilburg, ook GroenLinks, in november vorig jaar het plan `Software open u!' waarin de partij voorstelt om vanaf 2006 alleen nog maar open-source-producten te gebruiken bij de overheid. Dat voorstel is niet alleen door idealisme ingegeven, maar ook door commerciële overwegingen.

Voor kantoortoepassingen kunnen veel bedrijven nauwelijks om Microsoft heen: ze maken vaak al jaren gebruik van bepaalde computerprogramma's die op Windows draaien. Overschakelen naar een Linux-alternatief is dan vaak een ingewikkelde zaak – als er al overgeschakeld kan worden, want voor sommige specialistische programma's is een dergelijk alternatief er niet eens. Deze afhankelijkheid van Windows maakt dat Microsoft de prijzen hoog kan houden. De Vereniging Nederlandse Gemeenten klaagde vorig jaar daarom over de `wurggreep' waarin Microsoft haar houdt. De VNG heeft zich inmiddels achter het voorstel van GroenLinks geschaard. Omdat de publieke sector volgens GroenLinks goed is voor een achtste van de Nederlandse softwaremarkt, zou overschakeling naar open source een flinke klap betekenen voor Microsoft. Althans in theorie, want Linux is niet voor iedere toepassing even geschikt. Overigens zou een dergelijk overheidsbesluit niet zonder precedent zijn. De Duitse, Franse, Finse en Chinese overheid stimuleren al stuk voor stuk het gebruik van open source, al is een volledige overschakeling ook daar meestal niet mogelijk.

Gelukkig voor Microsoft zijn de ministeries van Binnenlandse en Economische Zaken aan een minder verregaand plan begonnen. Begin februari stuurden zij dit plan onder de naam `Open standaarden en open source software' naar de Tweede Kamer. De komende drie jaar willen ze drie miljoen euro besteden aan twee programma's waarmee het gebruik van open source moet worden gestimuleerd, wat aanzienlijk minder ambitieus is dan de doelstelling van Vendrik.

Laat een doorbraak bij de Nederlandse overheid wellicht nog even op zich wachten, op andere fronten is Linux nu al succesvol. De meeste computerkenners, Microsoft wellicht uitgezonderd, zijn het er over eens dat Linux veel stabieler is dan het Windows-besturingssysteem. De grootste successen boekt Linux daarom op de servermarkt, waar stabiliteit en betrouwbaarheid tellen. Servers zijn computers die veelal onzichtbaar hun werk doen. Zoals het woord `server' al zegt hebben ze een `dienende' taak en regelen ze op de achtergrond zaken als financiële transacties bij banken en de digitale gegevensstromen op internet. Zo gebruikt de zakenbank Credit Suisse First Boston het besturingssysteem Linux en is ook de internetaanbieder Cistron een Linuxgebruiker. Ook op rekenintensieve gebieden presteert Linux goed.

Energiemaatschappij Shell liet automatiseerder IBM zelfs een Linux-supercomputer bouwen. Ook bij de autofabrikanten Ford, Chrysler en Volvo en bij NASA's Jet Propulsion Laboratory staan Linux-supercomputers te zoemen.

Hoeveel gebruikers Linux intussen heeft is niet precies bekend. Het Amerikaanse onderzoeksbureau IDC schat dat wereldwijd 1,7 procent van alle bureaucomputers op Linux draait, maar dit cijfer is gebaseerd op betaalde Linux-pakketten. Linux is weliswaar gratis, maar bedrijven als Red Hat bieden pakketten aan waarin een Linux-cd zit met een handleiding (49 euro). Bij het bedenken van Linux had gebruiksgemak niet bepaald de hoogste prioriteit. Voor beginners is zo'n handleiding daarom het extra geld wel waard. Het tegenovergestelde geldt ook: technisch onderlegden hebben geen pakketten met handleiding nodig. Het aantal verkochte dozen met Linux is daarom vele malen kleiner dan het aantal gebruikers, en het IDC-cijfer dus vermoedelijk aan de lage kant.

Dat Linux groeit is af te lezen aan twee ontwikkelingen. De eerste is het gedrag van Microsoft's zakelijke tegenstanders zoals IBM en Sun. Deze grote Amerikaanse bedrijven leveren hun klanten desgewenst systemen die op Linux draaien in plaats van op Windows. Linux ondersteunen betekent overigens niet alleen tevreden klanten, maar ook: Microsoft pesten. Wat aan de wederzijdse retoriek goed te merken is. Microsoft-topman Steve Ballmer vergeleek Linux in 2001 met een `kankergezwel'. En Sun-topman Scott McNealy maakte Bill Gates ooit uit voor `drugsdealer'.

De tweede ontwikkeling is het succes van bedrijven die met slim zakendoen laten zien dat ook met een gratis product als Linux wel degelijk geld valt te verdienen. Jeroen Baten van I2RS, een eenmansbedrijf dat nu anderhalf jaar bestaat, zegt dat hij in zijn eerste jaar zo'n 90.000 euro omzette. Tegen het huidige economische tij in neemt het aantal opdrachten volgens Baten alleen maar toe, en hij overweegt dan ook om nieuw personeel aan te nemen. En dat met gratis handelswaar: ,,Wij hebben een heel ander business model dan de traditionele IT. I2RS draait niet op de verkoop van dozen met Linux erin, maar verdient geld met advisering, het bedenken van oplossingen voor bedrijven, het geven van Linux-opleidingen en het leveren van technische ondersteuning.''

Dat geldt niet alleen voor I2RS. Ook het Duitse SuSE, dat zakelijke toepassingen voor Linux ontwikkelt, heeft een dergelijk zakelijk model. Zo is de serversoftware van het bedrijf gratis. ,,Maar we adviseren onze klanten wel voor iedere server waarop ze de software installeren een abonnement te nemen op ons onderhoudsprogramma'', zegt account-manager Andreas Brauer van SuSE.

Ondanks deze kosten blijft het voor bedrijven toch aantrekkelijk naar Linux over te stappen, meent Baten van I2RS. Niet alleen Linux zelf is gratis, maar ook veel ervoor ontwikkelde computerprogramma's, van tekstverwerkers tot aan databases. Hij zegt dat hij voor 80 euro een kantoor kan automatiseren. Baten: ,,Voor die 80 euro krijg je een doos met een handleiding. Daar komt dan nog een bedrag bij voor hulp bij installatie en technische ondersteuning. Per saldo ben je voordeliger uit dan bij Microsoft. Daar moet je bijbetalen voor elke computer waar je hun producten op installeert''.

Valentijn Sessink van Open Office heeft soortgelijke ervaringen: ,,Ik heb hier klanten gehad die op het punt stonden 70.000 euro uit te geven aan een databaseprogramma, en toen bedachten: Ho eens even, maar dat kan ook met gratis Linuxsoftware''. Linux kan ook worden gebruikt in consumentenelektronica. Sony en Matsushita (beter bekend van het merk Panasonic) kondigden in december vorig jaar aan Linux te gaan gebruiken in hun apparaten, waaronder videorecorders. Philips blijft niet achter. Volgens woordvoerder Jeremy Cohen zet Philips Linux op beperkte schaal in. Cohen: ,,Bijvoorbeeld in de iPronto, een geavanceerde afstandsbediening die we in oktober 2002 hebben uitgebracht''.

Niet alles is rozengeur en maneschijn bij Linux. Minder sterke kanten heeft Linux ook. Zo is de software voor de technisch minder goed onderlegde thuisgebruiker lastig te bedienen, wat alles te maken heeft met de ontstaansgeschiedenis. De informaticaliefhebbers die Linux bouwden keken niet naar gebruiksvriendelijkheid, maar naar technische robuustheid. Voor succes op de desktop – zoals de markt voor kantoor- en privé-gebruik wel wordt genoemd – is gemak wel een voorwaarde. Verschillende marktpartijen als Xandros en Red Hat doen hun best met speciale Linux-edities die ook door een leek te bedienen zijn, tot dusver met wisselend succes.

Microsofs Windows daarentegen is traditioneel thuis op deze zogeheten desktopmarkt. Voor Windows is bovendien veel meer software ontwikkeld, zoals spelletjes, muzieksoftware en grafische programma's. De voorsprong van Microsoft is hier groot. Wie aan een tekstverwerker genoeg heeft, kan op kantoor of thuis met Linux makkelijk uit de voeten, zeggen kenners. Maar als op dezelfde computer films moeten worden bewerkt, de belastingaangifte gedaan of als kinderen daarop spelletjes willen spelen, dan wint Microsoft het. Nog altijd.