Duitsland lijkt mentaal op uitvergroot Zwitserland

Ooit, najaar 1962, beleefde West-Duitsland de Spiegel-affaire. Het Hamburgse nieuwsmagazine had een opzienbare reportage gepubliceerd waaruit bleek dat de Bundeswehr maar in beperkte mate in staat was om de haar in NAVO-verband toegedachte verdedigingstaak uit te voeren. De consternatie in Bonn, in de Bondsdag en het vierde kabinet-Adenauer, was groot. Vlak na de Cuba-crisis en de bouw van de Berlijnse Muur (1961) woedde de Koude Oorlog hevig en de Bundeswehr was het grootste en qua taak ook het belangrijkste West-Europese leger in de NAVO. West- en Oost-Duitsland (de DDR) hadden enorme Amerikaanse en Sovjet-Russische contingenten militairen op hun grondgebied. De Tweede Wereldoorlog was pas 17 jaar geleden en de NAVO werd buiten de Bondsrepubliek ook wel aangemerkt als organisatie to keep the Russians out, the Americans in and the Germans under. In die sfeer lag ook een Frans bon mot: wij houden zó van Duitsland dat we blij zijn dat er twee van zijn.

Kanselier Adenauer en zijn minister van Defensie, de Beierse aankomende CSU-zwaargewicht Franz-Josef Strauss, moesten vrezen dat het Spiegel-verhaal tot gefronste wenkbrauwen in Washington zou leiden. Dus reageerden zij zoals in nood geraakte politici vaker doen. Namelijk eerder kwaad dan logisch. Het verhaal werd geheel onwaar genoemd en tegelijkertijd werd het weekblad óók landverraad verweten.

Op last van Strauss, die op dit stuk geen bevoegdheden had, volgde een justitie-inval bij de redactie en werd een redacteur van het blad in Franco-Spanje aangehouden. Twee maanden later moest Adenauer tegen zijn zin afscheid nemen van Strauss, die eerst elke persoonlijke bemoeienis met dat justitie-optreden had ontkend, ook in de Bondsdag, maar uiteindelijk toch door de mand was gevallen. Een vraag bleef: is de Bundeswehr, een leger van dienstplichtigen uit een met elke volgende generatie sterker naar het pacifisme neigende bevolking, werkelijk berekend voor haar taak?

Sinds 1990, jaar van de Duitse eenwording en het einde van de Koude Oorlog, jaar ook waarin begonnen werd met de integratie van de Oost- en West-Duitse strijdkrachten in een kleiner leger, werd die vraag gaandeweg retorisch. Wat in kleine NAVO-landen als Nederland en België gebeurde, gebeurde ook in Duitsland. Na 1990 ging Defensie, met als trefwoord `Vredesdividend', als een budgettaire spons dienen waaruit andere ministeries geld konden persen. Zoals in Nederland, waar sinds de Prioriteitennota van minister Ter Beek (1992), die in de Tweede Kamer praktisch alom als een nog net aanvaardbaar minimum werd gezien, in elke Voorjaarsnota en in elke kabinetsformatie verdere kortingen werden afgesproken (de PvdA heeft in de lopende formatie alvast een nadere korting van 500 miljoen euro voorgesteld). In Duitsland is de afgelopen dertien jaar zoveel op Defensie gekort, eerst onder CDU-minister Rühe, vervolgens onder de SPD'ers Scharping en Struck, dat de Bundeswehr qua materieel (leeftijd en staat van onderhoud), geoefendheid en slagkracht in feite een uitgehold leger is. Met als gevolg dat het land met de grootste economie van Europa en de grootste rol bij de ontwikkeling van Oost-Europa, op militair gebied mijlen achter ligt op het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Over de VS, wier toenmalige president Bush senior Duitsland ruim tien jaar geleden nog als zijn belangrijkste partner in Europa zag, hoef je dan helemaal niet te praten. Militaire capaciteit heeft ook wat met zelfvertrouwen en soevereiniteitsgevoel te maken, zelfs in een globalizerende wereld met één supermacht. Eigen Duitse wegen kennen op dit terrein een eigen geschiedenis, van het keizerrijk onder Pruisische leiding van 1871 via de vredesvoorwaarden van Versailles (1919) naar het Derde Rijk van A. Hitler (1933-1945). Zeker, de anti- Amerikaanse Irak-politiek van kanselier Schröder kan daarmee niet worden vergeleken, maar zijn Alleingang in relatieve zwakte leidt niettemin tot een zeker isolement van een gevoelige Europese reus.

Deutschland braucht Rückhalt, het moet zich ergens aan kunnen vasthouden, heet het vaak. Dat Parijs, waar men traditioneel de koning van Pruisen niet bemint en de kompasnaald vandaag op de eerste plek in Europa gericht is, daarvoor het (enige) goede adres is, mag worden betwijfeld. De rol van vredesapostel, al is die dan mede bepaald door Schröders electorale tactiek en een tijdelijk platte beurs, is in het Duitse geval net iets te romantisch om er echt blij van te worden. Dit temeer omdat naast een stevige scheut anti-Amerikanisme ook – even afgedacht van de kwestie-Irak – een antimilitaire stemming meespeelt. Want hoeveel kleinkinderen en achterkleinkinderen van Hitlers soldaten geloven nog in iets als – nogmaals: los van de kwestie-Irak – de soms gerechtvaardigde inzet van militaire middelen? Wie kijkt naar de grote aantallen jonge Duitsers die dienst weigeren wegens gewetensbezwaar of op de Duitse radio of televisie familieleden van beroepsmilitairen klagerig hoort praten over de mogelijkheid dat hun kind, man of vriend metterdaad zijn beroep zou moeten uitoefenen, moet wel vermoeden dat Duitsland mentaal wat heeft van een uitvergroot Zwitserland. Maar: Duitsland is niet Nederland, België of Zwitserland, het is met afstand het bevolkingrijkste lid met de grootste economie binnen de Europese Unie, die almaar zegt een eigen identiteit, dus meer eensgezindheid op veiligheidsgebied te ambiëren.

Eind vorige week heeft de Duitse minister van Defensie, Struck, een man die door een razende geldnood wordt geplaagd, bekendgemaakt dat de Bundeswehr haar traditionele verdedigingcapaciteit geheel schrapt en zich volledig gaat richten op bijdragen aan internationale crisisbeheersing. Hij hoopt daarmee veel geld te ,,verdienen'', alleen in dit jaar al 800 miljoen euro. Er worden meteen grote aantallen vliegtuigen, tanks, schepen en militairen weggedaan. Vervolgvraag: aan welke door de VN goedgekeurde crisisbeheersing denkt Berlijn dan: in NAVO-verband (dus direct of indirect onder leiding van de VS) of – na Sint Juttemis – in EU-verband? Hoe ook, vóór Sint Juttemis zal het snoeimes wel weer zwaaien, en niet alleen in Duitsland.

    • J.M. Bik