Dertien procent

Ik glimlach. En wel hierom. Het is te vroeg voorjaar én ik zit boven een artikel dat opent met de kop: `Gert-Jan Theunisse kan niet zonder straf.' Ik denk: Gert-Jan verlegt de grenzen opnieuw, Gert-Jan laat zich tegenwoordig slaan.

Ik lees verder. Gert-Jan blijkt helemaal niet de wens te koesteren om zich te laten afrossen door een ander. De pijn houdt hij als vanouds in eigen beheer. Je kunt zeggen: hij waakt over zijn eigen pijn.

Zijn preoccupatie met pijn is al zo vaak beschreven. Als tiener timmerde hij een spijkerbed in elkaar om uit te vinden of hij als fakir levensvatbaar was. Hij sloeg zijn hoofd in een monotoon ritme tegen de muur om uit te vinden of de pijn hem gek kon krijgen. De preoccupatie met pijn leverde tenslotte een aantal fraaie en onuitwisbare atletische hoogstandjes op.

Gert-Jan bereidt zich voor op een comeback. Acht jaar na zijn vertrek uit het profpeloton wil hij zich storten op de zwaarste wielerdiscipline: de marathon voor mountainbikers. Het gaat om wedstrijden door onherbergzame natuur, wedstrijden over zes, zeven uur. Het lijkt hem prachtig om ergens hoog in de bergen in zijn eentje te sterven te sterven `en dan maar de pijltjes volgen'.

Gaat het hem om het persoonlijke genot van het sterven? Volgens eigen zeggen niet. Gert-Jan neemt aan de marathons deel als `actief ambassadeur' van de Nebas, de bond voor aangepaste sporten- de bond voor minder-validen. `Mensen met een beperking kunnen net zo goed functioneren als valide mensen', zegt Gert-Jan.

Ik bespeur altruïstische tendensen in Gert-Jan en dat is goed.

Gert-Jan is deels valide. Dus deels invalide is hij ook. Het artikel rept van een vastgestelde invaliditeit voor dertien procent. Dat is een merkwaardig percentage, dertien, een mens zou er bijgelovig van raken.

We tellen de pijn van Gert-Jan op. Op het merendeel van zijn pijn had Gert-Jan geen invloed. Hij brak: tenen, voeten, enkel, onderbeen, bovenbeen, ribben, vingers, pols, neus en kaak. Een maagbloedig, twee longontstekingen, vier hersenschuddingen en hartritmestoornissen completeren het medisch dossier. Hij was niet langer geschikt voor het uitoefenen van het fietsberoep.

Geen fietser meer, toch slaagde Gert-Jan er in om in een afdaling bij Annecy frontaal op een auto te kwakken met als resultaat een `partiële dwarslaesie'. Zo kwam hij in een rolstoel terecht.

Een kennis van me had hem gezien, op het fietspad bij Berlicum, in wielerkleding. Hij joeg de rolstoel voort door een regenbui alsof hij een wereldrecord moest vestigen. Hij joeg voort alsof hij gek was.

Momenteel heeft Gert-Jan zich teruggetrokken op een bergtop in Mallorca. Zijn nieuwe levensgezellin is een psychotherapeute. Zij houdt zowel van Gert-Jan als van de casus Gert-Jan.

Ik zie Gert-Jan en ik zie zijn waanzin. Eigenlijk verschilt ze in niets van de waanzin in de krokussen die zich in mijn tuin door de aarde boren.