Britse regering komt met ambitieus witboek energie

De Britse regering wil de uitstoot van broeikasgassen per 2050 met 60 procent hebben teruggebracht en alternatieve energiebronnen een veel groter aandeel geven.

Dat is de strekking van een gisteren verschenen witboek voor het Britse energiebeleid. Premier Blair noemde bij de presentatie het huidige klimaatverdrag van Kyoto ,,niet radicaal genoeg''. Het rijke westen moet volgens hem nu een ,,tempoverandering'' maken om te voorkomen dat toekomstige generaties lijden door het broeikaseffect. Dat zou kunnen zonder de huidige levensstijl op te geven, aldus de premier.

Blair zei tevens dat de regering zich vooralsnog niet vastlegt op het bouwen van nieuwe kernreactoren. Die leveren nu een kwart van alle Britse energie en moeten de komende tien tot dertig jaar worden uitgefaseerd. Omdat kernenergie geen kooldioxide produceert, zou die doelstelling strijdig kunnen zijn met de reductieplannen voor broeikasgassen als energiebesparing en alternatieve energieprojecten niet fors van de grond komen. Zonder nieuwe kernreactoren zou het Verenigd Koninkrijk op termijn afhankelijk worden van geïmporteerde energie. In elk geval zal de energieprijs stijgen.

Margaret Beckett, minister voor Milieuzaken, erkende dat de ,,ambitieuze en opgerekte doelstellingen'' mogelijk ,,een stok zijn om onszelf mee op de rug te slaan''. Maar Brian Wilson, minister voor Energie, zei dat alternatieve energievormen en besparingen zichzelf binnen vijf jaar kunnen bewijzen. Dan is duidelijk dat nieuwe kernreactoren niet nodig zijn, aldus Wilson, die overigens zelf een verklaard voorstander van kernenergie is.

In de praktijk houdt de regering zo de deur naar voortzetting van het nucleaire programma open. Uitstel van een beslissing daarover was sowieso nodig nadat de staat British Energy van het faillissement had gered door de noodlijdende exploitant van de meeste commerciële reactoren de facto te hernationaliseren. Voor geprivatiseerde nucleaire energie stonden de investeerders niet in de rij.

Critici zeggen dat de regering nog steeds niet concreet genoeg duidelijk maakt hoe ze energiebesparing en alternatieve energiebronnen wil doen toenemen tot boven de huidige drie procent van het totale vermogen. Zo ontbreken vooralsnog subsidies en harde quota voor omschakeling.

Een deel van de duurzame energieprojecten – windmolenparken, getijde- en golfslagcentrales en zonne-energie – geldt nog steeds als veel te duur en/of technisch onvoldragen. Er ontstaat bovendien een krachtige lobby tegen windmolens, die relatief weinig vermogen leveren maar wel grote milieuschade zouden geven.