Veroordelingen van Nederland

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg ontvangt jaarlijks twee- tot driehonderd klachten uit Nederland over mensenrechtenschendingen. Per jaar worden zes à zeven klachten inhoudelijk behandeld. Sinds 1954 is Nederland veertig maal veroordeeld. Enkele voorbeelden.

De zaak-X&Y (1985). Deze zaak draaide om een geestelijk gehandicapt meisje, Y, dat op 16-jarige leeftijd was verkracht. Omdat Y zelf niet in staat was tot het indienen van een klacht, deed haar vader dit. De klacht leidde echter niet tot strafvervolging. Volgens het EHRM was dat ten onrechte niet gebeurd. Als vergoeding van de immateriële schade betaalde Nederland de klagers 3.000 gulden (1.361 euro).

De zaken-Kostovski (1989) en -Van Mechelen (1997). Nederland werd veroordeeld wegens strafrechtelijke veroordelingen die (vrijwel) geheel op anonieme getuigenverklaringen steunden. Met Kostovski trof de staat een schikking van 150.000 gulden (68.067 euro). Van Mechelen kreeg door het EHRM een schadevergoeding van 30.000 gulden (13.613 euro) toegewezen.

De zaken-Abdoella (1992) en -Bunkate (1993). Dit ging om schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn. De klagers kregen geen schadevergoeding. Volgens het EHRM was de vaststelling van de schending op zichzelf voldoende genoegdoening.

De zaak-Weekblad Bluf (1995). Schending van de vrijheid van meningsuiting. De staat had de hele oplage van het blad, waarin een intern rapport van de BVD was opgenomen, zonder voldoende noodzaak in beslag genomen. Het weekblad kreeg 60.000 gulden (27.227 euro) om de juridische kosten te vergoeden.

De zaken-Kobus L. en -Van der Ven (2003). Nederland werd veroordeeld omdat de klagers `onmenselijk en vernederend' waren behandeld in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Als vergoeding van de immateriële schade kreeg Lorsé 454 euro en Van der Ven 3.000 euro.