Schröder spreekt niet voor alle Duitsers

De belangrijkste les van de Duitse politie – nooit meer een Duitse Alleingang – wordt met ogenschijnlijk gemak door de bondsregering terzijde geschoven. Maar gelukkig is de bondsregering al tot een eerste koerswijzigin in haar Irak-beleid gedwongen, betoogt Angela Merkel.

Zelden zijn wij maar rechtstreeks getuige van het einde van het ene tijdperk en de aanvang van het andere. Toch is dat precies wat mensen overal ter wereld op het ogenblik meemaken. Deze historische verandering begon met de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989, die een overwinning voor de vrijheid betekende en de weg vrijmaakte voor het transatlantisch bondgenootschap met het Oosten. Ze vervolgde met de gebeurtenissen van 11 september 2001, waarbij de Verenigde Staten op hun grondvesten schudden – met gevolgen die tot veel Europeanen nog altijd niet helemaal zijn doorgedrongen. Door deze beslissende gebeurtenissen moeten Europa en de Verenigde Staten nu opnieuw bepalen wat de kern is van de beginselen waarop zij hun beleid stoelen inzake binnenland, buitenland en veiligheid.

Europa neemt enerzijds overal ter wereld, van Kosovo tot Afghanistan, nieuwe verantwoordelijkheden op zich. Anderzijds is het verdeeld, misschien zelfs wel ernstig verscheurd. Zo is bijvoorbeeld hulp aan Turkije, onze medebondgenoot, in de NAVO-raad dagenlang geblokkeerd door Frankrijk, België en Duitsland, een situatie die de legitimiteit van de NAVO bij de wortels heeft aangetast. De belangrijkste les van de Duitse politiek – nooit meer een Duitse Alleingang – wordt met ogenschijnlijk gemak terzijde geschoven door een Duitse bondsregering nu juist daarvan haar verkiezingstactiek maakt. De Oost-Europese kandidaatlanden voor het lidmaatschap van de Europese Unie worden uitsluitend door de Franse regering aangevallen omdat ze hun verbondenheid hebben uitgesproken met het transatlantische bondgenootschap tussen Europa en de Verenigde Staten.

Maar er is ook een positievere kant. Op de noodtop van de Europese Unie is vorige week een akkoord bereikt: op grond van VN-resolutie 1441 hebben de deelnemers besloten dat de Europeanen in het conflict met Irak een gecoördineerde houding zullen aannemen. Dit akkoord, dat er allang had moeten zijn, heeft de Duitse bondsregering tot een eerste koerswijziging in haar Irak-beleid gedwongen. Als Duitse parlementaire oppositie heten wij deze wijziging welkom en verwachten we dat het gedrag van de Duitse regering in de VN-Veiligheidsraad met dat EU-besluit zal overeenstemmen – al hebben we ook reden om daaraan te wijfelen.

Twee dingen zijn door het EU-besluit beklemtoond.

Ten eerste is het gevaar uit Irak niet denkbeeldig maar reëel. Ten tweede moet Europa de Verenigde Staten niet tegenwerken maar moet worden samengewerkt om aldus de internationale druk op Saddam Hussein in stand te houden. Zoals in de verklaring van de EU-top wordt gesteld, betekent dit een pleidooi voor militair geweld als laatste redmiddel bij de uitvoering van VN-resoluties.

Het is waar dat oorlog nooit een normale manier mag worden om politieke geschillen te beslechten. Maar vooral de geschiedenis van Duitsland en Europa in de twintigste eeuw leert ons wel dit: dat militair geweld weliswaar niet de normale voortzetting van de politiek met andere middelen mag zijn, maar dat het ook nooit mag worden uitgesloten, of zelfs maar betwijfeld – zoals door de Duitse bondsregering is gedaan – als `ultiem' middel om met dictators af te rekenen. Iedereen die militair ingrijpen als laatste redmiddel verwerpt, verzwakt de druk die op dictators moet worden gehandhaafd en maakt daardoor een oorlog niet minder maar méér waarschijnlijk.

Dit is een ernstige zaak: vrede is een groot goed, waarvoor geen inspanning te veel is. Maar het is ook waar dat verantwoordelijke politieke leiders onder geen beding de echte vrede van de toekomst mogen ruilen voor de bedrieglijke vrede van het heden. De vastberadenheid en eenheid van de vrije landen zullen in het conflict met Irak niet alleen van beslissende invloed zijn op de uitkomst van de crisis, maar ook op de vormgeving van de toekomst van Europa en zijn verhouding met de Verenigde Staten. Ook zullen ze van beslissende invloed zijn op de manier waarop wij vrede, vrijheid en veiligheid waarborgen, en passende antwoorden vinden op de nieuwe bedreigingen van onze tijd. Zal het alleen zijn of samen, vastberaden of vertwijfeld, met of tegen onze bondgenoten?

Ik ben ervan overtuigd dat Europa en de Verenigde Staten in de toekomst, net als in het verleden, voor een gemeenschappelijk veiligheidsverband moeten kiezen. De Verenigde Staten zijn de enige overgebleven grote mogendheid, maar op den duur zullen ook zij toch op betrouwbare bondgenoten moeten vertrouwen.

Duitsland heeft zijn vriendschap met Frankrijk nodig, maar de vruchten van die vriendschap kunnen alleen geplukt worden in nauwe samenwerking met onze oude en nieuwe Europese bondgenoten, en binnen het transatlantische bondgenootschap met Verenigde Staten.

Onlangs stond in de Süddeutsche Zeitung boven een artikel: `Het einde van een vriendschap'. Daarin stond de volgende passage: ,,Voor Duitsland zou een blijvende breuk met Amerika vermoedelijk niet zozeer een bevrijding zijn, maar een terugkeer naar een akelige oude/nieuwe werkelijkheid, naar de totaal ontgoochelde wereld van het oude Europa met zijn kleingeestigheid en trouweloosheid. Dankbaarheid, vriendschap met Amerika: dat zouden in de toekomst nog altijd redelijke gevoelens kunnen blijken.''

Voor de partij die ik leid is onze nauwe verbondenheid en vriendschap met de Verenigde Staten een even wezenlijk element van de Duitse nationale doelstelling als de Europese integratie. Maar beide kunnen alleen slagen als het mogelijk is om nieuw vertrouwen op te bouwen en we onze eigen belangen weten te verwoorden. Er is aan het begin van dit nieuwe tijdperk geen aanvaardbaar alternatief voor deze weg vooruit.

Angela Merkel is voorzitter van de Duitse Christen-Democratische Unie en van de CDU/CSU-fractie in de Duitse Bondsdag. © LAT-WP Newsservice.