Pas in finale ontwaakt Sluiter uit zijn roes

Als ballenjongen van elf vergaapte hij zich in Ahoy' aan al die grootheden voor wie hij zich het vuur uit de sloffen liep en mijmerde hij in stilte over een glansrijke carrière als proftennisser. Op een goede dag te bekronen met een al even glorieuze eindoverwinning in datzelfde sportpaleis in `zijn' geliefde woon- en geboorteplaats.

Met een wrange glimlach herinnerde Raemon Sluiter gisteren aan de door hem zelfbedachte titel van het heldenepos, dat hij in gedachten al ten doop had gehouden in Rotterdams grootste boekenzaak Donner: Van ballenjongen tot toernooiwinnaar. ,,Te mooi om waar te zijn'', grimaste Sluiter, om daar een tikkeltje cynisch aan toe te voegen dat ,,het jongensboek waarschijnlijk toch niet zal verkopen omdat niemand het gelooft''.

Zo gunstig als het lot hem tot gisteren nog leek gezind, zo wreed ontwaakte Sluiter op de slotdag uit de roes die hem zijn eerste toernooizege in het ATP-circuit had moeten bezorgen. Geen schijn van kans kreeg de 24-jarige geboren en getogen Rotterdammer in zijn finalepartij tegen Max Mirnyi, de flegmatieke beul uit Minsk die weigerde mee te werken aan de vervulling van een jongensdroom: 7-6 en 6-4.

Berusting won het na afloop al snel van teleurstelling bij de met een wildcard tot het hoofdtoernooi toegelaten Sluiter, die zaterdag in de halve eindstrijd nagenoeg foutloos speelde en profiteerde van de off-day van zijn opponent, de Fransman Sébastien Grosjean. Zijn kansen waren immers ,,op twee vingers te tellen'' geweest, constateerde Rotterdams sportman van het jaar (2002) die bijkans tureluurs werd van ,,de bommetjes'' die Mirnyi op hem af bleef vuren. ,,Zo hard is tennis: je krijgt één of, zoals in mijn geval vandaag, anderhalve kans. Pak je die niet, dan is het dáááág Sluiter.''

Die ene kans kwam al meteen in de allereerste servicebeurt, toen Sluiter dankzij een bekeken passeerslag een breekpunt forceerde op Mirnyi's opslag. Nog voor hij het goed en wel besefte, maakte zijn één jaar oudere opponent uit Wit-Rusland die achterstand echter al weer ongedaan, om in het vervolg van de partij dankzij voorbeeldig service-volleyspel geen moment meer in de problemen te komen op zijn eigen opslag.

In de tiebreak herhaalde het scenario zich, want Sluiter verzuimde een vervolg te geven aan de door hem afgedwongen minibreak. In plaats van geduldig zijn kansen af te wachten, koos hij voor het `snelle punt'. Die onstuimige aanpak werd de beoogde opvolger van Nederlands laatste winnaar (Jan Siemerink in 1998) fataal, zeker toen ,,Max plotseling ook nog eens winners vanaf de baseline ging slaan'', zoals Sluiter vaststelde.

Ook in de tweede set liep de sinds vandaag op één na (Sjeng Schalken) best geklasseerde Nederlandse tennisprof achter de feiten aan. Zijn lot was bezegeld toen hij halverwege het tweede bedrijf zijn service verloor. In het zicht van de onafwendbare nederlaag, bij 5-3 in het voordeel van Mirnyi, deed Sluiter alsnog een poging het Rotterdamse publiek op te jutten. Het gebaar kwam niet alleen te laat, het bleek bovendien loos omdat niemand in het niet geheel uitverkochte Ahoy' op dat moment nog geloofde in een ommekeer.

Sluiter is een publieksspeler: iemand die onvermoede krachten aanspreekt zodra toeschouwers zich als één massief blok achter hem scharen. Dat bewees hij al meermalen als lid van het Nederlandse Davis-Cupteam. In zijn thuisstad was het publiek vanzelfsprekend op zijn hand. Maar hartstochtelijke aanmoedigingen, zo karakteristiek voor het landentoernooi, bleven gisteren opvallend genoeg beperkt tot een jolige aansporing: ,,Ajax heb verloren!'' Sluiter toonde begrip voor de afwachtende houding. ,,Het publiek was zoekende, net als ik.''

Zoekende was Sluiter twee weken geleden ook, toen hij na zijn kansloze nederlaag tegen Roger Federer in de Davis-Cupontmoeting met Zwitserland door captain Bogtstra op de slotdag werd gepasseerd ten faveure van zijn vriend en collega Verkerk. Veertien dagen later stond hij gisteren voor de tweede keer in zijn loopbaan (na Amsterdam 2000) in de finale van een ATP-toernooi.

Het kan verkeren, zoveel wilde Sluiter maar zeggen, en verleidde hem tot een conclusie die hij in het verleden vaker trok: ,,Het tennisleven blijft een achtbaan.'' Het was al een klein wonder dat hij de afgelopen week niet eerder uit de bocht was gevlogen. Want eerlijk is eerlijk: wie had rekening gehouden met een finaleplaats voor de (na vandaag) nummer 46 van de wereld, die het seizoen anoniem was begonnen? ,,Ik zal er alles aan doen om te bewijzen dat dit geen toevalstreffer was, maar Raemon Sluiter is nog geen wereldtopper.''

Het is die zelfkennis die hem siert en die Sluiter maakt tot wie hij is: een tennisser die beseft dat hij geen natuurtalent is, maar tegelijkertijd weet dat volharding een wapen is dat op de lange termijn evenveel schade kan aanrichten als een verwoestende opslag of een ziedende forehand. Vooral in mentaal opzicht had Sluiter voor zijn gevoel een berg overwonnen in Rotterdam. ,,Het is toch je eigen stad. Mensen verwachten veel van je, ook al was dat misschien niet meteen een finaleplaats. Maar toch, die druk voel je.''

Ook in die zin kon Sluiter zijn bedwinger een hand geven, want Mirnyi verklaarde na afloop eveneens bevrijd te zijn van wat hij ,,een aap op mijn rug'' noemde. Al zo vaak is de 1 meter 97 lange reus een gouden toekomst voorspeld dat het uitblijven van zijn eerste toernooizege langzaam maar zeker aan hem ging knagen. In de ook voor hem tweede ATP-eindstrijd wierp hij de schroom voorgoed af en deed hij zijn bijnaam (`Het Beest', op basis van zijn lengte en zijn doorzettingsvermogen) eindelijk eer aan. Sluiter hoopt dat voorbeeld snel te volgen. In Kopenhagen zet de als achtste geplaatste Nederlander deze week zijn voorgenomen aanval op de gevestigde elite voort. Zij het in de wetenschap dat ,,ik zo'n kans als vandaag hier in Rotterdam niet zo heel snel weer zal krijgen''.